Lepra: al duizend jaar dezelfde plaag

Middeleeuwse epidemie De genetische resistentie van Europeanen tegen lepra is toegenomen, maar wereldwijd is de ziekte nog altijd een groot probleem.

Middeleeuws tafereel uit 1335: een stadsburger weigert een leproos (met hoed en ratel) en een gewonde kreupele toe te laten. Als symbool van christelijke naastenliefde is de leproos groter afgebeeld dan de anderen (manuscript BNF Arsenal 5080 Speculum Historiale, folio 373r.) Foto Bibliothèque Nationale

Aan de leprabacterie is in de laatste duizend jaar genetisch niet zo veel veranderd. Maar de erfelijke gevoeligheid van de mens voor lepra is wel iets afgenomen. Tot die conclusie komen Deense en Duitse onderzoekers nadat ze DNA van de leprabacterie en lepralijders uit de middeleeuwen en nu vergeleken. Ze publiceren hun resultaten deze week in Nature Commmunications.

Het onderzoek bewijst dat er geen bijzonder agressieve bacteriestammen in het spel waren toen Europa in de middeleeuwen zwaar geteisterd werd door lepra-uitbraken. De onderzoekers isoleerden het DNA van Mycobacterium leprae uit de beenderen van middeleeuwse lepralijders die tussen 1270 en 1550 begraven waren bij de Sankt Jørgen-leprozerie in Odense. Het DNA bleek goed bewaard gebleven en de onderzoekers konden elf complete genomen van de bacterie samenstellen. Dat is bijzonder, omdat tot nu toe slechts vier complete genomen van ‘moderne’ leprabacteriestammen zijn opgehelderd. De middeleeuwse leprabacteriën lijken genetisch als twee druppels water op de moderne stammen.

De middeleeuwse bacteriën uit Sankt Jørgen behoorden tot drie verschillende aftakkingen in de genetische stamboom van leprabacillen. Een daarvan komt nog voor in een groot gebied dat zich uitstrekt van het Nabije Oosten tot aan Oceanië. Negen van de elf middeleeuwse bacteriën behoren tot een tak van de leprabacteriën die ook de stammen omvat die een paar jaar geleden bij rode eekhoorns in Schotland werden ontdekt.

Moeilijk verklaarbaar

De onderzoekers noemen het verrassend dat zij in het tijdsbestek van een paar honderd jaar op zo’n relatief afgelegen plek als Denemarken zoveel verschillende leprastammen aantroffen. Dit wijst er volgens hen op dat lepra zich in verschillende golven en vanuit verschillende bronnen over Europa moet hebben verspreid.

Maar moeilijk verklaarbaar blijft waarom lepra vanaf de zestiende eeuw vrijwel geheel uit Europa verdween. Aan de bacterie lag het dus niet, want die bleef hetzelfde.

Was het dan misschien dat de Europanen door de eeuwen heen minder gevoelig werden voor de leprabacterie, door natuurlijke selectie? Lepralijders leefden in de middeleeuwen afgezonderd en mochten niet trouwen. De infectie vermindert bovendien ook de vruchtbaarheid en melaatsen werden vaak niet oud.

Van één genmutatie in witte bloedcellen is bekend dat die de gevoeligheid voor lepra sterk bevordert. En inderdaad bleek die mutatie relatief veel voor te komen in het DNA van de middeleeuwse lepralijders, in vergelijking met tijdgenoten en moderne mensen. Maar hoewel de frequentie van deze genmutatie sinds de middeleeuwen significant is afgenomen, komt deze nog steeds voor bij moderne Europeanen. Het is dus onwaarschijnlijk dat genetische selectie de énige verklaring is voor het verdwijnen van lepra uit Europa.

    • Sander Voormolen