Antisemitisme in Europa: een veelkoppig monster

Antisemitisme in Europa
Antisemitisme is een veelkoppig monster dat zijn gezicht weer meer nadrukkelijk laat zien in Europa. Zowel onder moslims als niet-moslims. Het idee van een Joods complot, maar ook de Israëlisch-Palestijnse kwestie speelt een rol. Acht NRC-correspondenten beschrijven hoe antisemitisme zich manifesteert in hun land.

Mannen met keppeltjes op 25 april 2018 bij een demonstratie tegen antisemitisme in Berlijn. Foto Markus Schreiber/AP

    Aantal antisemitische incidenten neemt af

    Met een Palestijnse vlag in de hand en Arafatsjaal op zijn hoofd sloeg een man in december de ruiten in van het joodse restaurant HaCarmel in Amsterdam. De 29-jarige dader, een uit Syrië gevluchte Palestijn, richtte zijn woede „niet op Joden, maar op de Israëlische regering”, zei zijn advocaat in NRC. Een dag eerder besloot de Amerikaanse president Trump Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël. In de maanden erna werd het restaurant nog besmeurd met etenswaren en vloog er een stoeptegel door het raam.

    Toch nam het aantal antisemitische incidenten in Nederland de afgelopen tien jaar af. Dat blijkt uit recent verschenen onderzoek van hoogleraar migratiegeschiedenis Leo Lucassen en onderzoekster Annemarike Stremmelaar, beiden verbonden aan de Universiteit Leiden. „Vergeleken met andere landen is het aantal antisemitische incidenten in Nederland heel laag”, zegt Lucassen, die antisemitismecijfers tussen 1995 en 2016 vergeleek. „Voor zover er antisemitische oprispingen zijn, hangt dat sterk samen met het conflict in Israël en Palestina.” Dit ‘nieuwe’ antisemitisme verschilt van het ‘oude’, dat zich voornamelijk richt op de vermeende Joodse wereldheerschappij.

    Dat de lijn tussen Israël-kritiek en antisemitisme dun lijkt in Nederland, ziet ook Naomi Mestrum, adjunct-directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI): „Zodra er iets in Israël gebeurt, piekt het aantal antisemitische incidenten.” Al bestaat er volgens haar ook een „meldingsmoeheid” binnen de Joodse gemeenschap.

    In Nederland wonen 40.000 tot 50.000 Joden, 0,3 procent van de bevolking, de meesten in Amsterdam-Zuid en Amstelveen. „En van deze groep, gaan weinig mensen herkenbaar als jood over straat”, zegt Mestrum. Het verklaart het lage aantal antisemitische incidenten.

    Lucassen, die onderzoek deed naar de relatie tussen het groeiende aantal vluchtelingen in Nederland en antisemitisme, constateert dat anti-Joodse delicten nauwelijks door vluchtelingen worden gepleegd. Binnen het antisemitisme vallen twee andere profielen op: extreem-rechtse lieden, „die veelal het complotidee van de Jood die de wereld overheerst aanhangen”, zegt Lucassen, „en kinderen van Marokkaanse migranten”. De beeldvorming over de laatste groep is negatief, zij identificeren zich daardoor makkelijker met andere slachtoffers, zoals Palestijnen, stelt Lucassen. „Het is eerder een integratie-, dan migratieprobleem.”

    Jaarlijks vinden honderden meldingen van antisemitisme plaats, voornamelijk op het internet. Het aantal vernielingen aan Joodse en particuliere gebouwen en mishandelingen is op één hand te tellen. Het Openbaar Ministerie telt tientallen strafbare incidenten per jaar, van voornamelijk belediging en bekladding. Al is ongeveer tweederde van de antisemitische meldingen voetbalgerelateerd.

    Na de aanslag in Brussel op het Joods Museum in 2014 is de beveiliging van Joodse instellingen verscherpt. In Amsterdam kregen alle Joodse gebouwen een politiecontainer voor de deur met (camera)bewaking. Juli vorig jaar besloot de gemeenteraad ze te vervangen door camera’s. Een joodse school in Amsterdam-Zuid bouwde een stalen hek om het gebouw. En bij drukke bijeenkomsten was de marechaussee er. Ondanks alle maatregelen, voelen Joden zich toch minder veilig in Nederland. „Blijkbaar zijn die enorme veiligheidsacties nodig”, verwoordt Mestrum van het CIDI de stemming onder veel Joden. „Het geeft een onbehaaglijk gevoel.”

    Desondanks kunnen de meeste Joden bijna overal herkenbaar over straat in Nederland. „In Amsterdam is men het gewend”, zegt Mestrum. „Er wordt nauwelijks opgekeken, al zijn er wijken waar de ervaringen minder prettig zijn.” Soms zet iemand een petje over zijn keppeltje op om niet nageroepen te worden. „In bepaalde delen van de Haagse Schilderswijk kan ik me voorstellen dat het niet kan, maar er is ook niemand die het gaat proberen.”

    Mark Middel (Amsterdam)

    Uitbannen is nooit gelukt

    Voor Duitsland is het drama groter dan voor andere landen. Het drama én de schande, dat het land zich driekwart eeuw na de Shoah weer moet afvragen of Joden wel veilig over straat kunnen wanneer ze als joden herkenbaar zijn.

    Adam Armush was niet de eerste die dat uitprobeerde, toen hij vorige maand besloot als experiment met een keppeltje op door Berlijn te lopen. Soms gebeurt er niets, soms leidt het tot scheldpartijen of erger. Armush, geen Jood maar een Arabische Israëliër die in Duitsland studeert, werd eerst in het Arabisch door enkele jongemannen nageroepen en daarna door een van hen met zijn ceintuur afgeranseld.

    De student had de tegenwoordigheid van geest zijn telefoon te pakken en de aanval te filmen. Toen het filmpje op sociale media werd gedeeld, leidde het incident tot ontzetting in het land. Daarbij speelde mee dat zich in de maanden ervoor in Duitsland een reeks antisemitische incidenten had voorgedaan.

    Om te laten zien dat zij het probleem serieus neemt, had de regering-Merkel net een speciale regeringscommissaris voor het bestrijden en voorkomen van antisemitisme aangesteld. De voorzitter van de Centrale Raad voor de Joden in Duitsland, Josef Schuster, raadde joden in grote steden die alleen over straat gaan het zichtbaar dragen van een keppeltje af. „In principe zou fier ervoor uitkomen de goede weg zijn”, zei hij, maar een baseballpet of andere hoofdbedekking dragen acht hij verstandiger.

    Er is geen Duitse identiteit zonder Auschwitz, zei in 2015 de toenmalige Duitse president Gauck. Waarbij de naam van het vernietigingskamp staat voor de in omvang en uitvoering nog altijd nauwelijks te vatten misdaad tegen de menselijkheid, waaraan Duitsland zich schuldig maakte met de systematische moord op de Europese Joden ten tijde van het nationaal-socialisme. Het huidige Duitsland ziet het tegen die achtergrond als zijn bijzondere verantwoordelijkheid Isräel te steunen en antisemitisme te bestrijden – uitbannen is nooit gelukt.

    Een man met een keppel woont op 25 april 2018 een demonstratie bij tegen antisemitisme in Berlijn. Foto Markus Schreiber/AP

    „Duitsers zijn trots op hun gedenkplaatsen. We zien onszelf als wereldkampioen herdenken”, zei Wenzel Michalski, hoofd van Human Rights Watch in Duitsland onlangs in gesprek met buitenlandse journalisten. „We dachten dat we het antisemitisme onder al die gedenkplaatsen hadden begraven. Daardoor zijn we blind geworden voor het hedendaagse antisemitisme en voor de normalisering daarvan in onze maatschappij.”

    Michalski weet waarover hij spreekt. Zijn zoon Oskar werd op zijn middelbare school in Berlijn maandenlang uitgescholden en herhaaldelijk door klasgenoten met Arabische of Turkse achtergrond mishandeld omdat hij Joods is. De schoolleiding nam het probleem niet serieus, de jongen is van school gewisseld.

    Verontwaardiging over rappers

    Sindsdien zijn er ook andere, vergelijkbare gevallen naar buiten gekomen. Het alledaagse antisemitisme kwam meer in de schijnwerpers te staan, toen de belangrijke muziekprijs Echo vorige maand werd uitgereikt aan de rappers Kollegah en Farid Bang, die in hun teksten tot een nieuwe Holocaust oproepen en trots zeggen dat hun lichaam „strakker is dan dat van Auschwitz-gevangenen”. Het leidde tot een storm van verontwaardiging, beroemde musici die eerder ontvangen onderscheidingen teruggaven en uiteindelijk tot opheffing van de prijs.

