Spaanse douane is machteloos als de narcos hun hasj overvaren

Drugshandel Spanje

Dagelijks komen zo’n tien drugstransporten via de Straat van Gibraltar in Spanje aan. De Spaanse douaniers kunnen de strijd nauwelijks nog aan. Ze hopen op steun uit Europese landen, ook uit Nederland. Maar die voelen daar weinig voor.

Douaniers turen met verrekijkers over zee. Maar drugssmokkelaars laten zich op klaarlichte dag niet zien. Foto Emilio Morenatti/AP Photo

Filmpjes op You Tube laten tot in de details zien hoe de drugsbendes in de Straat van Gibraltar te werk gaan. Met razendsnelle speedboten brengen ze honderden kilo’s hasj in een half uur van Marokko naar Spanje. Op het strand van La Línea staan handlangers klaar om de pakketten van dertig kilo aan te pakken, in terreinwagens te laden en naar een tijdelijke ‘opvang’ te brengen. Nog geen twintig uur later kan de hasj in Berlijn, Antwerpen of Rotterdam zijn. In La Línea getuigen een dag later alleen bandensporen op het strand nog van de lucratieve handel.

Studio NRC

Smokkel is in La Línea, waar een derde van de bevolking werkloos is, net zo oud als het smoezelige Spaanse kuststadje zelf. Noord-Afrika ligt op slechts dertig kilometer afstand. Het is er altijd een kat- en muisspel geweest tussen handelaren en autoriteiten. Voorheen ging het om penicilline, suiker, koffie en sigaretten. Nu om hasj en coke. Criminele bendes zijn zo machtig geworden dat de Spaanse politie geen partij meer voor ze is. Zo wisten gemaskerde mannen begin dit jaar een gearresteerde drugsdealer uit het ziekenhuis te bevrijden. Hij is nog steeds voortvluchtig.

De crisisjaren hebben de drugshandel een extra impuls gegeven. Er gaan honderden miljoenen om in de drugseconomie van La Línea – heel Europa krijgt van hieruit zijn Marokkaanse hasj en in mindere mate ook zijn Zuid-Amerikaanse cocaïne. In 2017 confisqueerde de politie 145.372 kilo hasj en 11.785 kilo coke in het gebied, een stijging van respectievelijk 45 en 300 procent. Dat de handel steeds grotere vormen blijft aannemen, werd vorige week duidelijk toen bij Algeciras een partij van 8.740 kilo cocaïne werd ontdekt. „Mijn persoonlijke inschatting is dat we slechts een tiende van de handel te pakken krijgen”, zegt douanier José Manuel Barragan.

Officiële cijfers over de omvang van de hasjhandel zijn er niet. Maar volgens Lisardo Capote González, hoofd van de douane in havenstad Algeciras, is het tijd om de noodklok te luiden. „De narcos beschikken over de modernste middelen en zwaarste wapens. Het is een ongelijke strijd. En dat is niet alleen ons probleem, maar een probleem voor heel Europa”, stelt Capote in zijn kantoor op het haventerrein van Algeciras.

De onderschepte drugspartij. Foto A. Carrasco Ragel/EPA

Rifgebergte

Buiten kan Capote het complete speelveld overzien. In de verte ligt Marokko. Op heldere dagen tekent het Rifgebergte zich af aan de horizon. Daar wordt openlijk de hasj gekweekt voor de Europese markt. Het is zo’n grote bron van inkomsten dat de Marokkaanse autoriteiten verbouw en handel min of meer gedogen.

Als Capote zijn hoofd naar links draait, ziet hij verderop de kilometerslange stranden van La Línea, invoerhaven en distributiecentrum van de drugs. Daartussen ligt de zee, het slagveld waar drugsbendes en douaniers elkaar dagelijks bestrijden. Grote containerschepen voorzien kleinere bootjes op volle zee van drugs. En anders worden ze wel met speedboten in pakketten van dertig kilo in één keer over gevaren. Per etmaal zijn er zo’n tien van dat soort transporten. Mannetjes op de uitkijk verdienen zo’n 1.000 euro, ophalers en vervoerders krijgen 3.000 tot 4.000 euro en de bestuurders van de boten 30.000 en 60.000 euro. Het grote geld gaat naar de drugsbazen die de handel op afstand orkestreren.

Het is een publiek geheim dat Las Castañitas, bijnaam van de broers Antonio en Francisco Tejón Carrasco, grotendeels de dienst uitmaken in La Línea. Hun rijkdom is zichtbaar in de beruchte wijk Atunara. Lokale bewoners wijzen zonder moeite de paleisjes van de narcos aan. Volgens schattingterren van de politie zouden drieduizend van de 64.000 inwoners op een of andere manier bij de drugshandel betrokken zijn. De politie stuitte in januari nog op een radarsysteem waarmee door criminelen ingehuurde experts de kustwacht vanuit huis nauwgezet konden volgen.

Wie zich niet met de handel bemoeit, wordt met rust gelaten. Maar toch zucht een groot deel van de inwoners onder tirannie van de drugsmaffia. Zo nu en dan steken protesten de kop op, maar die halen weinig uit. Al heeft minister van Binnenlandse Zaken Juan Ignacio Zoido aangekondigd meer politie in te zetten en werkgelegenheid te zullen creëren.

