Helft van de schilderijen in Frans museum blijkt vervalsing

Oplichting Bij renovatie van Musée Terrus in het Zuid-Franse dorpje Elne bleek dat 82 van de 140 schilderijen in de collectie vervalsingen zijn. Het gaat om werken van de negentiende-eeuwse fauvist Étienne Terrus.

Étienne Terrus, Gezicht op de haven van Collioure, 1890/1900. Dit is niet een van de vervalsingen, en blijft te zien in Musée Terrus.

Een museum in het zuiden van Frankrijk heeft meer dan de helft van zijn collectie overgedragen aan de politie, nadat experts hadden vastgesteld dat het vervalsingen zijn.

Portret van Étienne Terrus. Foto WikiCommons

Het gaat om Musée Terrus in het dorpje Elne, de voormalige woonplaats van de negentiende-eeuwse fauvist Étienne Terrus (1857-1922). Deze in Catalonië geboren schilder was bevriend met Henri Matisse en de beeldhouwer Aristide Maillol.

Na een renovatie opende het museum op 27 april dit jaar. Bij de heropening maakte burgemeester Yves Barniol bekend dat 82 van de 140 werken van Terrus vals zijn. Hij sprak van „een catastrofe voor de gemeente”.

Dat werd ontdekt door kunsthistoricus Eric Forcada, die door het museum was uitgenodigd om het museum opnieuw in te richten. Toen Forcada met een vinger over een schilderij ging, bleef de handtekening aan zijn witte handschoen hangen.

Bij bestudering viel het merendeel van de collectie door de mand, zegt Forcada. Die werken deugen stilistisch niet. Ze zijn op voor Terrus ongebruikelijk doek geschilderd, en ook staan in de stadsgezichten gebouwen die pas na de dood van Terrus zijn neergezet. Andere experts hebben de conclusies van Forcada bevestigd.

Étienne Terrus, Gezicht op Elne, niet gedateerd. Dit is niet een van de vervalsingen, en blijft te zien in Musée Terrus.
Étienne Terrus, Gezicht op Elne, niet gedateerd. Dit is niet een van de vervalsingen, en blijft te zien in Musée Terrus.

De gemeente Elne, die de werken de afgelopen twintig jaar aankocht voor zo’n 160.000 euro, heeft aangifte gedaan. Voorlopig is onduidelijk van wie de vervalste schilderijen afkomstig zijn. Kunsthistoricus Forcada wees in de plaatselijke krant L’Indépendant naar „corrupte regionale kunsthandelaren en veilinghuizen”.

Burgemeester Barniol beloofde in de krant documenten beschikbaar te stellen die naar de vervalsers leiden. „We geven niet op”, zei hij.

    • Arjen Ribbens