Jeremy Bailenson was vorige week in Amsterdam voor een lezing.

Foto Gerrit Serné

‘Virtual reality is verslavender en gevaarlijker dan social media’

Jeremy Bailenson

Ons brein behandelt virtual reality als ‘echte’ ervaring en is zo een krachtig hulpmiddel voor therapie, zegt VR-expert Jeremy Bailenson. Maar er zijn ook gevaren.

Gelukkig. De meeste mensen deinzen ervoor terug om iemand anders in koelen bloede neer te schieten. Maar moorden valt te leren, bijvoorbeeld als je het vaak oefent in een virtuele omgeving.

Nadat hij dit voorjaar op CNN betoogde dat virtual reality-games daarom niet té realistisch mogen worden, kreeg de Amerikaanse hoogleraar Jeremy Bailenson de gamegemeenschap over zich heen. Hoe hij het in zijn hoofd haalde om hun creatieve vrijheid te beteugelen; te suggereren dat er verband is tussen geweld in games en geweld in werkelijkheid.

Militairen gebruiken al decennia virtual reality (VR) om soldaten te trainen. Maar nu VR-brillen overal te koop zijn vindt Bailenson dat spelontwikkelaars hun schietspellen moeten beteugelen.

Een VR-game waarin de speler zijn hele lichaam gebruikt en realistische wapens hanteert, traint het motorisch systeem van de hersenen. Wil je massale schietpartijen in de VS terugdringen, dan moet je niet alleen de wapenverkoop aan banden leggen maar ook geen kant-en-klare cursussen voor massamoordenaars verkopen, luidt Bailensons pleidooi.

Zijn oplossing: het schieten in VR zou niet helemaal realistisch moeten zijn. In plaats van de trekker over te halen zou je een abrupte beweging met je elleboog moeten maken, à la Lee Towers. Zo voorkom je dat je brein de motorische link legt met schieten in de echte wereld.

Bailenson is hoogleraar communicatie aan de gerenommeerde Stanford University in de VS en doet al twintig jaar onderzoek naar de effecten van virtual reality op het menselijk brein. Zijn VR-laboratorium in Silicon Valley is vermaard: enkele weken nadat Mark Zuckerberg het in 2014 bezocht om rond te wandelen in de virtuele wereld, betaalde Facebook 3 miljard dollar voor Oculus, producent van betaalbare VR-brillen.

Vorige week hield Bailenson in Amsterdam een lezing, op uitnodiging van het John Adams Institute. Ook na een paar duizend haatmails uit de gamewereld benadrukt hij opnieuw dat je in een VR-game geen ‘echte’ mensen hoort neer te schieten. Een robot laten exploderen is prima, maar met het uit elkaar trekken van een zombie in VR heeft hij al meer moeite. „Terwijl ik dol ben op Zombie-films.”

Moorden valt te leren, bijvoorbeeld als je het vaak oefent in een virtuele omgeving

Een verdwenen arm leeft weer

In zijn nieuwste boek Experience on Demand legt Bailenson uit wat de mogelijkheden zijn van virtual reality om sporters te trainen, slachtoffers te helpen met traumaverwerking of personeelsleden te begeleiden in hun werk. Hij deed met zijn studenten onderzoek naar de manier waarop mensen zich in VR kunnen verplaatsen in andere personen – een oudere, een vrouw, een dakloze – en zo discriminatie tegen te gaan.

Een van de mooiste voorbeelden: een vrouw, Carol, rekent dankzij virtual reality-therapie af met de fantoompijn in haar ontbrekende rechterarm. Ze leerde in een computerwereld om haar virtuele rechterarm te controleren met haar linkerarm, en zo haar echte pijn te verminderen.

Het toont aan dat virtual reality als medium vele malen krachtiger is dan een film of een boek. Een virtuele ervaring kan mensen daadwerkelijk veranderen, dus moet je er voorzichtig mee om springen. „Dit is geen technologie om te pushen”, zegt Bailenson. Hij heeft er weinig vertrouwen in dat grote tech- en mediabedrijven erg verantwoordelijk met deze krachtige technologie zullen omgaan. Daarom benadrukt hij in Experience on Demand de risico’s van VR.

Bailenson grossiert in voorbeelden van de manieren waarop mensen volledig opgaan in de schijnwereld. De Russische zakenman die wild om zich heen trapte toen hij veranderde in een zwarte vrouw en zich probeerde te weren tegen iemand die racistische opmerkingen maakte. Of de Amerikaanse politicus die de dag na een VR-belevenis beschaamd opbelde omdat hij zich te veel had laten gaan in een virtual reality-gevecht.

De bloedspetters vlogen in het rond, zegt Bailenson: „Het hoorde bij de game. Ik weet niet of hij zich schaamde omdat ik erbij stond of omdat hij er achter kwam wat voor agressie het bij hem opriep.” Zijn stelregel is dat je virtual reality moet gebruiken om dingen te doen die je in het werkelijke leven niet kunt doen – niet de dingen die je in het werkelijke leven niet zou doen.

Bailenson nodigt regelmatig mensen uit in zijn Virtual Human Interaction Lab op Stanford University. In 2011 wandelde ik zelf over een computergegeneerde plank van zijn VR-laboratorium, over een computergegenereerd ravijn. Het is doodeng: al weet je dat je op een stevige vloer staat, je hersenen schreeuwen moord en brand. De bewegingen van het ‘slachtoffer’ worden nauwkeurig vastgelegd en gebruikt voor latere analyse.

Virtual reality is als medium vele malen krachtiger dan een film of een boek

Maatschappelijke draai

Voor Bailenson was 2011 het jaar waarin hij vader werd van zijn eerste kind en besloot om zijn onderzoeken een meer maatschappelijke draai te geven. Zijn vrouw stimuleerde hem om onderzoek te doen naar positieve gevolgen voor het milieu: als je elkaar virtueel kunt ontmoeten, hoef je geen vervuilende vliegreis te maken.

