Opgraving kinderskeletten uit 15de eeuw

‘Grootste kinderoffer ooit’ ontdekt in Peru

Archeologen vonden de resten van 140 Chimú-kinderen, die vermoedelijk allemaal in één keer gedood zijn.

Archeologen hebben in Peru de overblijfselen gevonden van 140 geofferde kinderen. Het gaat mogelijk om het grootste kinderoffer ooit gevonden, meldt National Geographic. De kinderen zijn tussen 1400 en 1450 gedood en hoorden bij het Chimú-volk, een voorloper van de Inca-beschaving.

De onderzoekers vermoeden dat de kinderen, tussen de vijf en veertien jaar oud, allemaal bij één groot offerritueel zijn gedood. Sporen op de skeletten wijzen erop dat ze werden gedood door hun hart eruit te snijden. Daarna werden ze begraven in een zandduin aan de Stille Oceaan. De plek ligt nu vlakbij de kuststad Trujillo, in het noorden van Peru.

Het grootste kinderoffer dat tot dusver bekend was, vond plaats in een grote tempel in de Azteekste hoofdstad Tenochtitlán, het huidige Mexico-Stad. Daar werden in één keer 42 kinderen gedood. Zuid- en Midden-Amerikaanse beschavingen brachten in het tijdperk voor de aankomst van Columbus vaker mensenoffers, maar daarbij ging het overwegend om volwassenen.

Het staat niet vast waarom de kinderen zijn geofferd. Het onderzoeksteam vermoedt dat de offers te maken hebben met het weerfenomeen El Niño. Toen dat telkens voor verwoestingen zorgde, hebben de Chimú hun hoop mogelijk gevestigd op het offeren van hun kinderen.

In National Geographic legt een antropoloog uit: „Mensen offeren dat wat voor hen het waardevolst is. Het kan zijn dat ze merkten dat volwassen mensenoffers geen effect hadden. Toen het weer ging regenen, zagen ze wellicht de noodzaak voor een nieuwe vorm van offergave.”

Bij de kindervindplaats troffen de archeologen ook resten van 200 lama’s aan. Die zijn vermoedelijk ook geofferd omdat lama’s de enige lastdieren van de Chumú waren en dus economisch belangrijk.

    • Jaap Bloembergen