‘Ook Europese leiders zien media als tegenstander’

Achtergrond Dat het niet goed gaat met de persvrijheid is niet nieuw, maar het strijdgebied wel: Europa. De opkomst van het populisme verzwakt de journalistiek.

Zoals elk jaar is het 3 mei de ‘Dag van de Persvrijheid’ en ook dit keer slaan experts en onderzoekers voorafgaand alarm: opnieuw is de persvrijheid in de wereld gedaald. Maar het werelddeel waar de onderzoekers op focussen is wel anders dan alle andere jaren: Europa.

Ook waar persvrijheid het meest gewaarborgd lijkt, komen journalisten steeds meer onder druk te staan. Dat blijkt uit onderzoeken van de internationale organisaties Freedom House en Reporters Without Borders. De onderzoeken zijn onafhankelijk van elkaar uitgevoerd maar komen op grote lijnen overeen: beide stellen dat de opkomst van populistische politici in Europa de persvrijheid heeft verzwakt. Reporters Without Borders: „Steeds meer democratisch gekozen leiders zien de media niet langer als een essentieel onderdeel voor een democratie. Maar als een tegenstander waarvan zij openlijk hun afkeer tonen.”

De ngo, die is gevestigd in Parijs, maakt jaarlijks een persvrijheidsmonitor, waarin de persvrijheid in 180 landen word gerangschikt. Vier van de vijf grootste verliezers liggen in Europa: Servië zakte van de tiende naar de 76ste plaats. Daar raakte de krant Danas in de financiële problemen nadat het vorig jaar de kandidatuur van Aleksandar Vučić niet steunde bij de presidentsverkiezingen. Autoriteiten zette vervolgens adverteerders onder druk om zich terug te trekken. De media die wel positief waren, werden beloond met kostbare voorpagina-advertenties.

Nep-kalasjnikov

In Tsjechië (dat van de elfde naar de 34ste plaats zakte) zwaaide president Milos Zeman op een persconferentie met een nep-kalasjnikov. Het wapen had de inscriptie: ‘voor journalisten’. En in Slowakije (van de 10de naar 27ste plaats) maakte de inmiddels afgetreden premier Robert Fico journalisten uit voor ‘idiote hyena’s’ en ‘hoeren’. Maar de zorgen worden vooral ingegeven door twee moorden. In februari werden de Slowaakse onderzoeksjournalist Jan Kuciak en zijn verloofde geliquideerd bij hun huis, even buiten Bratislava. Vier maanden daarvoor kwam de bekendste onderzoeksjournalist van Malta om door een autobom. Daphne Caruana Galizia werkte al jaren onder grote druk; naast door tientallen politici en zakenlieden aangespannen rechtszaken, kreeg ze ook regelmatig doodsbedreigingen. Galizia deed, net als Kuciak, onderzoek naar banden tussen de onderwereld en de politiek. Van beide moorden is er nog geen opdrachtgever vervolgd.

Ook dat is niet uitzonderlijk: tussen 2012 en 2016 werden er volgens Unesco wereldwijd 530 journalisten vermoord. Slechts één op de tien van deze misdaden is vervolgd.

Lees ook: collega’s van vermoordde journalist Jan Kuciak: „We krijgen nu meer respect voor ons werk.”

„De ernst van de druk op journalisten verschilt van land tot land”, schrijft Freedom House. „Maar het doel is overal hetzelfde: ervoor zorgen dat de pers niet meer in staat is de macht te controleren.”

Persvrijheid krijgt niet genoeg prioriteit in Europa, vindt Leon Willems, directeur van Free Press Unlimited. „Je zou kunnen zeggen dat de informatie-structuur belangrijker is dan de landbouwmarkt, of het aanbesteden van grote projecten. Want dankzij die structuur kijkt iedereen naar Europa als veilige haven van de democratie. Maar dat wordt nu ondergraven door Oost-Europese landen met autoritaire reflexen. En die landen bepalen wel mede het beleid van de Europese Unie.”

Volgens Willemsen is persvrijheid niet voldoende verankerd in de Europese wet. „De Europese Unie zou moeten kunnen voorkomen dat de premier van Hongarije alle mediabedrijven in het land monddood maakt, of aan zijn zijde manoeuvreert. ”

Hoe doet Nederland het?

Zijn in Amsterdam gevestigde organisatie, die „onafhankelijke informatie voor iedereen” nastreeft, wil dat de Europese Unie „eindelijk eens honderd miljoen op tafel legt” voor een netwerk van onafhankelijke factcheckers. „Angst voor desinformatie is zeer terecht. Zeker omdat de desinformatiecampagnes worden gestuurd vanuit Oost-Europese landen. Maar wat doet Europa? Dat laat Europese ambtenaren bepalen wat waar is en wat niet. Terwijl overheden zelf óók verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van nepnieuws.”

In de persvrijheid-index van Reporters without Borders staat Nederland op de derde plaats, twee plekken hoger dan vorig jaar. Alleen Noorwegen en Zweden scoorden beter. Maar, zegt Willems: er is op alle landen in de lijst iets aan te merken. Ook de beste landen worden beïnvloed door de algemene daling. In Nederland kunnen niet alle journalisten vrij hun werk doen: misdaadjournalisten John van den Heuvel van De Telegraaf en Paul Vugts van Het Parool worden op dit moment beveiligd.

De index laat ook de groeiende invloed van ‘strongmen’ en ‘verstikkende modellen’ zien. „Na het verstikken van onafhankelijke media in eigen land, breidt president Poetin de invloed van Rusland (148ste plek op de lijst) wereldwijd uit met medianetwerken Sputnik en RT, terwijl Xi Jinping’s China (plek 176) zijn strak gecontrolleerde nieuws- en informatiemodel naar de rest van Azië exporteert. „Hun meedogenloze onderdrukking van kritiek en afwijkende meningen dringt ook door in andere landen onderaan de lijst, zoals Vietnam (175), Turkmenistan (178) en Azerbeidzjan (163).

    • Romy van der Poel