Er is te veel jargon in de zorg

Japke-d. vraagt door In de zorg, dáár gebruiken ze pas veel jargon. Op Twitter zag de ‘lulkoekbingo’ van ‘jeukwoorden’ uit de zorg. Ze ging op zoek naar de maker ervan.

Illustratie Tomas Schats

Als je Désirée Hairwassers op de kast wil krijgen, moet je woorden als „ketenregie”, „eigen verantwoordelijkheid” en „maatwerk” tegen haar zeggen. Dan gaat ze steigeren. Ze is namelijk allergisch voor jargon, holle clichés en vage termen – al helemaal als ze uit de zorg komen.

Ze noemt zichzelf ‘borstkankeractivist’, geeft als vrijwilliger advies aan kankerpatiënten en komt op voor patiëntenbelangen. Ze werd bekend op Twitter door de ‘zorglulkoekbingo’: haar verzameling van het ergste jargon uit de zorg, waarin woorden staan als ‘preventiekracht’, ‘dialooggestuurde zorg’ en ‘risicoregelreflex’. Ik belde haar om te vragen waarom ze zich zo ergert aan dergelijke termen, maar we hadden zoveel te bespreken dat ik het niet allemaal in één aflevering kreeg. Daarom volgende week het vervolg.

Je noemt je zelf ‘borstkankeractivist’.

„Ja. Het is geen leuke term, maar het is wat ik ben, dus zo ben ik me ook maar gaan noemen.”

Waar komt je activisme vandaan?

„Het zat al in me, maar het is erger geworden toen ik in 2007 zelf borstkanker kreeg. Ik was artsenbezoeker in die tijd, vertegenwoordiger in de farmaceutische industrie. Ik zag toen al dat er rare dingen gebeuren in de zorg, maar ineens zat ik er zelf middenin. Mijn eerste strijd was tegen de beweging die stelt dat als je maar positief genoeg denkt en er een gezonde levensstijl op nahoudt, je geen kanker krijgt. Dat is niet zo. Want ik was zelf een fitte, positieve vrouw van 36, maar kreeg het toch. Ik vind het vooral erg dat vrouwen met borstkanker een schuldgevoel wordt aangepraat, dat ze niet gezond en positief genoeg geleefd zouden hebben. Dat doet al die vrouwen geen recht. Zo is het begonnen.”

Je bent op Twitter heel fel tegen misstanden in de zorg.

„Ik ben al wat milder aan het worden. Kun je nagaan hoe erg het was, haha. Maar het heeft me geholpen in de verwerking van mijn ziekte. En het gaat me écht aan het hart. Ook daarom ben ik vaak fel.”

Wanneer begon je strijd tegen het zorgjargon?

„Het jargon stond me als artsenbezoeker al tegen, maar als patiënt werd ik er pas écht gek van. Ik begreep veel van wat me overkwam gewoon niet. Maar ik legde me er nooit bij neer: als ik iets wat een arts zei niet snapte of als ik niet de goede hulp of het juiste loket kon vinden, dan bleef ik doorvragen. Ik heb een grote bek. Ik word daar weleens moe van, maar uiteindelijk kwam ik erachter: assertiviteit loont. Veel mensen zijn niet zo assertief, en voor die mensen voer ik mijn strijd.”

Hoe begon de ‘zorglulkoekbingo’?

„Het begon met woorden als ‘matchability’, ‘budgettair kader’ en ‘toekomstbestendig’. Ik weet nog dat ik ze hoorde en dacht: wat betekent dat nou eigenlijk?! In 2013 begon ik dat soort woorden te verzamelen. Eerst waren het vijf kolommen en vijf rijtjes, 25 stuks dus. Maar bijna elke week moest ik uitbreiden omdat ik weer een nieuw woord hoorde. Toen het écht niet meer groter kon gebruikte ik een kleiner lettertype. Nu heb ik 16 rijen en zeven kolommen en kan er echt niks meer bij. Dus als ik nu nieuwe termen hoor moet ik eerst oudere schrappen. Ik heb er nu 112.”

Wel een mooi aantal, 112. Als het alarmnummer.

„Haha, ja. Dat zie ik nu pas.”

Van mij moest je de tien ergste kiezen.

„Ja, dat was bijna onmogelijk, maar dit zijn volgens mij de ergste. Op nummer 10: ‘ontschotten’. Het betekent zoiets als: zorgen voor zo min mogelijk bureaucratie en voor één aanspreekpunt voor patiënten. Want het is nu nog vaak zo dat patiënten gek worden van alle loketten waar ze heen moeten.”

Dat is toch mooi, ontschotten?

„Ja, in theorie is het een prima idee, maar het is een leugen. De realiteit is dat er in de zorg namelijk vooral druk getimmerd wordt aan nog méér schotten, lagen, heuvels, hindernissen en nieuwe aanspreekpunten. Bovendien gáát het in de zorg natuurlijk helemaal niet om minder schotten, maar om oplossingen. Ik bedoel, als je alle schotjes weghaalt, krijg je niet automatisch oplossingen voor patiënten. Die komen er pas als hulpverleners écht gaan samenwerken. Als dat niet beter wordt, heb je dus nog steeds niets aan ontschotten.”

Op 9 staat bij jou: ‘de patiënt centraal’.

„Ja, dat staat dan bij zorginstellingen op hun website. Kom op zeg, wat een open deur. Waar zou het anders in de zorg om moeten gaan, dan om de patiënt?”

Op 8 staat ‘mantelzorg’.

„Ja, ook zo’n verhullend woord. Het klinkt als een mantel – iets warms, iets gezelligs. Maar god, wat kan het broeien. Want ‘mantelzorg’ suggereert dat mensen nog veel meer voor hun naasten kunnen zorgen dan ze al doen, maar dat is helemaal niet zo. Ze doen vaak al het maximale. En in gezinnen waarin naasten niet meer willen zorgen, helpt dwang al helemaal niet. Daar komt mishandeling van. Ik zou dus zeggen: stop met het woord mantelzorg. Het wordt gebruikt om bezuinigingen op de zorg te maskeren en nog meer zorg af te wentelen op naasten. Stop met poeren in al die gezinnen. Of zeg anders: regel het zelf maar. Want dat is wat mantelzorg eigenlijk betekent.”

Volgende week: de top-7 van jeukwoorden in de zorg van Désirée Hairwassers.

Jeuktweets van de week

    • Japke-d. Bouma