Opinie

    • Maxim Februari

De verzamelde werken van Damien Hirst

Het spijt me vreselijk u te moeten zeggen dat ik het onderwerp van vandaag zelf ook niet kan volgen. Het is mij allemaal veel te abstract. Om toch de kwaliteit te kunnen waarborgen die u van mij bent gewend, heb ik een virtuele assistente in het leven geroepen. Wopkje Hondius heet ze. Wopkje is een jonge onderzoekster op het gebied van zelfreferentie en zij zal u door deze bijdrage leiden.

Waar zullen we eens beginnen? Eerst op eigen houtje het begrip ‘zelfreferentie’ opgooien? En dat dan ‘desambigueren’, zoals Wikipedia dat noemt? Nee, laten we meteen naar Wopkje gaan luisteren, dat is gezelliger. Ze is thuis aan het werk in haar kleine studeerkamer met uitzicht over de vijver in het stadspark en daar zit ze ijverig te typen. Buiten zoekt een ooievaar met zijn oranje snavel in het gras naar iets eetbaars, maar Wopkje ziet het niet, zo gegrepen is ze door haar onderzoeksplan, dat nu al tweeënhalf jaar lang haar leven volledig beheerst.

Museale verzamelingen en digitale architectuur: zo heet het onderzoek waaraan ze werkt. Er zijn kunstenaars die tentoonstellingen verzamelen, heeft Wopkje in haar inleiding alvast uitgelegd. Die zullen in hoofdstuk drie straks uitgebreid aan bod komen. Zulke kunstenaars, leert het eerste hoofdstuk, lijken met hun fascinatie voor zelfreferentie op ontwerpers van digitale structuren die werken met metaverzame… Nee! Stop! Wacht even, Wopkje. Wacht, wacht, wacht. Nee, dit gaat me echt te snel. Kun je het niet zo vertellen dat wij het ook nog begrijpen?

Neem Shea Hembrey, typt Wopkje Hondius in haar chatschermpje. Voor uw en mijn plezier probeert ze het nu zo simpel mogelijk te houden. Shea, zou je kunnen zeggen, is een kunstenaar die kunstenaars verzamelt. Voor zijn project How I became 100 artists heeft hij honderd kunstenaars bedacht die elk hard werken aan hun eigen project, tentoonstelling of oeuvre. Snap je dat? typt Wopkje. Of vind je het handiger als ik een voorbeeld van zo’n kunstenaar noem? Oké. Neem Hazel Clausen.

Hazel Clausen is een antropologe die meer inzicht wil krijgen in de werking van culturen. Daarom heeft ze besloten een kunstproject te beginnen en een Zwitsers volk te verzinnen, de Uvulieten. Hazel beschrijft hun manier van jodelen, laat borduursel met angorawol zien, geeft uitleg over hun methoden voor geboortebeperking en ze toont een foto van een van de voorouders, gespeeld door haar tante Irene.

Eventjes wachten weer, Wopkje. Even hernemen. Dus de Uvulieten zijn bedacht door Hazel Clausen? En Hazel door Shea Hembrey? Maar Shea Hembrey is echt? Nou en of, typt Wopkje in haar chatvenstertje. Jazeker, Shea bestaat. Je kunt hem volop zien praten en bewegen in een filmpje over zijn project dat sinds 2011 op TED.com al anderhalf miljoen keer is bekeken. En recenter heeft een andere echt bestaande kunstenaar, Damien Hirst, nog meer aandacht gegenereerd met een tentoonstelling die gaat over het maken van tentoonstellingen.

Wopkje Hondius wil eigenlijk verder. De diepte in. Haar onderzoek lonkt. Maar ze kijkt geduldig naar haar chatraampje om te zien of ik nog mee kan komen. Ze is gewend dat buitenstaanders haar onderzoek vaag vinden en dat ze onbegrip oogst als ze enthousiast vertelt hoe ze een boek schrijft over kunstenaars die tentoonstellingen verzinnen rondom culturen waarin kunstenaars verzamelingen aanleggen van projecten. Ze is eraan gewend dat mensen dan over belastinggeld beginnen.

Terwijl ik nadenk, kijkt Wopkje naar buiten. Bij de vijver liggen jonge mensen in het gras, en opeens voelt ze het vreemde verlangen opkomen bij ze te gaan liggen en met elkaar door het gras te rollen. Maar er klinkt een ‘ping’ ten teken dat ik een vraag heb gesteld. ‘Hirst?’, vraag ik. Damien Hirst, schijft Wopkje, heeft een schip verzonnen, de Apistos, dat in de eerste eeuw van de jaartelling met kunstschatten aan boord is vergaan in de Indische Oceaan. Tijdens de tentoonstelling Treasures from the Wreck of the Unbelievable liet Damien vorig jaar 189 kunstwerken zien die hij had opgevist uit dat verzonnen scheepswrak. Net als Shea Hembrey liet hij dus niet alleen kunstvoorwerpen zien, maar vooral ook systemen van tentoonstellen. Manieren om culturen te beschrijven. Museale methodologieën.

En met die metametamethodologieën geven kunstenaars een beeld van de wereld waarin wij zijn terecht gekomen, de virtuele wereld waarin alles bestaat uit systemen van structuren en verzamelingen van verzamelingen. En dat kun je ongrijpbaar vinden, maar het is wel zoals alles is. ‘Wacht, nog even, Wopkje’, zeg ik. ‘Dus dat scheepswrak is ook niet echt?’ ‘Nee’, zegt Wopkje. ‘En jij dan, Wopkje?’ ‘Ook niet’, zegt ze. ‘En ik dan, Wopkje?’, vraag ik. Wopkje? Wopkje….?

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari