‘Een staking komt nooit uit de lucht vallen’

Staken 2017 telde het grootste aantal stakingen in de afgelopen dertig jaar. Waar komt die stijging vandaan?

NS-personeel staakt vorige maand in Arnhem. Foto Danny van den Berg/ANP

Afgelopen jaren ging het niet alleen economisch beter, we staakten óók meer. Met uitzondering van het jaar 2016 steeg het aantal werkonderbrekingen sinds 2011 ieder jaar. Het aantal stakingen bereikte in 2017 zelfs het hoogste niveau in bijna dertig jaar, liet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag weten.

Om 32 stakingen ging het vorig jaar, zeven meer dan een jaar eerder. Maar de toename zat hem vooral in de hoeveelheid werkdagen die door werkonderbrekingen verloren gingen. Dat waren er in 2017 ruim 306.000 – zestien keer zo veel als in 2016 en het hoogste aantal sinds 1995. Bijna 147.000 werknemers namen deel aan die stakingen.

1. Wie staakten er vorig jaar ook alweer?

Een willekeurige opsomming om het geheugen op te frissen: magazijnmedewerkers van supermarkten Jumbo en Albert Heijn, personeel van Holland Casino, NS-medewerkers, cabinepersoneel van KLM, fabrieksarbeiders van Unox, basisschoolleerkrachten.

Vooral die laatste groep sprong eruit. Begin oktober legden leerkrachten het basisonderwijs plat, om de politiek ervan te overtuigen meer geld vrij te maken voor hogere salarissen en het verlagen van de werkdruk. In het Haagse Zuiderpark demonstreerden 60.000 docenten.

Vier op de vijf stakingen werden georganiseerd door de vakbonden. Naar aantallen stakingen gemeten, voerden volgens het CBS de sectoren industrie (13) en vervoer en opslag (12) de boventoon. Bij elkaar legden bijna tweeduizend werknemers in deze sectoren het werk neer.

2. Wat was de oorzaak van het stijgende aantal stakingen?

Toch die lerarenstaking, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS. Het statistiekbureau mag geen cijfers over specifieke stakingen geven, en kan dus niet precies zeggen hoeveel leraren het werk neerlegden. „Maar als landelijk alle basisscholen meedoen, zijn er héél veel onderwijzers bij betrokken.”

Zonder de lerarenstaking was 2017 volgens Van Mulligen kortom minder uit de toon gevallen. Het is een effect dat vaker optreedt. „Een paar stakingen, soms maar één, zijn zo hardnekkig dat ze de bulk van het aantal verloren werkdagen opleveren.”

Dat was in 2012 bijvoorbeeld ook het geval, toen langdurige stakingen van schoonmakers een flinke piek veroorzaakten. In 2002 zorgden bouwvakkers voor een uitschieter.

3. De spectaculaire cijfers zijn dus een toevalstreffer?

Zeker niet, zegt Van Mulligen. „Zo’n staking als die in het basisonderwijs komt natuurlijk niet uit de lucht vallen.” Het gaat goed met de economie, maar werknemers zien dat niet altijd terug op hun loonstrookje. „En dan is de kans groot dat er meer gestaakt wordt”, aldus Van Mulligen. Dus ook als de onderwijzers niet hadden gestaakt, waren er in 2017 volgens de econoom meer werkonderbrekingen geweest dan in voorgaande jaren.

Voorzitter van vakbond CNV Maurice Limmen herkent dat beeld. „Als de lonen van werknemers niet meegroeien met de winsten van werkgevers, kun je erop wachten dat mensen zeggen: en nu wij.” Vakbond FNV ervaart dat leden zich ook meer bewust worden van de noodzaak actie te voeren, zegt voorzitter Han Busker. En dat komt volgens hem vooral door het beleid dat het nieuwe kabinet voert.

Economisch herstel leidt tot groeiende onrust, schreef NRC vorig jaar. Lees ook: Nederland is niet meer bang om te staken

Het komt erop neer dat de onderhandelingspositie van werknemers ondanks de aantrekkende economie niet groter wordt, terwijl je dat wel zou verwachten, aldus CNV-voorzitter Limmen. „Neem bijvoorbeeld de toegenomen flexibilisering.” Volgens het CBS steeg het aantal werknemers met een ‘flexibele arbeidsrelatie’ de afgelopen vijftien jaar met 856.000 tot bijna twee miljoen, vorig jaar had bijna een kwart van de werkzame beroepsbevolking een flexibel contract – zzp’ers niet meegerekend.

Bovendien werkt staken ook aanstekelijk, ziet Limmen: „Als de ene sector loonsverhoging weet af te dwingen, zien ze dat in andere sectoren ook.”