Opinie

    • Birte Schohaus

Jeroen Krabbé met een schildersezel voor de garagedeur

Zap Volgens beproefd concept wekt Jeroen Krabbé in ‘Krabbé zoekt Gauguin’ een kunstenaar tot leven door bepalende plekken uit diens leven te verbinden aan de kunst die hij er maakte. Soms op het knullige af.

Krabbé zoekt Gauguin (AVRO-TROS)

De dinsdagavond op NPO 2 zou de amusementstoets van de Publieke Omroep ruimschoots hebben gehaald - bomvol informatie over maatschappelijke thema’s als de wegwerpcultuur (Brandpunt+), milieuvraagstukken (De monitor) met als klapstuk de laatste aflevering van Bas Heijnes Onbehagen. Met Krabbé zoekt Gauguin zat er gelukkig ook wat lucht in de programmering.

De komende weken mag Jeroen Krabbé weer in de sporen van een grote kunstenaar de wereld over. Langs allemaal mooie plekken op aarde, die hij ook niet nalaat als zodanig te benoemen. Of het nou ging om een uitzicht, precolumbiaanse beelden of de houten vloer in een Parijs’ appartement, de uitroep ‘wat moooooi!’ kwam in deze eerste aflevering geregeld langs. Dit enthousiasme werkt bij de een op de zenuwen, bij de ander op de lachspieren, maar is tegelijkertijd aanstekelijk, want oprecht.

Na series over Van Gogh en Picasso viel nu de keuze op de Franse schilder Paul Gauguin. Hij heeft een niet minder bewogen leven geleid dan de eerste twee en één van zijn schilderijen behoort tot de duurste ooit verkocht. Toch is hij bij het brede publiek minder bekend. Juist dat maakt dit seizoen spannend.

Dat er genoeg te vertellen valt over deze zelfverklaarde ‘wilde’, die zijn geluk alleen op Tahiti wist te vinden, staat buiten kijf. Maar gaat het Krabbé lukken de kijkers te enthousiasmeren voor een kunstenaar van wie ze nog nooit hebben gehoord?

Volgens beproefd concept wekt Krabbé de kunstenaar tot leven door bepalende plekken uit diens leven te verbinden aan de kunst die hij er maakte. Soms op het knullige af, bijvoorbeeld wanneer hij een schilderscène letterlijk nabootst, met ezel en al, terwijl het uitzicht inmiddels van een weids landschap is veranderd in een witte garagedeur. Glimlachend geeft hij toe dat er soms toch wel erg veel verbeeldingskracht nodig is. Om zich even later af te vragen of het muurtje waarop hij zat te kloppen wel een deur is en dan te schrikken als deze toch open gaat. Het zijn dit soort momenten die zijn kunstcolleges lucht geven.

Deze colleges lijkt hij op het eerste gezicht aan de kijker te geven, maar al snel blijkt dat hij in gesprek is met een voor de kijker onzichtbare vrouw achter de camera. Krabbé presenteert en vertelt, terwijl het stemmetje af en toe vragen stelt. Die komen de presentator altijd goed uit, want was dat nou niet toevallig hetgeen waar het om draaide en waar hij net nog even iets over wilde zeggen?

Deze rolverdeling begint te irriteren wanneer we niet alleen vragen, maar ook steeds vaker reacties horen als ‘oh ja?’, ‘wat naar!’, ‘Jemig!’ De vrouw achter de camera krijgt hierdoor een nogal naïef karakter dat het ouderwetse cliché van oude leermeester en onwetende schoolmeisje oproept.

Interview Jeroen Krabbé: ‘Ik ben een schilder die acteert’

Ik ben benieuwd of zich deze relatie verder zal ontwikkelen, met name wanneer we bij het hoofdstuk over Gauguin en de vrouwen aanbelanden. In de actuele discussie over hoe kunstenaars met hun modellen omgingen, is de Fransman nog niet besproken, maar zijn relatie met de Polynesische muzes zou op zijn minst twijfelachtig genoemd kunnen worden. Het wordt interessant of het Krabbé gaat lukken Gauguins werk vanuit dit perspectief te duiden en achtergronden te schetsen zonder zich te laten verleiden tot makkelijke morele veroordeling achteraf. Misschien kan de dame op de achtergrond hem erbij helpen.

Birte Schohaus vervangt deze twee weken Arjen Fortuin.
    • Birte Schohaus