In de vuurlinie voor een grijpstuiver

Persvrijheid Voorafgaand aan de Dag van de Persvrijheid op 3 mei blijkt dat freelance-fotografen die in gevaarlijk gebied werken, steeds slechter worden betaald. „Je moet meerwaarde bieden, anders heb je geen bestaansrecht”

Militaire politie zoekt dekking na de tweede zelfmoordaanslag maandagochtend in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Foto Massoud Hossaini / AP

Op 2 oktober 2016 werd freelance-oorlogsfotograaf Jeroen Oerlemans dodelijk getroffen door een scherpschutter van IS in de Libische kustplaats Sirte. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en haar afdeling voor fotojournalisten (NVF) bieden sindsdien elk jaar op 3 mei, de Internationale Dag van de Persvrijheid, alle hoofdredacteuren in Nederland het International News Safety Institute (INSI)-convenant aan ter ondertekening: internationale afspraken waarin is vastgelegd dat freelancers in conflictgebieden onder dezelfde voorwaarden moeten kunnen werken als vaste correspondenten. In 2017 werkten enkele tientallen Nederlandse freelance-fotojournalisten in onder meer Syrië, Irak, Afghanistan, Jemen en Mexico. Committeren gebeurt op vrijwillige basis. Vorig jaar tekenden NRC, Vrij Nederland, NOS, ANP, Nieuwsuur, EO en KRO-NCRV het convenant.

Zulke afspraken zijn belangrijk, vindt Jan-Joseph Stok, een ervaren freelance-fotograaf die veel in gevaarlijke gebieden in Afrika heeft gewerkt waaronder Congo, Darfur en Somalië. „Ik werk vooral voor buitenlandse kranten en tijdschriften”, mailt Stok. „Nederlandse publicaties betalen minder dan vroeger en vergoeden steeds minder vaak reiskosten. Bij buitenlandse publicaties is dat over het algemeen beter geregeld.” Hij is ook kritisch op NVJ/NVF. In maart stapte hij uit het NVF-bestuur omdat hij vindt dat er niets concreets is gebeurd met allerlei voornemens om „iets te veranderen aan de situatie van freelance-fotojournalisten”.

Dunne boterham

Dat veel freelance-fotografen die in het buitenland werken een steeds dunnere boterham smeren, komt onder meer door de bezuinigingen sinds de crisis in 2008. De budgetten van de bladen zijn geslonken door dalende advertentie-inkomsten en een afname van het aantal betalende lezers. Zo was de totale omzet van de dagbladenmarkt in 2007, net voor het uitbreken van de crisis, zo’n 1,7 miljard euro. Over 2016 was dat nog 1,1 miljard euro.

Fotografen zijn vaak eenlingen die zich moeilijk verenigen

Eddy van Wessel, fotograaf

Maar, waarschuwt Stok, dat langetermijnoverzicht is ook wat misleidend. Hij wijst op de 9 procent omzetgroei van de Persgroep (de Volkskrant, AD, Trouw) in 2016 naar 1,46 miljard euro. „Er is dus wel geld, alleen wordt de keuze niet gemaakt om in freelance-fotografen te investeren.”

Conflictfotograaf Eddy van Wessel vult aan: „Zoals mediagiganten nu miljoenen betalen voor de ontwikkeling van digitale activiteiten, zullen ze straks moeten investeren in kwaliteitsfotografie om deze te vullen.”

Verantwoordelijkheid

Naast lagere tarieven zijn veel kranten voorzichtiger geworden met het maken van afspraken met freelancers omdat ze daarmee ook de gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor hun veiligheid op zich nemen. De Britse krant Sunday Times accepteerde, na de dood van oorlogscorrespondent Marie Colvin in Syrië in 2012, bijvoorbeeld niet langer foto’s van freelancers uit dat land. Het Franse persbureau AFP volgde in 2014 na de onthoofdingen van journalisten James Foley en Steven Sotloff door IS.

Het Afghaanse leger in 2011, tijdens een ceremonie op het Ghazi Militaire Trainingscentrum in Kabul. Foto Shah Marai

Tot slot heeft technologie gezorgd dat elke burger of lokale journalist met een smartphone of camera een productie kan maken en aanbieden aan (traditionele en nieuwe digitale) media. En hoewel de traditionele media in Nederland terughoudend zijn met het in zee gaan met deze groep om redenen van veiligheid en bronbetrouwbaarheid, zijn er talloze digitale platforms die daar minder problemen mee hebben.

