Tarwe is individualistischer dan rijst

Noord- en Zuid-China Met praktisch onderzoek in koffiehuizen is vastgesteld dat er inderdaad verschil is in collectivisme in Noord- en Zuid-China.

Een restaurant in Xiamen, in Zuid-China. Je zou hier meer mensen verwachten die samen zitten dan in het noorden, volgens nieuw Science Advances-onderzoek. Foto EPA / ROMAN PILIPEY

Mensen in het noorden van China blijken individualistischer dan Chinezen die in het zuiden van het land wonen. Er wordt vaak gezegd dat er in dat land een tegenstelling bestaat tussen de ‘graanculturen’ in het noorden en de collectivistischer denkende ‘rijstculturen’ in het zuiden. Dat vermoeden is nu met een onderzoek in Science Advances bevestigd met observaties in cafés (vooral Starbucks) in zes Chinese steden in noord en zuid. De Amerikaanse en Chinese onderzoekers hebben onder leiding van Thomas Talhelm van de Universiteit van Chicago bij in totaal 8.964 mensen gekeken of ze alleen zaten of met anderen. In de noordelijke ‘tarwesteden’ (Beijing en Shenyang) zaten mensen inderdaad 10 procent vaker alleen dan in de vier zuidelijke ‘rijststeden’ (Shanghai, Nanjing, Guangzhou en Hongkong).

De gegevens werden uitvoerig geanalyseerd en gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, en bijvoorbeeld de hoeveelheid zelfstandigen in de stad. Uit alle analyses van de verschillen tussen de steden kwam het verschil tussen rijst- en tarwecultuur als beste verklaring naar voren.

Dit soort brede verklaringen van concrete gedragverschillen uit millennia oude cultuurverschillen zijn altijd omstreden, maar Talhelm en zijn collega’s bouwen voort op eigen onderzoek in Science in 2014. Toen doorbraken zij het oude maar wetenschappelijk nog sterk levende beeld van het collectieve oosten tegenover het individualistische westen. Zij testen ruim 1.100 Chinezen uit zes plaatsen, waarin ze hetzelfde verschil in individualisme tussen rijst- en tarwegebieden vonden. Zelfs in naburige streken die alleen verschilden in het type graan dat er verbouwd werd, hadden de rijstmensen een collectivistischer mentaliteit. Uit een wereldwijde vergelijking van grote databestanden kwam recent eenzelfde beeld naar voren: waar tarwe wordt verbouwd zijn familiebanden relatief zwakker dan elders, al waren verschillen in ziekten en klimaat ook belangrijke factoren (European Economic Review, november 2017).

Duizenden jaren traditie

Achter dat mentaliteitsverschil in China ligt een duizenden jaren oude traditie. In rijstlandbouw moeten boeren veel meer met elkaar samenwerken om de irrigatie te regelen en op orde te houden dan bij het verbouwen van tarwe. Rijstbouw vergt per hectare ongeveer twee keer zo veel werk als de tarweoogst, waardoor rijstboeren hun werkzaamheden onderling moeten coördineren om elkaar te kunnen helpen. Het noorden is te koud en te droog voor rijstbouw maar wel geschikt voor tarwe.

In feite is het zuiden van China economisch veel moderner dan het noorden, maar door de oude tradities is de mentaliteit in het ‘rijstgebied’ nog altijd collectivistischer dan in het noorden, zo verklaarde Talhelm in een telefonische persconferentie van Science Advances.

De observaties in de koffiehuizen werden zorgvuldig gedaan. Als de observanten aarzelden of iemand echt alleen zat, gold onder andere de regel dat als iemand met een ander praatte hij of zij dus niet alleen zat. Met een steekproef werd vastgesteld dat de geobserveerde mensen echt uit de stad en streek afkomstig waren en niet van de andere kant van het land.

Er werd vervolgonderzoek gedaan, waaruit bleek dat Chinezen in het noorden drie keer vaker dan in het zuiden een stoel opzijschoven als die (stiekem zo neergezet door de onderzoekers) in de weg stond, in plaats van ertussendoor te glippen. Zo werden 678 stoelmanoeuvres geobserveerd. Het opzijzetten van zo’n obstakel in het gangpad geldt als een teken van individualisme. Wie de stoel opzijzet, past zijn omgeving aan aan zijn wensen; wie ertussendoor glipt, past zich aan aan de omgeving.

Extra stoelonderzoek

Voor de zekerheid en ter vergelijking hebben de onderzoekers het stoelonderzoek herhaald met ruim honderd observaties in de als individualistisch geldende Verenigde Staten en in het als collectivistisch denkend getypeerde Japan. En ja hoor: Amerikanen zetten veel vaker de stoel opzij dan Japanners. Ook werd bij een veertigtal Chinezen uit het stoelexperiment een psychologische test gedaan. Daaruit bleek dat stoelopzijzetters inderdaad individualistischer dachten dan tussendoorglippers: ze dachten analytischer en hadden ook een iets groter gevoel van controle over hun eigen leven. Bij de observaties werd er overigens rekening mee gehouden of iemand misschien gewoon te dik was om tussen de stoelen door te glippen.

    • Hendrik Spiering