    Omstreden is in Duitsland de vraag waar het hedendaagse antisemitisme in hoofdzaak vandaan komt, in welke mate moslims ervoor verantwoordelijk zijn en hoe het effectief voorkomen en bestreden kan worden. 90 procent van de in 2017 geregistreerde antisemitische strafbare feiten had volgens de politie een extreem-rechtse achtergrond – maar dat stempel krijgen ook gevallen waarbij de achtergrond onduidelijk is en dat cijfer zegt dus weinig. De nieuwe regeringscommissaris wil met speciale meldpunten het aanmelden van antisemitische voorvallen vergemakkelijken, ook als het niet om strafbare feiten gaat.

    Na de komst van meer dan een miljoen asielzoekers, hoofdzakelijk uit islamitische landen, is de vrees gegroeid dat Duitsland daarmee een nieuw antisemitisme heeft geïmporteerd. Volgens een peiling van de overheid stemt 52 procent van de Syrische en 54 procent van de Iraakse asielzoekers in met de uitspraak dat „de Joden te veel invloed in de wereld hebben”. Onder de Duitse bevolking als geheel zou blijkens een peiling uit 2002 9 procent daarvan overtuigd zijn, en 18 procent die opvatting gedeeltelijk steunen. Eenderde van de Duitsers zou vinden dat Joden proberen nu hun voordeel te doen met „het verleden van het Derde Rijk”.

    Juurd Eijsvoogel (Berlijn)

    ‘We kunnen geen risico nemen, dit is Sarcelles’

    Net als twee leerlingen van privéschool Ozar Hatorah in Sarcelles willen uitleggen waarom ze, ondanks alles, nog een keppeltje dragen, zwaait de stalen schoolpoort open. Een potige bewaker neemt de jongens apart en verbiedt ze nog een woord te spreken. „We kunnen geen enkel risico nemen”, zegt hij. „Dit is Sarcelles.”

    De stad met zo’n 57.000 inwoners ligt circa een kwartier boven Parijs. Na de onafhankelijkheid van Franse gebiedsdelen in Noord-Afrika kwamen hier veel van oorsprong Algerijnse, Tunesische en Marokkaanse Joden terecht. Maar de banlieue-stad kent ook een forse moslimpopulatie, vaak met wortels in diezelfde landen. Ongeveer eenderde van de Sarcellois is volgens schattingen Joods en een evengroot deel moslim. Dat is jaren goed gegaan, maar net als elders in Frankrijk is het aantal meldingen van antisemitisme sinds het begin van de Tweede Intifada in 2000 gestaag toegenomen.

    Tegen dat „nieuwe antisemitisme”, gevoed door de import van het Israëlisch-Palestijnse conflict en voortlevende anti-koloniale sentimenten, kwam in april een grote groep Franse prominenten in actie. In het land met de grootste Joodse én de grootste moslimgemeenschap van Europa zijn sinds 2006 elf Joden vermoord „omdat ze Joods zijn”, schreven zij, onder andere bij een school in Toulouse in 2012 en de koosjere supermarkt HyperCacher in Vincennes in 2015. Onlangs werden in Parijs twee Joodse vrouwen, Sarah Halimi (65) en Mireille Knoll (85), door hun respectievelijke buurmannen gedood. Het duurde lang voordat justitie bij Halimi erkende dat antisemitisme een motief was.

    ‘Stille etnische zuivering’

    Volgens de opstellers van het manifest is een „stille etnische zuivering” bezig: 50.000 Joden uit de regio Parijs zouden naar veiliger plekken zijn uitgeweken. In Sarcelles sloeg in 2014 de vlam in de pan: een demonstratie voor Gaza leidde tot rellen waarbij Joodse winkels en de synagoge werden belaagd. In januari kwam in het nieuws dat een 8-jarig kind was aangevallen.

