‘Dat ik ‘vrouwenkunst’ zou maken kan me niet boeien’

Juichende borsten, een man met een kind op zijn hoofd. Fotograaf Viviane Sassen legt dingen vast die niet echt lijken. „Mijn foto’s zijn luiken naar andere werelden, niet een methode om de werkelijkheid vast te leggen.”

Zelfportret Viviane Sassen

In het atelier van Viviane Sassen valt het direct op, op haar foto’s aan de wanden. Het blauw. Er tekent zich een silhouet tegen af. Of het gezicht van een vrouw. Of dat stel borsten die, zo lijkt het, op hun rug liggen te juichen. Dit is een fotograaf die de werkelijkheid een duwtje geeft.

Als ik haar vraag wat we moeten met dat juichende blauw, lacht Sassen luid. Ze zegt: „Ja, het juicht wel, hè”. Maar binnen een ogenblik haalt ze haar lach weer binnen en wordt dromerig. „Het is het blauw van alle mogelijkheden. Je duikt erin en je hebt een droom. Precies weet ik het niet, ik volg mijn intuïtie. Mijn foto’s zijn luiken naar andere werelden, niet een methode om de werkelijkheid vast te leggen. Fotografie vind ik eigenlijk iets futiels, wat stelt het nou helemaal voor? Toch is het magisch. Ik ben fotograaf, maar ik leg dingen vast die niet echt lijken. En die er toch echt zijn doordat ik ze zo heb geregeld. Dat schemergebied vind ik te gek. Ik word regelmatig wakker met een beeld dat erom vraagt uitgevoerd te worden. Die foto van de man met het kind boven op zijn hoofd komt uit een droom. Ik heb er direct nadat ik wakker werd een tekening van gemaakt. Jaren later ensceneerde ik dit beeld pas, in Ghana, met een man die ik niet kende maar die best wilde poseren. Eerst met een meisje. Dat ging niet. Ze was te lang, ze viel van zijn hoofd. En toen zei een jongetje dat stond te kijken: mag ik het doen? Hij leek me te klein maar nee, hij hing prachtig. Hij draaide zijn gezicht naar me toe en keek me aan. Dat klopte niet met mijn droom, maar hij wilde het niet anders. Die foto werd precies goed – dankzij dat jongetje.”

We zitten aan een enorme tafel in haar lichte atelier. Het ligt op een etage aan een mooie Amsterdamse gracht, maar die heeft Sassen buitengesloten. Hier heerst haar eigen wereld, met boeken, foto’s, bloemen in een grote vaas.

Viviane Sassen (45) studeerde in Arnhem op de modeafdeling van de kunstacademie, maar maakte die studie niet af. „Patroontekenen, kleding naaien, het was niets voor mij.” Ze werd model („Ik was heel lang en heel dun”), onder andere voor Viktor & Rolf. Ze had een mooie tijd, maar een doorsnee model was ze niet. Ze begon al snel mee te denken over de fotografie en zag andere mogelijkheden dan de – vaak mannelijke – fotografen. „Die zochten altijd naar een sexy image. Veel fotografen geven geen zier om die kleding. Beroemde modefotografen als Guy Bourdin en Helmut Newton waren gewoon gefascineerd door de vrouwen en de seks.

„Wat er tussen model en fotograaf gebeurt, is zeer intiem. Normale omgangsvormen verschuiven en machtsmisbruik komt in de mode veel voor. Het is een deel van de cultuur. De #MeToo-beweging maakt van alles los. Fotografen worden ter verantwoording geroepen. En terecht. Ik ben zelf nooit slachtoffer geweest. Maar toen ik een camera in mijn handen kreeg, ben ik direct begonnen met het maken van naaktportretten, van mezelf en van vriendinnen. Zo heroverde ik de macht.”

De foto’s zijn sensueel, soms bijna agressief

Viviane Sassen

Sassen werd modefotograaf en dat is ze nog steeds. Maar modefotografie doet haar niet zo veel meer, vertelt ze, haar autonome werk gaat voor. Wat niet wegneemt dat ze af en toe nog een modeshoot doet, gewoon omdat ze het leuk vindt. „Ik speel het spel graag. Meestal werk ik met een vrouwelijk team. De seksuele lading ontbreekt, we zijn een soort zusters. Tegenover de modellen stel ik me moederlijk op. Merk ik dat een stylist een model pusht om iets aan te trekken waar ze zich niet bij op haar gemak voelt, dan zeg ik: doe maar niet. Het is het niet waard. Ik werk niet met heel jonge meisjes. Ik wil zien dat een model levenswijsheid heeft en kennis in d’r kop.”

