Brieven

Brieven

Foto Capital Photos

Jos Palm stelt dat Gerard Aalders in zijn biografie van koningin Wilhelmina geen waterdicht bewijs heeft geleverd voor diens vaststelling dat beleid van de koningin tientallen verzetsmensen het leven heeft gekost (NRC, 27/4). Aalders verwijst in deze kwestie naar mijn dissertatie over het verzet (1989). Eén voorbeeld hieruit. Op 22 september 1944 wordt verzetsleider Johannes door een Duitse wachtpost aangehouden. Op hem vinden zij een notitie, gericht aan Evert, leider van een andere verzetsgroep. Op diens adres doet de Duitse politie de volgende morgen een inval, waar ze alleen Everts vriendin aantreft. Nog diezelfde morgen leidt zij een Duits commando naar Johannes’ hoofdkwartier. Enkelen ontkomen. Mijn vader, grootvader en een medestrijder niet. Ter plekke worden zij vermoord. De villa wordt opgeblazen, hun lijken erin gelegd. De verraadster had Evert kort daarvoor naar Johannes’ hoofdkwartier vergezeld om te praten over de opdracht uit Londen het verzet samen te voegen. Zo kende zij ook de adressen van twee andere verzetsmensen, die ook door haar verraden en door de bezetter vermoord werden. Dit toont hoe de veiligheid van verzetsmensen aan ‘hogere’ politieke belangen ondergeschikt werd gemaakt. Zonder Wilhelmina’s streven naar centralisatie hadden Johannes en Evert elkaar vrijwel zeker niet ontmoet.


historicus
    • Coen Hilbrink