Het lab was en is het summum op het gebied van virtual reality, met een bewegende vloer, 24 speakers rondom en veel ruimte om vrijuit rond te wandelen. In een aparte regiekamer wordt de VR-wereld gestart en de drager geobserveerd.

Inmiddels is zo’n virtual reality-ervaring bereikbaarder geworden voor het grote publiek. Voor een paar honderd euro koop je een bril van Oculus, HTC of Sony, of een houder van Google of Samsung die je telefoon in een VR-bril verandert.

Al kan de massa zich onderdompelen in VR, van een verkoophit is geen sprake. „Er is nog geen killer-app die iedereen móét gebruiken”, beaamt Bailenson tijdens een etentje na zijn lezing. Toch is de afzetmarkt alweer veel groter dan een paar jaar geleden, toen de brillen tienduizenden dollars kostten.

Een bedrijfje van Bailensons studenten bouwt nu virtuele trainingen voor football-spelers en duizenden personeelsleden van winkelketen WalMart. Bailenson kan dankzij de betaalbare brillen makkelijker buiten het lab onderzoek doen, zoals in verzorgingstehuizen of ziekenhuizen. „Anders krijg je een eenzijdige groep proefpersonen van alleen studenten.”

Nog verslavender dan Facebook

Bailenson geeft het bezoek van Mark Zuckerberg aan zijn lab een prominente rol in zijn boek. Maar hij erkent ook dat ‘Zuck’ niet de beste reputatie heeft om de ontwikkeling van sociale normen in virtual reality in goede banen te leiden.

Facebook ligt onder vuur omdat het de psychologische en maatschappelijk effecten van zijn technologie zwaar onderschatte. De effecten van virtual reality zijn nog veel sterker dan sociale media, zegt Bailenson. „Verslavender, veel meer afleiding. En gevaarlijker; het valt me mee dat er nog maar één dode is gevallen bij het spelen van een VR-game – een man die door een glazen tafel heen viel.”

Na de aankoop van Oculus ontwikkelde Facebook ‘Spaces’, waar mensen een computergegenereerde versie van zichzelf spelen in een virtuele wereld. Dat Facebook virtual reality als de toekomst beschouwt, begrijpt Bailenson. „Het is een manier om intensiever met elkaar te communiceren. Ze hebben er een groot team op zitten en pakken het serieus aan. Het levert Facebook veel data op. In hun voorwaarden staat dat ze je bewegingen mogen vastleggen.”

In zijn vorige boek, Infinite Reality, ging Bailenson uitgebreid in op deze ‘digitale afdrukken’ – de gedragssporen die we achterlaten als we in virtual reality bewegen. Die data zeggen zo veel over je persoonlijkheid dat je er een digitale kopie van jezelf van zou kunnen maken. Binnenkort publiceert Bailenson nieuw onderzoek over deze toepassing.

De verslavende effecten van de virtuele wereld creëren een nieuwe soort eenzaamheid. Daarvan schetst Ready Player One een treffend voorbeeld: in Steven Spielbergs verfilming van dit boek draagt iedereen continu een VR-bril.

Het recordverblijf in VR staat inmiddels op 36 uur. Zelf houdt Bailenson het op wekelijks een of twee sessies van maximaal 20 minuten. Zijn kinderen zijn nog maar zeer beperkt in virtual reality geweest. „Het is wel een perfecte manier om schoolreisjes of excursies te doen, als aanvulling op echte trips, natuurlijk.”

Want de werkelijke wereld is nog altijd een stuk rijker dan de virtuele, zegt Bailenson. Hij verwijst naar een van zijn mentoren, VR-pionier Jaron Lanier, die het afzetten van de bril het meest bijzondere moment in virtual reality vindt. Pas dan besef je pas hoe rijk en gedetailleerd de echte wereld is.

Het valt me mee dat er nog maar één dode is gevallen bij het spelen van een VR-game

Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van VR:

Augmented Reality
Technologiebedrijven als Apple en Google lijken nu vooral in te zetten op augmented reality, het koppelen van digitale projectie op een werkelijke omgeving. Maar volgens Bailenson is augmented reality qua interactie nog beperkt; het is moeilijk om computerfiguren zo te bewegen dat ze bijvoorbeeld om deze tafel heen lopen, in plaats van er dwars doorheen. „Het effect op de gebruiker kan veel ingrijpender zijn. Als je bijvoorbeeld een therapiesessie doet in een bestaande ruimte, zouden kunnen mensen een hekel aan die fysieke plek krijgen omdat ze daar een vervelende ervaring hadden.”

Touch op afstand
Aanrakingen zijn een manier om ontmoetingen in VR extra realistisch te maken. Bailenson: „We hebben onderzoek gedaan met Philips naar aanrakingen in de virtuele wereld. We weten al van de effecten van aanraking in het normale sociale verkeer – een serveerster die je even op de schouder tikt krijgt meestal ook meer fooi. Dat verschijnsel konden we ook nabootsen met tikjes op hun arm, via een soort vibrerende mouw.”

Rechtstreeks op je netvlies
De huidige technologie van virtual realtybrillen is nog gebaseerd op beeldschermen en lenzen die dicht op je ogen staan. Dat maakt het lastig scherp te stellen, bovendien zie je de losse pixels al goed. Er wordt gewerkt aan een nieuwe generatie ‘brillen’ die met een laserstraal rechtstreeks licht op je netvlies projecteren. Bailenson: „Zo’n lichtimpuls blijft nog 20 milliseconden zichtbaar. Je kunt er een soort matrixprinter van maken die razendsnel een patroon op je ogen print.”