We praten door over modefotografie, over de geneugten van het toeval, met een model dat een teen breekt of regenbuien op de set. Sassen houdt daarvan, het dwingt haar tot creativiteit. Maar nu wil ze ophouden over mode: „Mijn autonome werk is meer een spiegel van mijn ziel dan mijn modefoto’s.”

Ik kijk haar atelier rond en zie op een plank boeken die met de ruggen naar achteren zijn gekeerd. Er staat een siliconen borst tussen. Wat is dat nou? Sassen vertelt dat een tijdschrift haar had gevraagd om een foto van haar boekenkast. Ze zei geen nee, maar een foto die onthulde welke boeken ze heeft, was haar te persoonlijk. En dus keerde ze de boeken om, zette er die borst tussen en maakte de gevraagde foto.

In twee van uw fotoboeken is uw muze een model: Roxane (2012) en Roxane 2 (2017).

„Nee, ze is geen model, ze is stylist: Roxane Danset. Ze heeft me geïntrigeerd vanaf de eerste keer dat ik haar ontmoette. Ze werd een vriendin, maar nog altijd kan ik haar niet peilen. Ze oogt als een filmster uit de jaren twintig en ze verenigt allerlei vrouwen in zich. Ze is eind 30 nu. Ik zei dat ik haar wilde fotograferen en zij was overal voor in. Roxane 1 werd heel Frans, heel erg Parijs. Roxane heeft een voorliefde voor theatrale kledingstukken, maar vaak leidt kleding af, of het stuurt in een specifieke richting. Ik had het gevoel dat er meer in onze samenwerking zat en vroeg of ik haar naakt mocht fotograferen. Ze zei gedecideerd: ‘Daar moet ik over nadenken’. Jaren later, ze had inmiddels nog een zoon gekregen en woonde in New York, stuurde ze me de e-mail waar ik allang niet meer op had gerekend: ‘Ik heb erover nagedacht, laten we het doen’. Ze gaf zich helemaal over.”

Naakt is in dit boek meer dan geen kleren aan.

„Ja. Ook omdat we een serie beoogden die vrouwelijke kracht moest uitstralen. Ik met mijn foto’s en zij door middel van wie zij is.”

Roxane toont haar lichaam. Wat zien we van u?

„We hebben de foto’s samen bedacht, in en om een huis dat we hadden gehuurd in de Franse Provence. Drie dagen lang stuurden we onze mannen en kinderen overdag op excursie en gingen samen aan het werk. We hadden allebei een koffer vol met spullen meegenomen. Verf en touw, badmintonrackets, kleding, noem maar op. Ik had al vaak gewerkt met verf op lichamen. Het was een bezeten experiment.”

Er is een beeld van Roxanes blote achterkant in een roze schort, een klassiek soft-erotische pose.

„Dat vind ik niet de sterkste foto, hij is mij te naughty. Maar ik ben pragmatisch: het is leuk voor haar dat deze in het boek zit.”

U laat veel van haar zien, maar u zit niet tussen haar benen, mag ik het zo zeggen?

„Sommige poses dreigden pornografisch te worden, die fotografeerde ik niet. Ik heb wel foto’s van haar schaamstreek, met verf, zonder verf, of met een schaduw van een rood vlak en mijn hand erover. Het echt groteske lukt niet, het zit niet in mijn aard.”

Gaat dit boek over mooi?

„Nee, over levensvreugde. De foto’s zijn sensueel, soms bijna agressief. Dat wordt weleens voor onvrouwelijk versleten, wat onzin is. Het komt voort uit Roxanes drang om zich te uiten. Schoonheid en niet-schoonheid vloeien samen. Haar lichaam is prachtig maar ze heeft striae, ze is eigenlijk te dun. Je ziet dat haar lijf een geschiedenis meedraagt.”

U fotografeerde ook afdrukken van blauwgeverfde borsten.

„Dat zijn de mijne. Toen Roxane weg was, heb ik bij de Carrefour een pak papier gekocht en verf. Ik beschilderde mijn borsten en maakte afdrukken die ik in de tuin van het huis heb gefotografeerd. Als tegenwicht tegen de turbulentie van de beelden met haar en als rustpunt in het boek. Maar ook omdat ik me letterlijk tot Roxane wilde verhouden. Net als met mijn schaduw versterk ik er mijn aanwezigheid mee. Je weet nooit zeker waar zij ophoudt en ik begin.”

