De suppoost is het belangrijkst

Grunberg in het Stedelijk #1 De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Fotobewerking NRC

Suppoost Sergey werkt vandaag precies achttien jaar in het Stedelijk Museum. Hij komt uit Kazachstan en is begin jaren negentig als politiek vluchteling naar Nederland gekomen. Zijn dochtertje is in Kazachstan vermoord. „Het was een aanrijding”, zegt hij, „maar de aanrijding was moord.”

De eerste ochtend in het museum ben ik aan hem gekoppeld. De suppoost is de belangrijkste persoon in het museum. De kunst verhoudt zich tot de suppoost als de orgelmuziek in de kerk tot het altaar.

Sergey vraagt: „Ben jij Joods?”

„Ja”, antwoord ik.

Hij zegt: „Mijn moeder is Joods, mijn vader was een kozak. Ik ben een Joodse kozak.”

We beginnen bij de hoofdingang die post 3 wordt genoemd, de lievelingspost van Sergey. Om het halfuur worden de suppoosten afgelost en gaan dan op een andere plek staan.

Sergey laat me een boek zien waarin foto’s en beschrijvingen staan van mensen die het museum niet meer in mogen. „Geen criminelen”, zegt Sergey, „maar ze hebben zich misdragen.”

Ik zie een foto van vriendelijk ogende oudere heer, daarnaast staat dat hij de gewoonte heeft bezoekers lastig te vallen.

„Ik ben opgeleid om verdachte personen te herkennen”, zegt Sergey. Uit zijn houding blijkt dat hij weinig verdachte personen verwacht deze ochtend. Meer oog heeft hij voor bezoekers met kinderwagens, want die moeten door een speciale deur.

Als hij een vrouw met kinderwagen ontwaart, klopt hij op het raam en roept: „Madame.”

Tussen twee kinderwagens door vertelt Sergey: „Ik ben dichter, maar ik dicht in het Russisch, voor familie en vrienden. En ik ben visser. Ik vis met mijn kleindochter.”

Dan zegt hij: „We hebben nooit problemen met bezoekers, we hebben soms problemen met het gedrag van bezoekers. Bijvoorbeeld, een bezoeker verwacht een kunstwerk aan te treffen en het is er niet. De bezoeker wordt boos. Dan stuurt de suppoost de boze bezoeker naar de infobalie. „Negentig procent van de klachten wordt opgelost.”

Sergey praat graag. „Schrijvers zijn de gevaarlijkste mensen op deze wereld,” zegt hij. „Gevaarlijker dan Bin Laden. Zij kunnen miljoenen mensen vernietigen.”

Ik typ dit stuk in de Audi-zaal voor een muurschildering van Karel Appel. De kunstenaars die aan andere kant van de zaal zullen werken beginnen morgen.

Een grootvader met kind wijst op de muurschildering en zegt: „Kijk, Karel Appel.”

Dan ziet hij mij en zegt: „Laten we doorlopen.”

De schrijver is een enge man, maar dat had ik al begrepen van Sergey.

(Wordt vervolgd)