Het leven was niet lief voor hen, maar zij wel voor elkaar

Fotoboek In het fotoboek Mommie legt Arlene Gottfried de levens van haar moeder, oma en zus vast. Ze ontvouwt het geluk van vrouwen die onafscheidelijk waren.

Van Arlene Gottfried hoorde ik pas toen ze dood was. Ik las haar necrologie in The New York Times. Vorig jaar overleed ze, op 8 augustus, ze was bijna 67. Door een van de foto’s erbij was ik meteen betoverd: een naakte bodybuilder die trots poseert met een chassidische rabbijn. De ene trots, de andere ongemakkelijk. En geen van tweeën staat voor gek.

Ik bestelde haar vijf boeken. Het laatste, uit 2015, zit ik nu al maanden te bekijken en het verveelt me nog altijd niet. Het heet Mommie, en het beslaat de levens van drie vrouwen: Gottfrieds Russische grootmoeder Minnie Zimmerman die Bubbie wordt genoemd; haar moeder Lillian Gottfried-Zimmerman; haar zus Karen Gottfried.

Er is ook een broer, de beroemde New-Yorkse stand-up comedian Gilbert Gottfried – maar niet in dit boek. Mommie gaat over drie gewone vrouwen in hun afgetrapte appartementen. Oma Bubbie wordt 104, moeder Mommie wordt ziekelijk, zus Karen wordt een vrouw van middelbare leeftijd. Ze delen hun levens. En wij zijn erbij.

Niks exotisch

Gottfried begon hen te fotograferen toen haar vader overleden was, in 1972. Ze werkte bij een reclamebureau, waar ze de foto’s maakte voor advertenties voor sterke drank en sigaretten. Nederig werk, maar ze had de beschikking over een donkere kamer waar ze in de weekenden kon werken aan de foto’s die ze maakte in Brooklyn, Crown Heights, Coney Island.

Intussen bleef ze veertig jaar moeder Mommie, grootmoeder Bubbie en zuster Karen vastleggen. Zonder glamour. Niks is exotisch, zelfs hun armoede is niet rustiek.

Bubbie wurmt haar stokke-armen in haar hemd. Mommie staat in een meisjesjurk op het balkon, ze wordt kaal. Ze lacht in de lens, maar twintig foto’s verder protesteert ze: „Hou op met fotograferen! Man Ray only took a few!”

Zus Karen buigt naar de oven, het brood is warm. Arlene is weg van haar. Ze legt haar vast in badpak, in haar witte beha en directoire, met haar saxofoon en met bloeiende kersenbloesem. Er zit één oprecht glamourportret in dit boek en dat is van haar zus – Arlene kon het niet laten.

Als ik over Mommie vertel dan voel ik me geroepen om het bij voorbaat te verdedigen, want ik kan niet uitstaan dat iemand het afwijst. En dat is mogelijk, want Arlene Gottfried deed alles wat niet hoort: er zijn plenzen flitslicht, er is onscherpte, onbeheerste beweging, slordigheid. Maar kijk eens hoe vertrouwd die blote armen van moeder en dochter elkaar raken. Hoe Karen de hand van haar Bubbie pakt. Eerst de intimitieit, dan de techniek, dat was de volgorde. Het is trouwens ingebonden in purperen kunstzijde met ingeweven bloemen. Daar had Bubbie vast graag een lapje van willen hebben voor haar unique fashion, zoals Gottfried haar zelfgemaakte jurken noemt.

Het gewone vastleggen

Drie vrouwen leven hun levens, in gelig kunstlicht, in hard daglicht, onsentimenteel. Hier legde een fotograaf het gewone vast. Het gewone van een bejaarde dochter en een hoogbejaarde moeder die elkaar een kusje geven, alsof de ene nog 3 is en de ander 23. Of neem die foto van het plastic douchegordijn met grote roze rozen. Ernaast hangt aan een ijzerdraad-hangertje een nachtjapon te drogen, gewassen, maar het vuil gaat er niet meer uit. Op een andere foto is de pon nog een mouwloze zomerjurk, met een bies en een rits. Dat gordijn en die nachtpon en de versleten badkamertegels zijn bewijsmateriaal. Mijn moeder was er, ik was er, wij waren er.

Fotograaf Viviane Sassen legt dingen vast die niet echt lijken. Lees ook het interview met haar: ‘Dat ik ‘vrouwenkunst’ zou maken kan me niet boeien’

Gottfried was ook een gretige New-Yorkse straatfotograaf. Ze had een grandioos oog voor de zelfkant en haar werk is vaak spectaculair. Ze legde strippers vast, volgde outcasts, fotografeerde in het ruige New York dat ze goed kende omdat ze er was opgegroeid. Ze wijdde een boek aan een gospelkoor dat oefende in een verlaten bezinestation, wat ertoe leidde dat zij, een Joodse vrouw, met dat koor ging optreden als gospelzangeres.

Mommie is anders. Het ontvouwt het geluk van vrouwen voor wie het leven niet lief was, maar zij waren dat wel voor elkaar. Onkwetsbaar werden ze er niet van, wel onafscheidelijk.

Onkwetsbaar werden ze er niet van, wel onafscheidelijk

In de eerste portretten van Arlenes moeder zitten er lichtjes in haar ogen. Op de tafel ligt een kruimel. Haar lichaam laat haar in de steek en blijven lachen is moeilijk. Allengs hartverscheurdender foto’s die plotseling worden onderbroken door een spetterende reeks portretten van de inmiddels 104-jarige Bubbie. Geboren in Odessa, in 1910. Als veertienjarige in haar eentje naar de VS gekomen waar ze de stammoeder werd van een hechte vrouwenfamilie. Hier fotografeerde Gottfried de geschiedenis van Joods New York. Niet voor niets zijn Bubbies portretten opgenomen in de collectie van The Jewish Museum in New York.

Toen moeder Mommie overleed, leed ze al jaren aan een invaliderende vorm van diabetes. De pijn is te zien in haar gezicht, haar zware lichaam beweegt zich moeilijk. Arlene Gottfried „wist niets anders te doen” dan haar lijden, wanhoop en moeizame sterfbed te fotograferen, schrijft ze. Deze foto’s zijn onbarmhartig en ze zijn groots.

Binnen enkele foto’s zijn zowel Bubbie als Mommie gestorven, maar stelt Arlene ook vast dat de liefde wint. Ze dwaalt met haar camera door het lege huis van haar Mommie en legt vast dat ze haar kwijt is. Een foto van de lege keuken. Van versleten jaloezieën. Van verweerd zeil op de vloer. En daar is Karen weer – duidelijk de jongste niet meer maar met een hoogzwangere buik.

Het einde is niet het einde, er is een nieuw begin. Haar baby wordt geboren en Arlene legt dat vast. Op de laatste foto van dit boek staat haar zuster. Met de rouw nog in haar ogen en met een stralende zuigeling op haar arm. Een nieuwe Mommie.

De mens volhardt. De liefde gaat door.

Arlene Gottfried, Mommie: Three Generations of Women. Uitgeverij Powerhouse Books. circa 36 dollar (zo’n 29 euro)
    • Joyce Roodnat