Het bloed zat op Daniëls gympen

Wie: Daniël A. (19)

Kwestie: Beroving met geweld in Laren

Waar: Rechtbank Midden-Nederland (Lelystad)

Na een avond chillen bij een kennis rijdt de meerderjarige zoon van een chirurg de poort voor zijn ouderlijk huis in Laren binnen. Als hij uitstapt, denkt hij geritsel in de bosjes te horen. Bij de voordeur wordt een hand op zijn mond gelegd door twee mannen met bivakmutsen.

Binnen alarmeert de hond de slapende vader en stiefmoeder van de jongen. Een uur lang worden ze geschopt en geslagen, onder meer met een pistool en een ploertendoder. Opmerkelijk beheerst vertelt de vader van het gezin de rechters in Lelystad hoe het slaan en schoppen van zijn vrouw doorging toen ze al buiten westen was.

De overvallers schreeuwen dat ze een Rolex willen, en geld. De familie werkt mee en opent de kluis. Een Rolex hebben ze helemaal niet, beklemtonen ze in de rechtszaal, maar wel twee Omega’s en sieraden, die ze inleveren. Het gezin wordt met tiewraps geboeid, hun monden afgeplakt.

Een jaar na de overval tekent die hun leven nog altijd. Als de vrouw de deur van een kamer opent, vreest ze wat daar achter is. „Ook al ligt de hond stil in zijn mand en weet ik dat er niets kán zijn.”

De familie was geen toevallig doelwit. De zoon bleek doelgericht door een kennis te zijn benaderd voor „een te gekke smokeavond” bij een kennis in een keet. Op het moment dat hij daar vertrok werden de overvallers ingeseind om hem bij zijn huis te overmeesteren.

Er zijn meerdere verdachten aangehouden. De negentienjarige Daniël A. is de eerste die voor de rechter komt. Hij heeft een fors postuur en zijn bolle wangen geven hem een wat kinderlijk uiterlijk. Zijn persoonlijkheid is volgens deskundigen nog niet ‘uitgerijpt’. Zijn advocaat wil hem graag in het jeugdstrafrecht laten berechten, omdat er nog mogelijkheden zouden zijn hem ‘pedagogisch bij te sturen’.

Op sommige vragen geeft hij tijdens de zitting beperkt antwoord; „Ik weet zeker dat ik die nacht niet in Laren was”, maar bij de meeste vragen beroept hij zich op zijn zwijgrecht.

Zijn moeder, broer en vrienden zijn naar de zitting gekomen. De rechtbank moet het publiek meermalen vragen geen films of foto’s met hun smartphones te maken.

Enkele uren na de overval wordt geprobeerd te pinnen met de pasjes van de familie. Als camerabeelden van de bank worden uitgezonden door Opsporing Verzocht herkennen veertien mensen Daniël aan zijn loopje en zijn opvallende, hangende ogen. Onder wie zijn opticien, een oude leraar en buren. Volgens Daniëls advocaat zegt het niet veel dat mensen de naam van haar cliënt noemen. „Zoveel negroïde mensen zijn er niet in Huizen”, de woonplaats van de verdachte.

Op Daniëls gympen wordt bloed van de stiefmoeder van het gezin aangetroffen. Aan zijn verweer, ‘ik had mijn schoenen uitgeleend’, hecht de rechtbank weinig waarde. „Waarom zegt u dat nu pas?”

De vader, de zoon en de stiefmoeder eisen geld van Daniël, voor operaties die ze hebben moeten ondergaan na de mishandeling, gederfde inkomsten en de kosten van beveiliging van hun huis. De stiefmoeder zegt: „Er is ons zoveel meer afgenomen dan wat er is meegenomen.” Daniël reageert: „Ik vind het heel erg voor deze mensen wat er is gebeurd. Maar ik was het niet.”

De rechtbank veroordeelt Daniël twee weken later tot zeven jaar celstraf. Meer dan de gebruikelijke vijf jaar, vanwege het gebruikte geweld dat „niet alleen excessief maar ook volstrekt onnodig” was, omdat de slachtoffers meewerkten. De rechters kiezen ervoor Daniël als volwassene te berechten. Vooral omdat ze niet verwachten dat er succesvolle interventies binnen het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht mogelijk zijn. Uit onderzoek naar zijn persoonlijkheid is gebleken dat Daniël ‘geen probleembesef heeft’, ‘geen zelfinzicht’ en zich ‘niet behandelbaar’ toont. De verdachte heeft volgens de rechtbank de belangen van de slachtoffers „op grove wijze ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen behoefte aan snel financieel gewin”. De rechtbank kent 84.562 euro schadevergoeding toe aan de familie.

    • Merel Thie