    Een flatgebouw in het 11de arrondissement van Parijs, waar de 85-jarige Joodse vrouw is vermoord. Foto Thomas Samson / AFP

    Toch neigen veel mensen er naar de situatie te relativeren. De Joodse gemeenschap van Sarcelles „leeft goed”, zei de rabbijn, Laurent Berros, onlangs. De verschillende gemeenschappen hier „respecteren elkaar” en er is „dialoog”. De mannen die op deze doordeweekse ochtend voor de deur van zijn synagoge versieringen ophangen voor een Lag Baomer-parade beamen dat. Maar, zegt de 34-jarige Samuel, die bij de synagoge werkt, „hier zijn we gelukkig met velen”. Het is een hechte gemeenschap in wat ‘Petite Jérusalem’ is gaan heten. In de restaurantjes en winkels, kent iedereen elkaar. „Elders in de banlieue wordt het steeds moeilijker”, zegt Samuel. Dat lijken cijfers van de organisatie BNVCA, die meldingen van antisemitisme registreert, te bevestigen. In voorsteden waar decennia zo’n 300 à 500 Joodse families woonden, is dat aantal volgens voorzitter Sammy Ghozlan gedecimeerd tot 15 à 20.

    Lees ook het opiniestuk van Leo Lucassen en Annemarike Stremmelaar: Antisemitisme komt niet met migratie overwaaien

    Samuel – hipsterpet achterstevoren op zijn hoofd – maakte een tegengestelde beweging: hij woont sinds tien jaar in Sarcelles, maar groeide op in Parijs. „Het grote verschil is dat de meeste Joodse kinderen nu niet meer naar openbare scholen gaan”, zegt hij. „Dat werd te ongemakkelijk. Dat is niet per se goed is voor het samenleven”, vindt hij. Terwijl jongeren vroeger zonder probleem met hun keppeltje de RER-regiotrein naar Parijs namen, doen ze dat om veiligheidsredenen nu niet meer, zegt hij.

    Het fysieke geweld neemt volgens cijfers onbetwistbaar toe. Maar over hoe „nieuw” dit antisemitisme is, verschillen de meningen. „Het zijn nog altijd dezelfde stereotypen die ik als kind hoorde: over Joden die rijk zouden zijn of wereldmacht nastreven”, zegt Annie-Paule Derczansky die met de stichting Bâtisseuses de Paix op scholen antisemitisme bespreekbaar hoopt te maken. Ze hoopt stigmatisering te voorkomen en weigerde mede daarom het manifest te tekenen. „Neem van mij aan dat het niet uitsluitend van moslimleerlingen komt.”

    Peter Vermaas (Parijs)

    ‘Integratie biedt geen garantie’

    België telt volgens de meest recente schattingen zo’n 40.000 Joden, veruit de grootste groep woont in Antwerpen. De stad heeft een van de grootste gemeenschappen ultraorthodoxe Joden ter wereld. De meesten wonen in een wijk vlak bij het centraal station waar Jiddisch de voertaal is en pijpenkrullen het straatbeeld domineren.

    Hoewel dat – in een stad waar de helft van de bewoners van buitenlandse afkomst is – een potentiële snelkookpan kan zijn, is het aantal antisemitische incidenten beperkt. De laatste jaren nemen die zelfs af, constateert Ludo Abicht, emeritus hoogleraar literatuur en filosofie aan de Universiteit Antwerpen en auteur van het boek De joden van Antwerpen.

    In mei 2014 vond de aanslag op het Joods Museum in Brussel plaats – de dader was een Fransman – en in 2015 werd een jongen op straat in Antwerpen aangevallen door twee islamitische jongeren. Meest recent is het voorval van een 24-jarige asielzoeker die Joden in Antwerpen lastigviel en onder meer een synagoge en enkele joodse scholen bekladde.

    Volgens Abicht speelt mee dat al sinds de jaren 90 is ingezet op campagnes en onderwijs over antisemitisme, met onder meer bezoeken aan Auschwitz. In 2015 nog besloot de regering, die een sterke band met Israël onderhoudt, 4 miljoen euro extra vrij te maken voor de beveiliging van Joodse instellingen. Ook ontwikkelingen in het Midden-Oosten spelen mee: „Veel moslimjongeren uit de tweede of derde generatie kijken naar wat in Gaza gebeurt.” Daar identificeren ze zich mee en bij een conflict kunnen ze zich tegen Joden keren.