Untitled from Roxane II, 027b, 2017

Alle foto’s Viviane Sassen / Stevenson Gallery, Kaapstad
D.N.A., 2007
Links: Untitled from Roxane II. 027b 2017. Rechts: D.N.A. 2007
Alle foto’s Viviane Sassen / Stevenson Gallery, Kaapstad

Naast foto’s waarmee ze vrouwelijkheid uitdraagt, is Viviane Sassen beroemd om haar surrealistische, donkere beelden uit Afrika. Zwarte mensen, gefotografeerd door een witte vrouw. De foto’s zijn geworteld in haar verleden. Vanaf haar tweede woonde ze met haar ouders in Kenia waar haar vader arts was. Toen ze bijna zes was, verhuisde het gezin terug naar Nederland. „Ik herinner me hoe raar ik het vond dat het kindeke Jezus ineens wit was. En Maria en Jozef ook. Ze leken niet echt. Voor mij was een mens in principe donker. In Kenia tekende ik al jong heel fanatiek: poppetjes, met zwart krijt. Jip en Janneke waren geïllustreerd met de silhouetjes van Fiep Westendorp: zwarte kinderen. Mijn vriendjes waren donker, ik was meestal het enige witte kindje in de klas.”

En nu reist u over de wereld en maakt u foto’s van zwarte mensen.

„Meestal wordt een donkere huid gefotografeerd in zacht licht. Ik doe vaak het tegenovergestelde, ik maak foto’s op het middaguur, pal in de zon. Ik kijk hoever ik kan gaan, ook met foto’s die zo donker zijn dat je bijna niet meer ziet wie erop staat. Je kunt de gezichten niet goed onderscheiden en dat leidt ertoe dat ik ter verantwoording geroepen word. Ik begrijp dat wel. Aanvankelijk legde ik het uit door te zeggen dat mijn werk is ingegeven door particuliere jeugdherinneringen en dat het niet politiek is.”

De politiek dringt zich nu eenmaal op doordat u als wit mens donkere mensen fotografeert die soms bijna onzichtbaar zijn.

„Precies. Het is problematisch. Op Instagram krijg ik verwensingen die buiten iedere proportie zijn: je vermoordt zwarte baby’s, schreef iemand, je verkracht zwarte mensen. Het is moeilijk om zulke kritiek te incasseren. Natuurlijk trek ik me dat aan. En ik denk er veel over na. Voor mij was het een openbaring om te erkennen dat discriminatie in iedereen latent aanwezig is, ook in mij. En me daarvan bewust te zijn. Ik ben nu voorzichtiger, minder naïef.

„Ik voel me vaak een beeldhouwer. Ik heb een liefde voor sculptuur en voor kleur en compositie. Daarom maak ik bijvoorbeeld die beelden van mensen die één wezen worden, zoals die foto van twee meisjes verstrengeld met een bananenblad. Het maakt niet uit of ik kijk naar een plant of naar een lichaam, blank, zwart, of blauw. Ik vang een vorm. Maar wanneer ik op die manier donkere lichamen of gezichten fotografeer, heb ik de schijn tegen en lijkt het of ik de mensen reduceer tot object. Ik kan alleen maar zeggen dat al mijn foto’s zo zijn. Dat een abstracte foto waar je alleen een rug ziet, toch een gedachte kan wekken of een emotie kan uitdrukken. Tegelijk moet ik er rekening mee houden dat de wereld daar geen boodschap aan heeft.”

Is een foto niet van wie ernaar kijkt?

„Nee, waarom?”

Omdat de kijker interpreteert, en zo bezit van de foto neemt.

„Dat is waar. Daarom zijn foto’s spiegels. Als jij een seksistische man bent, zie jij iets heel anders dan ik heb bedoeld. Wie er gelijk heeft, valt niet te achterhalen. Dat is een raadsel en dat bevalt me.”

In uw werk valt veel slagschaduw. Uw bekendste fotoboek heet Umbra: schaduw.

„Fotografie is schilderen met licht, zeggen ze, maar ik schilder liever met schaduw. Schaduwen hebben altijd een grote rol gespeeld in mijn werk. Het ging vanzelf, ze doken op. Ik wilde weten hoe dat kwam en stuitte op de archetypen van de psyche volgens Carl Gustav Jung. De schaduw is volgens hem de kant van jezelf die je niet wilt laten zien. Niet aan de buitenwereld en niet aan jezelf. Het is waar je bang voor bent of waar je je voor schaamt. Gaan mensen te moeizaam met hun schaduwkant om, dan ontsporen ze. Kun je met je schaduw overweg dan heb je meer kans op gelukkig zijn.”

HCG, 2017. Foto Viviane Sassen

Heeft Umbra u gelukkig gemaakt?

„Ik denk het wel. Licht kan niet zonder schaduw, leven niet zonder dood. Verlangen kan niet zonder angst. Dit boek gaat over de angst voor de dood en het verlangen om niet alleen te zijn maar met iemand samen te smelten. Meer wil ik hier niet over vertellen. Het wordt me te letterlijk.”

Op de laatste pagina draagt u Umbra op aan uw vader die door zijn schaduw werd ingehaald – ‘whose shadow travelled faster than he did’.

