Opinie

    • Anouk van Kampen

De Belgen lachen gelukkig om hun kafkaëske bureaucratie

Het kostte EU-burger Anouk van Kampen voor haar inschrijving in België een eindeloze reeks belletjes, mails en bezoeken aan het gemeentehuis.

Foto Wikimedia by CC

Voor me staan twaalf wachtenden. Op plastic stoelen wachten mensen zuchtend tot hun nummertje voorbijkomt, een kind rent huilend voorbij. Vandaag is het zover: ik mag in het Brussels gemeentehuis mijn e-ID-kaart ophalen, laatste stap van mijn inschrijving in België.

Ik woon intussen een jaar in Brussel. Ik wacht ook al een jaar op deze felbegeerde kaart, waarmee ik volwaardig inwoner word en alles online kan regelen. Voor de duidelijkheid: ik laat me niet naturaliseren en ben gewoon EU-onderdaan. Toch kostte mijn inschrijving me sinds 1 april 2017 een schier eindeloze reeks belletjes, mails en bezoeken aan ditzelfde gemeentehuis. Ontvangstbevestigingen („We helpen u zo spoedig mogelijk”) kwamen pas na maanden binnen, afspraken lagen nog eens maanden verder in de toekomst, herinneringen bleven onbeantwoord en ik moest zelfs bij de politie bewijzen waar ik woon. Intussen was ik maanden onverzekerd. Bijkomend voordeel: ik ben nu expert in documenten. Wat is een bijlage 19? Bijlage 8? En 8bis? Ik weet het allemaal, want communiceren gaat in nummers.

Zulke verhalen zijn bij mijn Nederlandse vrienden een gegarandeerd succes. Net als de 2.313 kunstwerken die de Vlaamse overheid kwijt is, of de ‘weeswegen’ die al jaren verwaarloosd worden omdat gewest en gemeenten het niet eens zijn over wie ze moet beheren. Ook leuk: het stuk muur dat vlak bij mijn huis afbrokkelt. In plaats van het te restaureren, staat er een hek omheen. Al een jaar lang.

‘Kafkaësk!’ ‘Surrealistisch!’ ‘Als jij begrijpt hoe ons land in elkaar steekt, geef je me dan een seintje?’ hoorde ik meer dan eens van Belgen zelf. Ze kunnen er gelukkig zelf ook om lachen. Het zal ook de reden zijn waarom de officiële website van de federale Dienst Administratieve Vereenvoudiging kafka.be heet. Opmerkelijke bijkomstigheid: er zijn twee websites van de Dienst Administratieve Vereenvoudiging.

Maar als het weer over het onderwerp gaat, lees ik naast enige trots om het nationale absurdisme vooral vermoeidheid af. Het is niet allemáál grappig. In het Paleis van Justitie rot bewijsmateriaal weg door matig onderhoud, het mysterie van de Bende van Nijvel is onopgelost, bij rellende jeugd in Brussel keek de politie door miscommunicatie werkeloos toe. Bijna altijd speelt bureaucratie en slecht communiceren of ruziën tussen gewesten, taalgroepen, regeringen, gemeenten of politiezones een rol.

Is België wel écht zo veel surrealistischer dan een land als Nederland?

Jan Callebaut, een van de auteurs van Het Merk België, legde me uit: „Als je dan een gemeenschappelijk punt tussen Belgen zou moeten vaststellen, is het een zeker cynisme tegenover de eigen context.” Een cynisme dat er onder meer in resulteert dat de Parti Socialiste na decennia van schandalen en meer recent de ontdekking dat ze bij een daklozenorganisatie tonnen aan zitpenningen inden, tóch weer gewoon opklimt in de peilingen. „Ach, iedereen sjoemelt, zij geven het tenminste toe”, vertrouwde iemand me toe.

Het doet me denken aan het volgende: toen ik net begon te schrijven, stuurde ik mijn stukken wel eens ter controle naar een vriend. Het is vast niet goed en ook nog niet echt af, zei ik er altijd voor de zekerheid bij. Totdat ik eens streng werd toegesproken: dit soort excuses waren niet alleen een manier om mezelf in te dekken, er bleek ook onzekerheid uit. Ik devalueerde mijn stukken ermee.

Steeds vaker bekruipt me eenzelfde soort ongemak bij de klassieke, makkelijke Belgenmop. Is België wel écht zo veel surrealistischer dan een land als Nederland, waar de Noord-Zuidlijn na twee keer over budget te zijn gegaan nog steeds niet rijdt, of zit het imago van België het land gewoon dwars? Zien we wat we verwachten, en houdt cynisme verbetering uiteindelijk niet tegen? België, een land met faalangst?

Surrealistisch België krijgt van inwoners een zesje, stelt Jan Callebaut. Lees daarover: ‘Belgen zijn niet fier op hun land, maar het functioneert wel’

Intussen ben ik in het Brusselse gemeentehuis aan de beurt. Of nee, wacht. Heeft u bijlage 8 mee? Niet? Ai, dan gaat het vandaag niet lukken. Terwijl ik naar buiten loop, kom ik langs een poster van de gemeente: ‘Het leven is te kort om in de rij te staan.’ Surrealistisch.

    • Anouk van Kampen