Commissie ziet een kans om te sturen met geld

Post-Brexit

De EU-begroting moet minder rigide worden om beter te reageren op onverwachte gebeurtenissen.

Premier Mark Rutte en voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker tijdens een Brusselse EU-top in maart. Foto Olivier Hoslet/Reuters

De geopolitieke vakantie van de Europese Unie is voorbij, toch? Niet als je naar de Europese begroting kijkt. Die gaat vooral over, op het oog, banale subsidies voor landbouw, wegen en bruggen. Voor de echt grote uitdagingen – eurocrisis, migratie, Brexit, Oekraïne, Syrië, Libië – moet het geld steeds opnieuw weer bij elkaar gesprokkeld worden.

Als het aan de Europese Commissie ligt, verandert dat. Woensdag komt zij met voorstellen voor de komende meerjarenbegroting, zoals gewoonlijk vastgelegd voor een periode van zeven jaar (2021-2027). Het startschot voor een bikkelharde onderhandeling die weleens twee jaar zou kunnen duren, tot na de termijn van de huidige Commissie.

Aan de details is tot op het laatst gesleuteld, maar de richting is duidelijk: de EU-begroting moet niet alleen omhoog, maar moet vooral ook minder rigide worden, zodat in Europees verband ook gedurende die zeven jaar beter kan worden gereageerd op onverwachte gebeurtenissen. Voor nieuwe prioriteiten zoals de bewaking van de buitengrenzen is naar schatting 100 miljard euro extra nodig, eentiende van de huidige begroting.

De Europese begroting rond krijgen is deze keer volgens ingewijden moeilijker dan ooit. Een banale subsidiepot omtoveren tot nuttige ‘oorlogskas’ mag dan als een goed idee klinken, het betekent ook dat oude zekerheden en verworven rechten op de helling staan, en dat klinkt meteen al minder fijn. „Niemand zal woensdag helemaal juichend op de banken staan”, zegt een EU-diplomaat.

De begroting staat toch al op z’n kop

Tegelijkertijd is dit wel het uitgelezen moment om wat te proberen. Door het Britse vertrek uit de EU – van een grote ‘netto-betaler’ dus – staat de begroting tóch al op z’n kop. Volgens sommige schattingen is er straks 6 procent minder te besteden. „Het is lang geleden dat we zo’n kans hebben gehad om tot een radicalere hervorming te komen, en dat komt ook door Brexit”, zegt Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66).

Volgens de Commissie moet er bij de verdeling van het geld minder worden gekeken naar de omvang van economieën, zoals nu gebeurt, en meer naar specifieke problemen die de EU als geheel aangaan. Dit kan leiden tot meer aandacht voor Zuid-Europa: dat werd hard geraakt door recente crises en kampt met volle vluchtelingenkampen en jeugdwerkeloosheid.

Oost-Europa, waar momenteel nog de grootste netto-ontvangers zitten, zou in dat scenario de geldstroom deels zien opdrogen. De Commissieplannen worden daar dan ook weggezet als wraak, omdat Polen en Hongarije weigeren asielzoekers op te nemen en onder vuur liggen wegens politieke bemoeienis met de rechterlijke macht. Naar verluidt komt de Commissie woensdag met een plan om EU-subsidies te koppelen aan het respect voor de rechtsstaat. Maar deze ‘voorwaardelijkheid’ zal volgens ingewijden nooit heel sterk worden, aangezien de EU-begroting unanimiteit onder de lidstaten vereist.

Ook zonder die koppeling zit Oost-Europa in een lastig parket. Paradoxaal genoeg omdat het sociaal-economisch relatief goed gaat met de regio. Sommige landen en regio’s in het oosten zijn ‘te welvarend’ om nog massaal voor cohesiefondsen in aanmerking te kunnen komen.

Ook Nederland zit in een spagaat. Premier Rutte wil in beginsel dat de EU-begroting net als de EU zelf na de Brexit kleiner wordt, of relatief gelijk blijft: 1 procent van alle economieën in de EU bij elkaar opgeteld. In tegenstelling tot de Commissie en veruit de meeste EU-landen. De Commissie zou er structureel minstens 13 procent bij willen, om te laten zien dat de EU zich door de Brexit niet laat ontmoedigen, en zelfs haar ambities opschroeft.

Het nee van Mark Rutte is niet heel stellig: de premier beloofde de Tweede Kamer eerder dit jaar niet meer dan dat hij zijn best zal doen om de EU-begroting in toom te houden. Een andere manier om te zeggen dat hij in de komende onderhandelingen manoeuvreerruimte nodig heeft, misschien wel meer dan ooit, en zich niet op voorhand wil laten verleiden tot ‘rode lijnen’.

Lees ook: Polen ontvangt vanaf 2014 tot 2020 77 miljard euro van de Europese Unie om projecten te financieren. Het land dreigt samen met andere Oost-Europese lidstaten in te moeten leveren vanaf 2021.

Deels is dat omdat Nederland zich niet langer kan verschuilen achter het Verenigd Koninkrijk, dat voorheen graag de dwarsligger speelde. Deels komt het door Duitsland, dat vaak op één lijn zit met Nederland, maar als het om de EU-begroting gaat een verruiming bepleit. Nederland moet het ditmaal helemaal zelf doen.

Rutte heeft ook inhoudelijke argumenten om er niet met gestrekt been in te gaan. Nederland krijgt als grote netto-betaler al jaren een jaarlijkse korting van 1 miljard op de bijdrage aan de EU-begroting. Maar eigenlijk betaalt Nederland die korting zelf, omdat deze indertijd ten koste ging van Horizon 2020, het Commissieprogramma voor onderzoek en innovatie, precies die zaken waarin Nederlandse universiteiten uitblinken.

Dat wordt het grote dilemma voor Rutte: houdt hij vast aan de korting en aan een kleinere EU-begroting? Of richt hij zich niet op kwantiteit, maar op kwaliteit? Op een gemoderniseerde EU-begroting waar Nederland meer aan bijdraagt, maar waar het ook meer voor terugkrijgt.

    • Stéphane Alonso