Hoe welgestelde stadskinderen zich misdragen (en ermee wegkomen)

Boek Nadat het feestje van zijn 15-jarige dochter was ontspoord, ging Roelof Broekman achter de jeugdige daders aan. Hij schreef er een boek over. „Ik voelde dat we hier als ouders opvoedkundig iets mee moesten.”

December 2016, de dochter van Roelof Broekman wordt vijftien. Ze vraagt of ze twintig vrienden voor haar verjaardag mag uitnodigen. Muziek, filmpje, een chillparty. Zouden haar ouders ergens anders willen gaan slapen?

Broekman en zijn vrouw hebben een paar voorwaarden: ze willen weten wie er komen, er wordt niet gedronken, niet geblowd. En als zich toch ongenode gasten aandienen, moet Vera haar ouders meteen sms’en. Ze slapen in een hotel vijf minuten lopen verderop.

Roelof Broekman (1967) wordt gebeld door het hoofdstedelijk gymnasium waar de dochter en haar vrienden op zitten. Het gerucht gaat dat er die vrijdag een feestje is zonder ouders. De school wil even checken wie er komen, want „er zijn er een paar die al wat verder zijn met alcohol enzo”. Broekman leest de namen voor; de raddraaiers op wie de school doelt staan er niet op. Broekman spreekt zijn waardering uit dat de school „dit soort dingen in de gaten houdt”.

Op de avond van het feestje wandelen hij en zijn vrouw na een etentje langs hun appartementencomplex. Alles is stil. Ze gaan met een gerust hart slapen.

Als ze de volgende dag thuiskomen horen ze van de buren dat het bal is geweest. Rennende, dronken kinderen door het gebouw en flessenregens vanaf de balkons. De blender en een beeldscherm zijn naar beneden gesmeten. De dure Macbook van een logé, een dochter van vrienden die stage liep in Amsterdam, is gestolen, met daarin maanden werk voor een prestigieuze opdrachtgever.

Drank en wiet

„Ik ben dom geweest”, zegt de dochter huilend. „Er zijn hier mensen geweest die hier beter niet hadden kunnen zijn.” Veertig feestgangers waren er gekomen, onder wie de bekende raddraaiers van school. Ze hadden ‘Vera’, zoals de dochter in het boek heet, aan de deur overgehaald hen binnen te laten en beloofd dat ze zich echt zouden gedragen. De helft van de jongeren had drank en wiet meegenomen, dat was buiten medeweten van Vera in een besloten WhatsApp-groep afgesproken.

Het huis stroomt vol. Broekman: „Vera weet: als ik mijn ouders nu sms, en die zien die drank en blowende kinderen hier, dan is het feest over.” Dat wil ze toch ook weer niet. Ze durft niet te sms’en.

Te jong

Broekman pakt de volgende dag meteen de telefoon. Hij en zijn vrouw bellen minstens twintig kinderen. Al snel blijkt dat alle aanwezigen de kaken stijf op elkaar houden. Niemand heeft wat gezien of gehoord. Als hij de dagen daarna bij de welgestelde en hoogopgeleide ouders van enkele jongens op de stoep staat, op zoek naar de gestolen Macbook, krijgt hij nergens het idee dat die echt begrijpen wat er aan de hand is. „Niemand had het gevoel: wij gaan dit oplossen, we gaan even meedenken”, zegt Broekman, in het dagelijks leven schrijver en componist. „En ik vond het nogal wat: diefstal, vernieling… Wat ik ook ongelofelijk vond was dat geen van de ouders van de veertig kinderen ons even heeft gebeld.” Ja, hij steekt de hand heus in eigen boezem: „We zijn ontzettend naïef geweest. Achteraf gezien was mijn dochter blijkbaar te jong om deze verantwoordelijkheid aan te kunnen.” Maar dat wil niet zeggen dat tieners kunnen wegkomen met dit wangedrag. „Ik vind dat je wél mag verwachten dat dit soort zaken niet gebeurt, ook als je niet thuis bent. Ik voelde dat we hier als ouders opvoedkundig iets mee moesten.”