Of het helpt is de vraag „Iedereen kent elkaar hier”, vertelt Jesus Tomillero Benavente (23), geboren en getogen in La Línea. Hij heeft zich altijd verre gehouden van de handel. „Over drugshandel kun je beter niet hardop praten. Op allerlei niveaus wordt eraan verdiend, Je moet sterk in je schoenen staan om niet de verkeerde weg in te slaan. Ik heb veel van mijn oud-klasgenoten de drugshandel in zien gaan. Sommigen zijn er kapot aan gegaan. Anderen leven er goed van.”

‘Nederland belangrijke bestemming’

Volgens Ricardo Álvarez Ossorio, advocaat van Las Castañitas en tal van andere drugshandelaren, zien velen de hasjhandel niet als een grote misdaad. „Zeker niet als hele families er bij betrokken zijn”, zegt Álvarez Ossorio, die me ontvangt in een chic hotel in Madrid en net terug is van een reis naar Zuid-Amerika. Hij is opvallend openhartig. „In deze wereld is alles met elkaar verbonden. Niets vindt geïsoleerd plaats. Ik zou durven zeggen dat de route van de Marokkaanse hasj naar Europa voor honderd procent via het zuiden van Spanje naar boven loopt. Vanuit plekken als Tarifa, Barbate, Algeciras en La Línea zoeken handelaren altijd de kortste en de eenvoudigste weg naar het grootste geld.”

Volgens Álvarez Ossorio staat Nederland, naast Frankrijk en Italië, bekend als een belangrijke bestemming van de Marokkaanse hasj. „Hoe ik dat zo zeker weet? Ik ben nu 23 jaar advocaat. Neem van mij aan dat ik veel klanten heb gehad die zaken deden in Nederland of daar gevangen zaten. Soms waren dat Marokkanen, soms Nederlanders. Dat loopt tegenwoordig door elkaar heen. Misschien dat de Nederlandse politiek daarvoor liever de ogen sluit. Maar dat getuigt van weinig realiteitszin. Zo voert de Europese Unie een kansloze strijd tegen drugs.”

Patrouilles in Algeciras. Douanechef Capote: „Narcos beschikken over de zwaarste wapens. Dat is niet alleen ons, maar voor heel Europa een probleem.”. Foto’s Emilio Morenatti/AP

‘Mogelijk financiering terrorisme’

Douanier Julio Cesar Patiño is kapitein op een patrouilleboot. „Ik zie het als mijn plicht de grens van mijn land en die van Europa te bewaken”, zegt hij aan het stuur op weg van Algeciras naar La Línea. De kranen van de havenstad verdwijnen langzaam uit het zicht. De douaniers turen met verrekijkers over zee. Maar drugssmokkelaars laten zich op klaarlichte dag niet zien. „Je kunt er zeker van zijn dat zij ook ons in de gaten houden en weten dat we journalisten aan boord hebben”, zegt Patiño. „Met Marokkaanse autoriteiten werken we amper samen.” En dan met een knipoog: „Laten we zeggen dat de hasjhandel van daaruit zeer goed wordt georganiseerd.”

De douaniers kunnen niet veel meer doen dan afschrikken en tegenwerken. „Als we een hasjtransport zien gaan we erop af. Maar meestal zijn de criminelen sneller dan wij”, zegt Barragan. „Dat weten ze en daardoor is de agressie toegenomen. Ze voelen zich onaantastbaar. Respect voor de politie is er niet meer. Voorheen sloegen ze op de vlucht, nu gaan ze de confrontatie aan. We zijn al eens bij slecht weer op volle zee beschoten. De angst sloeg toe. We voelden ons machteloos.”

Spanje voelt zich in de steek gelaten door andere EU-landen. Alleen Frankrijk en Portugal hebben een liaison officer in het gebied geplaatst. Ook Nederland beschouwt de situatie in La Línea volgens ingewijden als ‘een lokaal Spaans probleem’. Een woordvoerder van de Nederlandse politie laat in een telefonische reactie weten: „Spanje staat bij ons bekend als doorvoerland. Maar de cijfers geven niet aan dat er veel hasj vanuit Spanje in Nederland terechtkomt. We zien geen grote partijen.” De politie ziet geen reden om eigen mensen in het zuiden van Spanje neer te zetten die de hasjroutes van nabij volgen. Voor de bestrijding van harddrugs is er wel extra mankracht in Spanje.

Capote vindt de Nederlandse uitleg kortzichtig. „Je kunt bijna wel zeggen dat iedere gram hasj die in een Amsterdamse coffeeshop wordt verkocht vanuit Marokko via Spanje is binnengekomen. Wie dat niet in wil zien, is naïef. We hebben het hier over een enorme internationale handel waarmee mogelijk internationaal terrorisme wordt bekostigd.”

Hoe klungelig de Spanjaarden mede door een gebrek aan middelen soms te werk gaan, blijkt als Capote in een bijkantoortje een ijzeren deur opent. In een soort bezemkast liggen tientallen balen hasj slordig bij elkaar. Capote schat de waarde op vijf tot zes miljoen euro. „Zoals het hier ligt vormt het natuurlijk een gevaar”, bekent hij. „We moeten dit zo snel mogelijk in rook laten opgaan. Alles wat we kunnen vernietigen is meegenomen.”

Met razendsnelle speedboten brengen drugsbendes honderden kilo’s hasj in een half uur van Marokko naar Spanje. Foto Emilio Morenatti/AP Photo