Opinie

Plak de selfiekant van je bestaan af!

Sommige mensen lijken zichzelf in het middelpunt van de wereld te situeren, niet alleen van de menselijke, maar zelfs van de bóvenmenselijke wereld, zo die al zou bestaan. Types die denken dat de kosmische krachten zich vooral over hún levenslot buigen, dat God dag en nacht in de weer is, of zou moeten zijn, om te zorgen dat hen en hun familie niets overkomt.

Iedereen lijdt natuurlijk enigszins aan egocentrisme – neem alleen al het onzinnige idee dat iedereen op je let. Al die kinderen die de glijbaan of duikplank opklimmen en er niet af durven glijden of springen maar ook niet terug kunnen omdat het héle zwembad dat zal zien. De driehonderd aanwezige badpakken hebben de ogen maar op één persoontje gericht.

Later lach je daarom. Zoveel beter doordrongen van je eigen plaats in de wereld.

Toch is dat nooit helemaal waar. We willen allemaal wat graag gezien worden en als dat niet gebeurt, ligt enige verongelijktheid op de loer, zelfs als men wel degelijk opgemerkt wordt. Menig veelbekroond kunstenaar of schrijver slaagt er keer op keer in om te klagen over wat er níét gebeurde, over een slechte recensie, een late reactie.

Neem een Ida Gerhardt. Gelauwerd maar toch steeds weer miskend. Het is misschien ook wel begrijpelijk dat juist mensen die aldoor in hun eentje aan het werk zijn, hoe begeesterd en gedreven ook, angstig zijn om niet gezien te worden. Want waar doen ze het dan voor? Weliswaar komt kunst voort uit een behoefte van de maker, maar ze is toch uitdrukking van iets en in die zin communicatief.

De oude schilder met wie ik bevriend was – altijd opgewekt, nooit miskend – vertelde over collega’s van zijn leeftijd die in wanhoop hun werk aan de straat zetten, misschien dat iemand het dan meenam. Ze waren oud, ze hadden veel gemaakt, maar met hun werk ging duidelijk niets meer gebeuren. Hij begreep dat wel, hoe onsomber hij ook was. Maar hij deed het gelukkig niet.

En zelf heb ik het ook. Loop dag en nacht mezelf te doordringen van wat ertoe doet in het leven: kunst, zonlicht, liefde, schoonheid, aandacht enzovoort. Niet ik, of hoe ik gezien word, nee, de blik naar buiten richten, niet op jezelf. Plak de selfiekant van je bestaan af!

Maar intussen denk ik toch als ik een stuk of een boek geschreven heb dat het belangrijk is, dat mensen het zouden moeten lezen. Dat ik niet gezien word – en voor je het weet ben je boos op de wereld die je zo lelijk aan het negeren is.

Fout! Men kan zichzelf wel dagelijks om de oren slaan. „De een heeft een huisdier wat te bevelen,/ iemand te strelen, iemand te slaan,/ de ander zichzelf om mee om te gaan”, schreef Jan Emmens in zijn onsterfelijke gedicht ‘Hard Facts’.

Hij is al 47 jaar dood. Zou zijn leven er anders uitgezien hebben als hij had geweten dat dat gedicht van hem – en niet alleen dat ene – voor mensen zoveel verderop in de tijd nog steeds zo veelzeggend zou zijn? Je weet het niet. De mensen zijn makkelijk alleen en overweldigd door hun eigen gevoelens. Ze horen het roepen van de lateren niet: „Leef! Werk! Wij houden van je!” We staan onmachtig het stokdove verleden in te schreeuwen.

Dus daar sta je op de duikplank en je zou met een salto en een dubbele schroef naar beneden willen springen en dat de wereld Ah! riep. Maar je maakt je klein en bibbert het trapje weer af.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.