Het lijkt me een betere balans als er wat minder aandacht is op jonge leeftijd en wat meer als kinderen ouder zijn

Roelof Broekman

In het onlangs verschenen Partycrash doet Broekman op thrillerachtige wijze verslag van de zoektocht naar de gestolen computer. Hij heeft al snel het gevoel dat het een perfecte casus is voor kritische beschouwing van de opvoeding van welgestelde stadsjeugd. Het boek schetst een beeld van hoogopgeleide en welbespraakte ouders in grote huizen met dure inrichting die zich laten ringeloren door brutale, dwingende kinderen. Ouders die wegkijken als hun 16-jarigen drinken en blowen, die niet controleren bij wie hun kinderen eigenlijk slapen in het weekend, die niet weten wie de vrienden van hun kinderen zijn. Broekman signaleert bij de gezinnen die hij bezoekt een gekke mengeling van kinderen pamperen en ze te vrij laten. „Geen van de minderjarigen heeft voor zover ik weet thuis straf gekregen voor drinken en blowen.”

„Tot hun puberteit vormen jonge kinderen het middelpunt van het gezin”, zegt hij. „Daarna trekken de ouders zich al snel terug in werk en privéleven, en wordt vader gezien als slappe privé-sinterklaas. Het lijkt me een betere balans als er wat minder aandacht is op jonge leeftijd en wat meer als kinderen ouder zijn.”

Lees ook: Hoe leer je een puber met geld omgaan?

Pas in het tweede deel van het boek, waarin Broekman reflecteert op de hedendaagse opvoeding, wordt duidelijk waarom de schrijver zo verbeten op detectivepad is gegaan. Hij zag iets dat hem al langer irriteerde: slimme kinderen van welgestelde ouders die dankzij goede schoolprestaties en welbespraaktheid wegkomen met wangedrag waar andere jongeren wél op worden afgerekend. Een gebrek aan ethisch besef dat, als de jongeren eenmaal in de hogere echelons aan het werk gaan, zoals in de top van de bankensector, de politiek of het bedrijfsleven, precies het soort bestuurders oplevert dat vooral aan zichzelf denkt en niet aan het grotere maatschappelijke belang. „Ik ben heel benieuwd of in de jonge jaren van deze mensen de wortels van het toekomstige kwaad zijn te ontdekken”, schrijft Broekman. En: „Als we niets hadden gedaan, waren we medeschuldig geweest aan een maatschappij waarin niemand zich nog druk maakt om het simpelste recht.”

Studentencorpsmentaliteit

„Al bestaat er zoiets als groepsdruk, het viel me toch tegen dat deze slimme en eigenzinnige gymnasiasten zich zo makkelijk lieten intimideren door enkelen, terwijl ze wisten dat het moreel over de grens was”, zegt Broekman. Eén van de jongens die uiteindelijk verantwoordelijk was voor de diefstal van de Macbook gebood via een voortdurend WhatsApp-offensief dat iedereen zijn mond moest houden over wat er gebeurd was. Broekman kwam erachter dat zelfs de meest ontwapenende, goed articulerende tieners glashard tegen hem logen om hun vrienden niet te verlinken. De schrijver ziet hierin niet de aandoenlijke solidariteit die jonge vrienden nu eenmaal kenmerkt, maar vergelijkt het met de studentencorpsmentaliteit waarin misdragingen onder de pet worden gehouden.

Lees ook: Onhandelbaar kind? Doe als Gandhi en Mandela

Intimidatie van kinderen via sociale media hebben ouders nauwelijks in de gaten, meent Broekman. „Als ik vroeger thuis was, was er alleen mijn zus of een van mijn ouders. Nu vormt zich rond een kind een virtuele, haast controlerende macht waarop je als ouder geen invloed hebt. Ik had soms het gevoel in mijn eentje te strijden tegen een hele groep met een leider die iedereen controleerde door middel van de smartphone. Ouders leggen het in digitale snelheid af tegen de jeugd en hebben soms geen idee van de parallelle wereld waarin hun kinderen leven.”

Broekman raadt ouders in het slot van het boek aan niet te bang te zijn om weer de leiding te nemen thuis, en contact te houden met andere ouders.

Hoe ging het met de computer? Uiteindelijk kreeg Broekman dankzij zijn „razende recherchewerk” de daders te pakken. Hij maakt met de jongens een afspraak om het geld voor de Macbook, die in het IJ bleek te zijn gegooid, terug te betalen. „Ik wilde niet dat hun ouders de Macbook wel even zouden afrekenen. Dus maakte ik een deal. Werken en mij tot de laatste cent terugbetalen, daarmee hadden ze wat mij betreft hun straf gehad.”

Roelof Broekman: Partycrash, hoe het feestje van een 15-jarige gymnasiaste volledig uit de hand liep. Uitgeverij De Brouwerij, 206 blz, 20 euro.
    • Annemiek Leclaire