    Ultralinks en ultrarechts zien elkaar als vijanden, maar voeden beide identiteitspolitiek, denkt Gideon Rachman. Lees daarover: links en rechts antisemitisme

    Wat wellicht nog het meeste meespeelt, is het feit dat de Joodse gemeenschap in Antwerpen zo weinig geïntegreerd is. Ondanks het hoge aantal migranten in Antwerpen komen de Joden er in hun eigen wijken, met eigen scholen, winkels en ontmoetingsplaatsen, relatief weinig in aanraking met andere bevolkingsgroepen. En dus zijn er minder spanningen. Abicht: „Als ik integratie ter sprake breng, zeggen ze: ‘In Nederland waren we goed geïntegreerd, en kijk eens wat daar in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Integratie heeft ons toen niet geholpen, dus we kunnen ons net zo goed enigszins afzonderen.’ Ik moet ze helaas, tegen mijn principes in, een beetje gelijk geven. Integratie is geen garantie voor veiligheid.”

    Anouk van Kampen (Brussel)

    Joden afschilderen als de ‘ontwortelde kosmopoliet’

    Joden, een minuscule minderheid met enkele duizenden leden in Polen, drukken buitenlandse vrienden geregeld op het hart dat het in Polen knusser is dan vaak gedacht. Vooral Israëlische en Amerikaanse Joodse bezoekers zien het land, waar vóór de Tweede Wereldoorlog meer dan drie miljoen Joden woonden, vaak als grootste Joodse begraafplaats ter wereld, decor van de Holocaust en naoorlogs antisemitisme. Maar anders dan elders in Europa, zeggen de schaarse Poolse Joden, kunnen ze er vandaag zonder fysieke dreiging over straat.

    Tegelijk schreven de belangrijkste Joods-Poolse belangenorganisaties onlangs in een open brief dat hun situatie „verre van normaal” is. Dat heeft veel te maken met een in februari goedgekeurde wet die strafbaar stelt om te beweren dat ‘de Poolse natie’ mede schuldig is aan de Holocaust. Het verhitte debat dat volgde, zou hebben geleid tot een nieuwe „golf van antisemitisme”.

    Tegenstanders van de wet zijn de Israëlische regering en een reeks Joodse en niet-Joodse critici. Poolse nationalisten beschouwen hen als een „Joodse lobby”.

    Veel Polen, zo blijkt in het conflict, voelen zich niet begrepen. Ze groeien op met een nadrukkelijke herinnering aan de bijna twee miljoen niet-Joodse landgenoten die omkwamen onder de nazi-bezetting. De buitenwereld, zien ze, heeft wel aandacht voor de Jodenvervolging, maar nauwelijks voor het Poolse nationale drama. Erger: misleidende termen als „Poolse concentratiekampen” lijken hen verantwoordelijk te houden voor de misdaden van de nazi’s. Gevolg is een overreactie, waarin zij alles afschilderen als „anti-Poolse aanval”, ook onderzoek naar Poolse deelname aan de Jodenvervolging.

    Tegelijk vestigde onderzoek van de universiteit van Warschau aandacht op een ander probleem: antisemitisme zonder Joden. In een rondvraag uit 2017 bij meer dan 1.000 Polen zei 43 procent te geloven dat Joden uit zijn op wereldheerschappij. Een kwart was het eens met de stelling dat Joden in het verleden „christelijke kinderen ontvoerden”. Vooral oudere en minder goed opgeleide Polen koesteren nog steeds vooroordelen van mythologische aard. Die vooroordelen hebben een eigenaardige ‘positieve’ pendant. Tekenend is een boek van een populair publicist over „het genie van de Joden”. Kernvraag van het boek: wat kunnen Polen leren van de Joodse „oververtegenwoordiging” in alle geledingen van de mondiale elites?

    Hongarije

    De grootste hedendaagse Joodse gemeenschap in Oost-Europa is Hongaars. In Boedapest wonen naar schatting enkele tienduizenden Joden, in veiligheid. Maar ook hier is volgens opiniepeilingen een derde van de bevolking gevoelig voor antisemitische denkbeelden. En ook hier houden Joodse belangenorganisaties de regering verantwoordelijk. Aanleiding is een propagandacampagne waarin premier Orbán de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros afschildert als staatsvijand. Soros is geboren in een Joodse familie.

    Orbán noemt hem „een speculant die een uitgebreid maffianetwerk beheert” en Hongarije wil overspoelen met islamitische vluchtelingen. In redevoeringen vaart hij uit tegen „een vijand die verschilt van ons […] ze zijn niet nationaal, maar internationaal, ze geloven niet in werken, maar in speculeren met geld. Ze hebben geen thuisland, maar de hele wereld is van hen.” Critici zien overeenkomsten met de ‘ontwortelde kosmopoliet’, een codewoord dat Sovjets gebruikten voor Joodse intellectuelen.