Om toch foto’s te kunnen publiceren uit gevaarlijke oorden – wat belangrijk blijft om de wereld te laten zien wat er speelt en om propaganda minder ruimte te geven – bieden grote persbureaus zoals Associated Press (AP) uitkomst door foto’s te verkopen aan Nederlandse kranten via een abonnement. Daardoor is de krant niet aansprakelijk voor de risico’s die de fotograaf in dienst van het persbureau neemt.

Het beleid omtrent freelance-fotografen in conflictgebieden verschilt onder kranten. NRC zelf werkt „vrijwel nooit” met freelancers in conflictgebieden en neemt vooral foto’s af van de grote persbureaus. De Volkskrant maakt veel gebruik van de persbureaus, en werkt daarnaast uitsluitend met freelance-fotografen die ze een vaste dagprijs betaalt van 350 euro. Ook vergoeden ze alle onkosten om veilig in een conflictgebied te kunnen werken. Trouw laat weten geen uitspraken te doen over afspraken met freelancers, maar geeft wel aan „zeer terughoudend [te zijn] met het aannemen van foto’s uit conflictgebieden van buiten de persbureaus”.

Er zijn weinig gegevens beschikbaar die uitsluitend gaan over de tarieven van freelancers die in conflictgebieden werken. Maar dat freelance-fotografen steeds minder verdienen, strookt met de uitslag van een enquête onder 875 freelancers van onderzoeksbureau Pyrrhula samen met de NVJ. Daaruit blijkt dat het gemiddelde uurloon van een fotojournalist 44 euro is. Opvallender is het enorme verschil in gemiddelde betaling per foto in 2008, net voor de crisis, en 2017: van 84 euro naar 34 euro.

Eenlingen

Volgens fotograaf Van Wessel is de onderhandelingspositie van hem en zijn collega’s zwakker geworden. „Dat komt mede door de samensmelting van kranten in een aantal grote mediareuzen, zoals de Persgroep en het Mediahuis.” Een voorbeeld is de afspraak van de Persgroep dat een foto die eenmalig is aangekocht, gepubliceerd mag worden in alle merken van de media-organisatie. Bij Mediahuis (NRC, De Standaard, De Limburger) mag dat niet zomaar, daar wordt altijd onderhandeld met de fotograaf.

Van Wessel vindt dat fotografen deels zelf schuldig zijn aan hun benarde positie. „Fotografen zijn vaak eenlingen die zich moeilijk verenigen om beter te kunnen onderhandelen. Nu is het lastig dat nog te veranderen. Alsof je met een theelepeltje de zee probeert leeg te scheppen.”

Maart, 2014. Aanhangers van de Afghaanse presidentskandidaat Ashraf Ghani springen over een greppel na een bijeenkomst in de provincie Kunduz. Foto AFP

Ondanks de lagere tarieven en lastige onderhandelingspositie is Van Wessel optimistisch over de toekomst. „De manier van denken is gewoon veranderd. Je moet meer taken op je nemen. Vroeger werkte je voor een vaste dagprijs en onkostenvergoeding voor één redactie. Nu werk je voor vijf redacties in verschillende landen en regel je de meeste zaken zelf. Het speelveld is internationaler geworden en het is door sociale media makkelijker in contact te komen met allerlei buitenlandredacties.”

Volgens Van Wessel moeten fotografen „veel meer anticiperen op wat er gebeurt in de wereld” en zich verdiepen in de geschiedenis van het gebied waar ze fotograferen om goede, visuele verhalen te vertellen. „Ik kom al vijftien jaar in Irak. Daardoor kan ik een laag dieper gaan in de verhalen die ik wil vertellen. Je moet als freelance-fotograaf meerwaarde bieden, anders heb je geen bestaansrecht.”

Hij denkt dat conflictfotografie steeds belangrijker wordt bij het vertellen van verhalen op digitale platforms. „Dat zal ook zorgen voor hernieuwde waardering voor fotografie. Uiteindelijk zijn fotojournalisten visuele geschiedschrijvers. En dat komt prachtig tot zijn recht op een haarscherp beeldscherm.”


    • Jiri Haanen