Recensie

Modieus gebraden martelaar even terug in Alkmaar

Tentoonstelling Het imposante drieluik van renaissanceschilder Maarten van Heemskerck in de Grote Kerk van Alkmaar werd in 1581 verkocht. De zijluiken zijn nu tijdelijk terug op hun oorspronkelijke plaats.

De dood van Laurentius, op zijluik van Maarten van Heemskercks drieluik in Alkmaar Foto Margareta Svensson

Het grootste altaarstuk dat ooit in de Noordelijke Nederlanden is geschilderd, staat in Zweden. Het meet zes bij acht meter. Tussen 1538 en 1543 voorzag Maarten van Heemskerck de panelen van een drieluik van taferelen uit het lijden van Christus. De zijluiken tonen scènes uit het leven van de heilige Laurentius, de patroonheilige van de Grote Kerk in Alkmaar waarvoor het werk ter decoratie van het hoogaltaar was bedoeld. Ter gelegenheid van het vijfhonderdjarige bestaan van die kerk zijn de zijluiken van het altaarstuk daar tijdelijk teruggekeerd. Zelfs zonder het centrale panel, dat te kwetsbaar is om te reizen, geven de panelen een indrukwekkend beeld van het drieluik zoals het ooit in gesloten vorm op precies die plaats heeft gestaan.

Daardoor is nu goed navoelbaar hoeveel indruk het werk daar en toen moet hebben gemaakt. In de destijds nog maar twintig jaar oude maar in vrij traditionele gotische stijl gebouwde kerk, heeft Maarten van Heemskerck (1498-1574) onbekrompen uitgepakt in de renaissance vormentaal. De bijbelse en heiligenvoorstellingen wemelen van de figuren, vaak met overdreven gespierde lichamen in ingewikkelde poses, gehuld in felgekleurde, nauwsluitende stoffen die in het midden laten waar huid eindigt en kleding begint. De schilder importeerde hiermee de laatste artistieke mode uit Italië, die hij tijdens een jarenlang verblijf in Rome had leren kennen. Sommige figuren laten zich direct herleiden tot specifieke voorbeelden.

Zoals in Sixtijnse Kapel

Zo lijkt Laurentius die bij wijze van marteling naakt op een rooster wordt gebraden, sprekend op de figuur van Adam zoals die in Michelangelo’s beroemde fresco in de Sixtijnse Kapel tot leven wordt gewekt.

Nog geen dertig jaar na voltooiing van het drieluik, ging Alkmaar over tot het protestantisme en wilde men af van Van Heemskercks kolossale katholieke figurencatalogus. Het waren de oorspronkelijke opdrachtgevers die, ondanks het feit dat zij behoorden tot de eerste bekeerlingen, het werk hebben gered van de vernielzucht van beeldenstormers. En mogelijk wilden ze letterlijk hun gezicht – dat als portret in het altaarstuk was opgenomen – redden. Via een tussenpersoon werd het werk in 1581 verkocht aan de kathedraal van het Zweedse Linköping. Aldus wonnen handelsgeest en ijdelheid het van religieuze overtuiging en liefde voor de moderne kunst.

    • Bram de Klerck