„Ik ben de schaduw in mijzelf op gaan zoeken: die werd geworpen door de dood van mijn vader. Toen ik 22 was, maakte hij een einde aan zijn leven. Hij leed aan zware chronische hoofdpijn na een hersenoperatie. Hij was een bevlogen man, een levensgenieter. Maar hij werd beknot in alles wat hem levensvreugde bood.

„In Afrika lag de dood om de hoek, letterlijk op straat. In Nederland had mijn vader praktijk aan huis, de dood was onderwerp van gesprek. Op mijn negentiende ben ik tijdens een reis in India doodziek geworden. in twee dagen tijd verloor ik zeven kilo, kwam daardoor in een delirium en wist zeker dat ik daar het loodje zou leggen; in een visioen zag ik mezelf in een kist de berg afgedragen worden. De doodsangst die me had bevangen heb ik door Umbra recht in de ogen gekeken en grotendeels getemd.”

In een hoekje van Umbra, achter een niet-opengesneden pagina, drukte u vier pasfoto’s van uzelf af. U bewerkte uw ogen tot glazen stuiters, uw mond inktte u zwart.

„Die zijn uit het jaar nadat mijn vader was overleden. Ik moest zien te overleven. Wat dood zijn betekent kunnen wij tijdens ons leven niet beseffen, tenzij we er een abstractie voor vinden. Het Zwarte Vierkant van Malevitsj was altijd mijn favoriete schilderij. Daarop bracht hij het oneindige zwarte niets terug tot menselijke proporties en damde hij de doodsangst in door hem, húp, in een vierkantje te stoppen.”

Wat heeft Umbra u gebracht?

„Bevrijding. In de woestijn van Namibië fotografeerde ik met gekleurde perspex platen waar ik gekleurde schaduwen mee maakte. Die foto’s zijn een conclusie. Met dit boek kon ik rouwen over de dood van mijn vader zonder bang te zijn voor die van mij.”

En nu ligt er een nieuw boek: Of Mud and Lotus. Over moederschap.

„Niet alleen. Ook over vruchtbaarheid en het woekeren van leven en als tegenhanger van Umbra, dat zo zwaar was. Misschien is het boek ook ingegeven door de vergankelijkheid van mijn eigen vruchtbaarheid.

Ultramarine, 2017
Untitled from Roxane II, 035, 2017
Links: Ultramarine 2017. Rechts: Untitled from Roxane II. 035 2017
Foto’s Viviane Sassen

„Ik heb het onderwerp ruim genomen. Van een foto van een pelikaan, in elkaar gedoken als een foetus, tot een foto van het houten vruchtbaarheidsbeeldje dat mijn tante in Lagos aan het strand vond. Vrouwen die zwanger willen worden, gooien ze in de zee.”

Een boek over vruchtbaarheid wordt snel pathetisch. Dit niet. Hoe heeft u dat ondervangen?

„Niet. Ik dacht, ik ben nu, hopelijk, op de helft van mijn leven en ik wil maken waar ik zin in heb. Soms is een foto op het randje van kitsch. Kan me niet schelen. En dat ik ‘vrouwenkunst’ zou maken kan me ook niet boeien. Het impliceert dat het minder goed zou zijn dan ‘mannenkunst’. Een totaal verwerpelijk idee natuurlijk. Ik houd van foto’s zoals die van een tepel waar een druppel melk uitkomt, je ziet nog net de pink van een kindje. Ik heb banale beelden gecomponeerd en die compleet vervreemdend gefotografeerd, zodat je even niet weet wat je ziet. Op Instagram worden beelden met blote borsten vaak automatisch gecensureerd. De mijne niet, want die computer herkent ze niet als borsten.”

Ik zie eieren, paddestoelen. Ik heb het gevoel dat het over heel wat meer gaat dan vruchtbaarheid. Maar ik weet niet wat.

„En dat is de bedoeling. Er zijn beelden bij die ik zelf ook niet begrijp, dat moet, anders raak ik er te snel op uitgekeken.”

Maakt u weleens een zelfportret?

„Ik heb toevallig net met mijn iPhone fotootjes van mijzelf gemaakt, want de redactie van NRC wilde graag een zelfportret. Ik maak nooit selfies maar ik dacht deze is wel aardig.”

Viviane Sassen houdt haar telefoon omhoog. In plaats van de uitgesproken kunstenaar die tegenover me zit, zie ik een keurige blondine.

Leuke foto, maar u lijkt er helemaal niet op.

„Nee? Wat ziet u dan?”

Een heel andere vrouw.

„Echt?”

Van 22 juni t/m 7 oktober is het werk van Viviane Sassen te zien in het Hepworth Wakefield Museum in Wakefield, Engeland.

    • Joyce Roodnat