Het is ‘fijn en knus’ wonen op 38 m2

Microwoningen De vraag naar kleine woningen, tussen 25 en 50 m2, groeit door de verstedelijking, maar ook doordat grotere huizen onbetaalbaar zijn. Woensdag verschijnt een onderzoek naar wie er in micro-appartementen willen wonen.

Valesca Meijer woont met haar zoontje van acht in een huis van 38 vierkante meter in Haarlem. Ze wil nooit meer anders. De foto's in dit artikel zijn bij haar thuis gemaakt. Foto’s Olivier Middendorp

‘Zullen we met de rondleiding beginnen?” Als Valesca Meijer (40) de voordeur opendoet, staat ze midden in haar woon- annex eetkamer; links van haar staat een bank met chaise longue, ertegenover onder het schuine dak een joekel van een tv. Rechts van haar een houten eettafel met vier stoelen eromheen. Meijer zet vijf stappen naar links en wijst dan lachend om het hoekje. „Hier is de keuken”, zegt ze. „En daar” – met een blik langs de eettafel naar twee deuropeningen – „zijn onze slaapkamers”.

Meijer woont met haar 8-jarige zoontje Yaden in een Haarlems huis van 38 vierkante meter; het zijn er 42 als je het plateau bovenaan de trap bij de voordeur meerekent. Alle voorzieningen die je in een normaal huis vindt, zijn aanwezig: een keuken met stromend water en een gasfornuis, een slaapkamer met een groot tweepersoonsbed en een aangrenzende badkamer met douche en toilet. Achterin het huis is een extra muurtje neergezet; erachter heeft Yaden zijn eigen hoogslaper, met daaronder een bureau voor zijn huiswerk.

Het huis van Meijer is een microappartement; een woning met een oppervlakte van tussen de 25 en 50 vierkante meter. De vraag naar deze kleine huizen groeit, berekende Stec Groep vorig jaar. Volgens het onderzoeksbureau, dat zich op de woningmarkt richt en in opdracht van de overheid onderzoek naar klein wonen deed, zijn de komende tien jaar 60.000 tot 100.000 microappartementen nodig, zo’n 8 tot 15 procent van de woningbouwproductie.

Verschillende factoren veroorzaken die groeiende vraag, zegt Bart Dopper, die namens Stec Groep het onderzoek deed. Hij noemt het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens (dat volgens het CBS van 2,9 miljoen in 2015 naar 3,7 miljoen in 2060 zal groeien), druk op de betaalbaarheid, verstedelijking en het toenemende belang van ‘woonidentiteit’.

Keuze voor een levensstijl

Dopper: „Dat klinkt alsof het uit een glossy komt, maar dat vinden mensen steeds belangrijker dan woonoppervlak. Met de keuze voor een klein huis in de stad, met veel voorzieningen, werk en sociale contacten nabij, kiezen ze voor een levensstijl die bij ze past.”

Meijer, die in Haarlem opgroeide, verhuisde in 2014 naar haar woning op de Tempeliersstraat, op een steenworp afstand van het historische centrum van de stad. Daarvoor woonde ze achttien jaar in Zeewolde, waar ze was gaan wonen vanwege de liefde. „Maar daar wil je niet dood gevonden worden”, zegt ze nu ze gescheiden is. „Het was er zo dorps, ik heb er nooit kunnen aarden.” Haar enige voorwaarde toen ze zocht naar een huis: in het centrum van een stad. „Ik heb spasmes in mijn armen en benen. Met mijn handicap is het handig dat alles dichtbij is.” Meijer heeft recht op een grotere gehandicaptenwoning, maar die wilde ze niet. „Die staan niet in het centrum. Ik wilde graag de anonimiteit van de stad terug. Ik vind het totaal niet erg dat mijn buren niet weten wie ik over de vloer heb.”

In een nieuw onderzoek dat deze woensdag verschijnt, onderzocht Stec Groep samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wie er in microappartementen willen wonen. Voor een klein deel – zo’n 10 procent – zijn dat ouderen, die terug willen naar de stad. Maar het overgrote deel – 80 tot 90 procent – zijn jongeren, die single zijn en flexibel wonen en werken.

Alle meubels van Fabienne Meijer staan op pootjes. Zo lijkt haar studio groter

Janouk Vermaas (24) woont in Rotterdam-Zuid in een huis van 35 vierkante meter. „Het was een perfecte optie”, zegt Vermaas in haar huis aan de Bevelandsestraat . „Mijn eigen plek, op een kwartier fietsen van het centrum, vlak bij een metro- en busstation, voor een betaalbare prijs.” Vermaas huurt haar woning voor 535 euro per maand.

Voor haar biedt de stad de mogelijkheid „spontaan met vriendinnen eropuit te gaan, zonder dat te hoeven plannen”. Daar heeft Vermaas, redacteur bij uitgever Vipmedia, wel het een en ander voor in moeten leveren. „Ik zou graag een aparte slaapkamer willen en een eettafel, maar dan moet ik een kleiner bed kopen en mijn bureau wegdoen.”

Voor Fabienne Meijer (22) was de keuze voor haar studio van 30 vierkante meter op de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam eenvoudig. „Ik betaal 875 euro per maand en dat is best veel geld. Maar ik woon wel centrum, centrum, centrum. Hier is sfeer: er zijn hier allemaal cafeetjes, restaurants en galerietjes, het Rijksmuseum ligt om de hoek. En ik dacht bij mezelf: hoeveel ruimte heb ik nou echt nodig?”

Om haar kleine woonoppervlak er toch wat groter uit te laten zien, heeft Meijer, manager bij journalistenorganisatie De Coöperatie, wat trucs toegepast. Bijna alle meubels staan op pootjes. „Daardoor zie je meer vloer en lijkt het groter.” Aan het voeteneinde van haar bed staat een rek met al haar kleren. „Als ik iets koop, moet ik ook iets weggooien.”

Het nieuwe onderzoek van Stec Groep dient als „handvat voor onder andere gemeenten”, zegt Dopper, die volgens hem „vaak nog huiverig zijn om microappartementen te bouwen”. Ze vrezen kwalitatief slechte huizen die door ontwikkelaars worden neergezet om snel winst te pakken, zegt Dopper. „Maar als je het goed doet, kan het de doorstroming op de woningmarkt bevorderen, helpen bij het oplossen van binnenstedelijk bouwen en kan het als tijdelijke oplossing fungeren voor de vraag op de woningmarkt.”

Artikel vol kanttekeningen

Er is ook kritiek op de bevindingen van Stec Groep. De Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling, een organisatie van diverse ministeries, gemeenten en ontwikkelaars, publiceerde vorig jaar een artikel vol kanttekeningen. „Dat er meer kleine woningen zijn gekomen is geen bewijs dat we kleiner willen wonen. Dat komt gewoon omdat we groter wonen vaak niet kunnen betalen”, staat in het stuk.

Dopper geeft toe dat er voor microappartementen druk op de woningmarkt nodig is, „want met lage huizenprijzen hoef je geen compromis te sluiten”. Maar volgens hem zijn de trek naar de stad, het feit dat mensen steeds flexibeler werken en wonen en de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens structurele oorzaken die niet beïnvloed worden door de situatie op de woningmarkt.

In Haarlem heeft Valesca Meijer besloten dat ze nooit meer anders wil dan een klein huis. Ook niet nu haar zoon ouder wordt. „We moeten binnen twee jaar wel een grotere woning om hem meer ruimte te geven, maar het liefst niet veel groter. Dan blijft het fijn en knus.”