    Volgens Soros mobiliseert Orbán zijn achterban door „anti-moslimsentimenten” te versmelten met „antisemitische stereotypes die doen denken aan de jaren dertig”. Orbán pareerde de kritiek met een synagogebezoek en het etaleren van de uitstekende banden met de Israëlische premier Netanyahu. Naast Netanyahu verklaarde Orbán vorig jaar: „We hebben nul tolerantie voor antisemitisme.” Het is onderdeel van de strategie, houden zijn tegenstanders vol: expliciet antisemitisme afwijzen, impliciet inspelen op antisemitisch onderbuikgevoel.

    Roeland Termote (Warschau)

    Spanje lost een ereschuld in

    De Jodenvervolging was 526 jaar geleden op het Iberische schiereiland zo groots en massaal dat de gevolgen daarvan vandaag de dag nog altijd zichtbaar zijn. Dat wil zeggen: er zijn sinds de Reconquista vrijwel geen Joden meer in Spanje.

    Al vanaf de tweede eeuw voor Christus wonen zogenoemde Sefardische Joden op het Iberische schiereiland. ‘Sefardim’ is afgeleid van het Hebreeuwse woord voor Spanje, Sefaràd. In 1492 stonden zij voor de keuze: bekeren tot het christendom of de dood. Honderdduizenden sloegen al eerder op de vlucht voor het regime van de ‘katholieke koningen’ Ferdinand II van Aragon en Isabella van Castilië. Vijf jaar later werden de Joden ook uit Portugal verdreven.

    Een kleine vierhonderd jaar na de inquisitie keerden de eerste gemeenschappen joden terug toen er in 1869 godsdienstvrijheid kwam in Spanje. Pas vijfhonderd jaar na het verdrijvingsedict, in 1992, kregen de 40.000 joden die toen in Spanje woonden officieel dezelfde privileges als katholieken.

    De Spaanse regering heeft besloten een ereschuld in te lossen. Alle Sefardische Joden kunnen sinds 2015 de Spaanse nationaliteit krijgen als ze kunnen aantonen dat ze over wortels beschikken op het Iberische schiereiland. De federatie van Joodse gemeenschappen in Spanje moet de afkomst bevestigen en ze moeten een inburgeringstoets doen.

    Wereldwijd zouden er circa 3,5 miljoen Sefardische Joden zijn. Naar verwachting zullen zo enkele tienduizenden Joden gebruikmaken van de wetgeving. De laatste drie jaar hebben enkele duizenden al een Spaans paspoort gekregen. De meesten kwamen uit Marokko, Turkije en Venezuela. In Portugal werd al in 2013 een vergelijkbare wet van kracht. Daardoor is met name in Porto een nieuwe Joodse gemeenschap ontstaan.

    Uit onderzoek van de Anti-Laster Liga van tien jaar geleden bleek dat bijna de helft van de Spanjaarden geen positief beeld had van Joden. Daarbij ging het eerder om negatieve stereotypen dan haat. Het aantal antisemitische incidenten is heel beperkt.

    Koen Greven (Madrid)

    Het antisemitisme is agressiever geworden

    Als de premier van een land zegt dat er geen plek is voor antisemitisme, dan weet je dat er iets niet goed gaat. Afgelopen december gaf de Zweedse premier Stefan Löfven toe dat antisemitisme een zorgelijk probleem is geworden in zijn land, waar 18.000 Joden wonen.

    Er was net brandstichting gepleegd bij een synagoge dit keer in Göteborg, de tweede stad van Zweden. Ook werden die maand antisemitische leuzen geroepen tijdens een demonstratie in Malmö. In april 2017 besloot een Joods buurtcentrum in de Noord-Zweedse stad Umea zijn deuren te sluiten na bedreigingen van neonazi’s. De muren waren besmeurd met tekeningen van swastika’s en teksten als ‘we weten waar je woont’. De autoriteiten konden de veiligheid van de Joodse bezoekers niet meer garanderen. En de Joodse gemeenschap in Malmö, 500 mensen, klaagt al jaren over intimidatie en geweld door moslims. Jongeren zouden zelfs om die reden de stad verlaten. Veel mensen durven hier niet meer met een keppeltje over straat.

