Commentaar

Het openlijk vieren van westerse waarden is het beste verzet

Kan de overheid de verspreiding van het salafisme in Nederland voorkomen? Het onderzoek door NRC en Nieuwsuur naar de financiering van moskeeën in Nederland door landen in de Golfregio laat zien dat daar geen hoge verwachtingen van mogen bestaan. En ook niet zonder reden: vrijheid van godsdienst, het gelijkheidsbeginsel, het recht op vereniging en de vrijheid van meningsuiting verhinderen selectief optreden tegen één godsdienst. De wens van de Tweede Kamer het salafisme ‘aan te pakken’ en het regeerakkoord dat ‘alles in het werk stellen’ belooft om haatpredikers géén podium te bieden, is dus aan rechtsstatelijke criteria gebonden. Die ook de kern vormen van een open, liberale democratie.

Tien procent van de moskeeën in Nederland blijkt contact te hebben met, of zich te laten financieren door landen uit de Golfregio. Dat komt neer op een verdubbeling in de afgelopen vier jaar. Dat is zorgelijk omdat daarmee het salafisme, een intolerante, anti-westerse en democratie-vijandige stroming, hier een stimulans krijgt. Een die bovendien als inspiratiebron voor terreur dient, onder meer van IS. Verder is nu duidelijk dat deze ontwikkeling het lokale bestuur vrijwel is ontgaan. Het kabinet heeft om diplomatieke redenen laat en pas onder mediadruk Tweede Kamer en lokale overheden ingelicht over de geldstroom.

Daar had het redenen voor, maar of die hout snijden kan worden betwijfeld. Zeker nu de overheid relatief machteloos is, hoort deze informatie thuis in het publieke domein. Zodat de civil society, van burgers, overheden en bedrijven, aan deze ontwikkeling tegenwicht kan bieden.

Tegenspraak, voorlichting, opvoeding maar ook verzet en protest zijn in een vrije samenleving dé middelen om zich tegen deze hatelijke vorm van de islam te verweren. Ieder beschikt erover. De beste manier om het salafisme terug te dringen is het zoveel mogelijk openlijk vieren van de westerse waarden, van gelijkheid van man en vrouw, van mensenrechten, van de Verlichting. Van al die waarden waarvoor in theocratische staten die slechts één religieuze waarheid toelaten, geen ruimte is.

In de serie publicaties is aannemelijk gemaakt dat ‘wie betaalt, bepaalt’ van toepassing is. Deze moskeeën krijgen met de financiering salafistische imams binnen, inclusief instructies over scholing, omgang, gedrag, traditie en de ‘juiste’ houding tot de omgeving. Daar blijken niet alle moskeegangers van gediend, wat tot een herkenbaar fenomeen leidt: scheuring. Dat zorgt dan weer voor duidelijkheid, tussen de gematigde en de fundamentalistische islam.

De houding van de Raad van Marokkaanse moskeeën, die oproept tot ‘waakzaamheid’ omdat je ‘niet weet wat je binnenhaalt’ getuigt van gezond verstand. Dat staat in schril contrast tot de ontwikkeling binnen de Haagse As Soennah-moskee die zich naar buiten gematigd voordoet, maar intern een radicaler gezicht toont. Ook lokale besturen moeten dus steeds waakzaam zijn, en kritisch blijven. Van het kabinet mag verwacht worden dat het de burger geen zand in de ogen strooit. Dus geen convenanten met moskee-organisaties voorspiegelen, die niet gerealiseerd kunnen worden. Of onderzoek aankondigen naar ‘buitenlandse financiering’ van moskeeën zonder wettelijke basis. Dat dan verder moet reiken dan de vage term dat iets ‘onwenselijk’ is. Dat is juridisch een blanco cheque.

Het kabinet wil in het regeerakkoord Nederland ‘weerbaarder maken tegen radicale anti-democratische krachten’. Dat doe je alvast niet door informatie achter te houden. Openheid is geboden, zowel van de islamitische gemeenschappen als de overheid.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.