Op Windrush-plein regeert de woede

Verenigd Koninkrijk

Ook nu minister Rudd sneuvelde vanwege het schandaal zijn Windrushers zelf bang hun rechten te verliezen. ‘Dit is uitbuiting.’

Demonstranten steunen de 'Windrush-generatie' door spandoeken in de lucht te houden voor het Britse parlement. Foto Andy Rain/EPA

Met een blik vol onmin rolt Rudolf Persaud (78) de krant op met een foto van de gevallen Britse minister Amber Rudd. Er zit een vetvlek op de pagina. „De regering heeft jaren geleden bewust documentatie vernietigd, zodat het nu makkelijker is mensen uit te zetten”, zegt Persaud. Hij propt de krant in zijn tas en kuiert over Windrush Square in Brixton.

Het plein is als eerbetoon vernoemd naar de Empire Windrush, het passagiersschip dat eind jaren veertig de eerste groep migranten uit Jamaica naar het Verenigd Koninkrijk bracht. Hij weet hoe zij zich gevoeld moeten hebben. Ook hij kwam begin jaren zestig over, uit wat toen Brits-Guyana was. „Ik kwam aan op een mooie dag in mei, maar kreeg al snel heimwee. Ik miste de vrijheid om met mijn vrienden te keten”, zegt hij.

Ik denk dat veel mensen het niet nodig vonden de papieren te regelen omdat ze ervan uitgingen dat iedereen wist dat ze Brits waren. Snel aan de slag gaan was belangrijker.

Rudolf Persaud

Persaud is onderdeel van de Windrush-generatie, de circa 500.000 migranten die tussen 1948 en 1971 uit het Caribisch gebied en uit Kenia, Oeganda, India en Pakistan, naar het Verenigd Koninkrijk verhuisden. Ze waren nodig. Om de Britse verzorgingsstaat vorm te geven. Om te werken in de nieuwe ziekenhuizen van de National Health Service. Om huizen te bouwen. Om te studeren.

Groot schandaal

Deze dagen is Windrush een schandaal dat de regering van Theresa May in ernstige verlegenheid brengt en Amber Rudd haar ministerschap kostte. Het begon vorige maand met onthullingen van The Guardian dat het Home Office de kinderen van Windrushers dreigde te deporteren. Inmiddels is de kwestie uitgegroeid tot een schandaal over het gebrek aan menselijk begrip van de regering.

Op Windrush Square is het vertrouwen in May, in de Tories en in de politiek verdwenen. Wantrouwen regeert. En woede. Persaud: „Het is zo voorspelbaar, zo uitgekiend. En die politici staan niet stil bij de gevolgen. Ik ken iemand die nu aan huis gekluisterd is omdat zijn gratis buspas is stopgezet. Er zijn twijfels over zijn status. Is dat hoe je iemand bedankt die veertig jaar hard voor dit land heeft gewerkt?”

Persaud snapt goed dat generatiegenoten niet alle papieren op orde hadden. In een overheidskantoortje kreeg hij zijn documenten, een baan en een ziekenfondsnummer. „Vanaf dat moment stond ik geregistreerd”, zegt hij. „Ik had al een paspoort waar op de kaft in grote letters stond dat ik Brits was, met daaronder de vermelding dat ik uit Brits-Guyana kwam. Ik denk dat veel mensen het niet nodig vonden de papieren te regelen omdat ze ervan uitgingen dat iedereen wist dat ze Brits waren. Snel aan de slag gaan was belangrijker.”

Het afschrikwekkende migratiebeleid van de Tories is pure uitbuiting, oordeelt Christiana Massiga (65). Dat strekt verder dan de Windrush-generatie en treft ook meer recente nieuwkomers, zoals zij. Massiga komt uit Biu in Nigeria. Halverwege de jaren negentig kwam ze over om in de zorg te werken. Haar tijdelijke verblijfsvergunning werd telkens verlengd, maar een permanente pas kreeg ze niet.

Nu wil Massiga met pensioen, maar vreest dan haar verblijfsstatus te verliezen en niet meer bij haar Engelse pensioen te komen. Massiga: „Ik wil niet verliezen wat ik heb opgebouwd. Met een advocaat kijk ik naar mijn rechten.”

Documenten verzamelen

Hoe groot de zorgen in Brixton zijn, ondanks de excuses van May en Rudd en de geruststellende woorden van de nieuwe minister Sajid Javid, blijkt in het Black Cultural Archives aan Windrush Square. Hier verzamelen onderzoekers sinds 1981 documenten en voorwerpen die de geschiedenis van Caribische en Afrikaanse Britten vertellen. Sinds The Guardian met verhalen over dreigende uitzettingen kwam, besloot het centrum gratis inloopspreekuren te houden. Het loopt storm. 42 mensen zijn langs geweest en vijftig staan op een wachtlijst.

„Deze zaken gaan om de grootmoeders en -vaders van deze gemeenschap. Dat zijn de pilaren van de samenleving hier in Brixton. Dieper kan je deze buurt niet kwetsen”, zegt medewerker Monique Baptiste-Brown.

Soms vragen ze of er archiefmateriaal is dat bewijst dat zij hier rechtmatig zijn. Of ze willen juridisch advies. Baptiste-Brown: „Soms is het een kwestie van mensen geruststellen. Andere zaken zijn complex: hoe bouw je zestig jaar na dato een juridisch sluitend verhaal op dat iemand hier rechtmatig aangekomen is?”

Het valt op dat het Windrush-schandaal vooral Caribische Britten treft. Er zijn nog geen zaken bekend van Britten uit de (voormalige) Afrikaanse kolonies die de oversteek waagden. Volgens Baptiste-Brown komt dat doordat Caribische Britten altijd een nauwere band met het Verenigd Koninkrijk koesterden en geen noodzaak zagen dit verder te documenteren. „Zij zagen, ook na onafhankelijkheid, Groot-Brittannië als het moederland. De verbintenis via het Gemenebest was toen heel belangrijk voor hen.”

Dat is de ironie van de zaak: bij de Tories van May zitten Brexiteers die een grote toekomst zien in het Gemenebest, om na de Brexit handel mee te drijven. Over soepelere migratieregels voor Jamaicanen, Oegandezen en Pakistanen hoor je ze niet.

Ten tijde van de Windrush-generatie was dat anders. De Britse overheid wierf actief in de Cariben, vertelt Rudolf Persaud. De staat leende hem het geld voor de boottocht, dat hij renteloos kon terugbetalen. Waren dat tijden waar migranten gewaardeerd werden? Persaud lacht flauwtjes. „De overheid dacht misschien zo. Gewone Britten niet. Toen ik een kamer zocht, stond overal in de ramen ‘no coloureds, no darkies’ ”, zegt Persaud. Hij kijkt over het plein, waar Duits, Frans en Engels in Londense, Caribische en Schotse tongvallen klinkt. „Dit land is zo divers geworden. Ik heb hier geleerd nieuwe avonturen te koesteren. Daar zal ik altijd dankbaar voor zijn.”