    Het antisemitisme is in Zweden agressiever geworden, zeggen experts, zowel binnen extreem-rechtse bewegingen als de neonazistische Noordse Verzetsbeweging, als in de islamitische hoek. Anti-Joodse uitingen vallen op bij migrantengroepen in Zweden, vooral tijdens gebeurtenissen rondom het conflict tussen Israël en Palestina. Per jaar worden er zo’n 228 gevallen van hate crime gemeld, 24 procent vindt in het openbaar plaats, 20 procent online.

    Maral Noshad Sharifi (Amsterdam)

    ‘Hier doen zich geen problemen voor’

    Wie op een lentedag in het weekend door het noordelijke deel van stadspark Hampstead Heath in Londen slentert, kan zomaar de indruk krijgen dat het Verenigd Koninkrijk weinig last heeft van antisemitisme. Jongetjes met keppeltjes rennen vrolijk rond, van de hertjes naar de volière met twee reusachtige oehoes. Moeders, soms duidelijk met pruik, zitten in de zon op een bankje. Zo ziet het Verenigd Koninkrijk zich graag: een open, divers en tolerant land, een veilige haven waar iedereen zijn of haar geloof kan belijden.

    Het is een en al gemoedelijkheid op deze zaterdag in het park grenzend aan Golders Green, een wijk waar sinds de Tweede Wereldoorlog een grote joodse gemeenschap woont. „Zoals in veel delen van de wereld hebben de sjoels beveiliging. Maar er doen zich geen problemen of moeilijkheden voor in Golders Green voor orthodoxe joden. Sterker, tijdens de sjabbat en op feestdagen wandelen velen naar de sjoel terwijl ze hun talliet openlijk over hun jas dragen”, schrijft de Amerikaanse publicatie The Jewish Press in een lovende recensie over de buurt.

    Leden van de Joodse gemeenschap protesteren op 26 maart 2018 voor het Britse parlement tegen Labour-leider Jeremy Corbyn en anti-semitisme binnen Labour. Foto Tolga Akmen/AFP

    Toch is antisemitisme momenteel een politiek uiterst beladen thema. Het lukt Jeremy Corbyn en Labour niet om van het imago af te komen dat delen binnen de partij antisemitisme tolereren. Eind april belegde de Labour-leider een bijeenkomst met enkele gezaghebbende Joodse organisaties om de gemoederen te laten bedaren. Corbyn wist ze niet te overtuigen. „Dit was een gemiste kans”, schreven de leiders van de belangenverenigingen in een verklaring.

    Het centrum-rechtse opinieblad The Spectator inventariseerde onlangs de klachten van antisemitisme bij Labour en kwam tot vijftig aantijgingen. Op een nevenevenement tijdens het partijcongres vorig jaar werd opgeroepen tot Holocaustontkenning. Corbyn, die al decennia de Palestijnse zaak steunt, zou meerdere malen antisemitische islamitische geestelijken hebben ontvangen of geprezen. Hij heeft op Facebook een muurschildering geliked waar Joden op discriminatoire wijze zijn afgebeeld. Corbyn zegt dat hij niet goed had gekeken. Ook zijn er meerdere meldingen van lokale Labourpolitici en activisten die zich antisemitisch hebben gedragen.

    Corbyn beloofde beterschap. Ook binnen de partij groeit de roep om hardere maatregelen. Zo wil de Londense burgemeester Sadiq Khan dat Ken Livingstone, een van zijn voorgangers, niet geschorst maar geroyeerd wordt voor zijn opmerking dat Hitler een zionist was.

    Joodse organisaties maken zich niet alleen zorgen over de politiek. The Community Security Trust, dat zichzelf als doel stelt de Britse Joden fysiek te beschermen en te verdedigen, constateert dat er meer melding wordt gemaakt van antisemitisme op straat. In totaal meldt de organisatie 1.382 gevallen van antisemitische incidenten in 2017. Meestal betreft het scheldpartijen tegen Joodse Britten op straat. In 145 gevallen was sprake van (een poging) tot gebruik van geweld. Er waren 81 gevallen van vandalisme, zoals het bekladden van synagoges met hakenkruizen. Bijna driekwart van de meldingen kwam uit Londen of Manchester. De organisatie is geschokt: nog nooit kreeg ze zo veel meldingen binnen.

    Melle Garschagen (Londen)