Richtingsgevoel

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: navigeren in een stad die pretendeert logisch te zijn opgebouwd.
Illustratie Eliane Gerrits

Telkens wanneer mijn buurman uitstapt bij Penn Station maakt hij met uitgestrekte armen een sprongetje en zingt: „New York, New York, it’s a helluva town, the Bronx is up and the Battery is down.” Dit liedje uit de musical On The Town was in zijn kindertijd een ezelsbruggetje om de weg te vinden.

Mensen geboren met een intern kompas kunnen zich weinig voorstellen bij mijn paniek als ik een stad inloop. Volgens mijn lief, die overal blindelings de weg vindt, ben ik zelfs behept met ‘antirichtingsgevoel’.Intuïtief loop ik precies de verkeerde kant op.

Going Into Town: A Love Letter To New York van de door mij bewonderde tekenares Roz Chast is speciaal gemaakt voor mensen zoals ik. Chast, geboren en getogen in Brooklyn, verhuisde naar een buitenwijk toen haar jongste werd geboren. Toen die weer in de stad ging studeren, testte ze voor de zekerheid haar topografische kennis. Oei. Speciaal voor haar – en mij – legt ze in cartoons de topografie van New York uit. Eindelijk begrijp ik dat het niet alleen aan mij ligt dat ik steeds verdwaal. Hier de weg vinden is namelijk niet vanzelfsprekend.

De basis van ‘het raster’ heeft een logische opbouw. De brede avenues lopen van zuid naar noord, genummerd van oost naar west. De smallere straten lopen van oost naar west, genummerd van zuid naar noord. Grote uitzondering is Broadway, dat overal doorheen meandert.

Maar dan begint het. Er is geen Fourth Avenue, want die heet Park en daarnaast liggen zomaar Madison en Lexington. In Greenwich Village zijn de straten een wirwar van spaghettislierten. Nog verder in het zuiden praat men in afkortingen. Soho, Noho, Tribeca, Nolita, Dumbo. Enzovoorts.

Maar het lastigste is: bij elk adres moet je weten of het ten oosten of westen van Fifth Avenue ligt. Zoals mijn lief ‘behulpzaam’ zegt: „Dat is de y-as van het coördinatensysteem.” Ja, precies, u begrijpt mijn wanhoop.

Zo hoopte ik op 42nd Street op nummer 414 een Frans restaurant te treffen genaamd Chez Josephine. Maar het spoor liep bijster ergens in de East River. Het was 414 West, niet 414 East. Letterlijk een wereld van verschil. En een half uur lopen.

Gewapend met al deze kennis, kwam ik vorige week aan in het station. Als een echte New Yorkse had ik vooraf via een app mijn koffie besteld. Een double decaf extra foamy cappuccino met mijn naam stond klaar op de toonbank. Ik mengde me tussen de vele forenzen, trefzeker op weg naar mijn bestemming. Bijna deed ik het dansje van mijn buurman na. Op dat moment botste een man keihard tegen me aan. De koffie klotste over mijn kleren. Wolken schuim vlogen in mijn haar. „Pardon”, zei ik. Maar de man ging volledig op in zijn mobiel.

Op dat moment zwol de muziek aan. Een agent kwam al tapdansend de straat op, gaf me een servet en hielp me de koffie opdeppen van mijn schoenen. Althans… in mijn droom. In werkelijkheid liep ik met plakkend haar en vlekken in mijn jurk de hele dag voor gek. New York, New York, it’s a helluva town.

Reacties pdejong@ias.edu