Opinie

    • Diana de Wolff

De rechter is er niet alleen om problemen van individuen op te lossen

Togacolumn Minister Dekker (rechtsbescherming) wil dat rechtspraak vooral ‘maatschappelijk effectief’ is. Maar procederen om rechten te handhaven, zwakkeren te beschermen of wetten aan verdragen te toetsen, moet niet worden vergeten, schrijft Diana de Wolff.

Studentenorganisaties dagen in 2012 in de rechtbank Den Haag de Staat om de verhoging van het collegegeld voor langstudeerders. Foto Pierre Crom
Op 20 april gaf minister Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer zijn agenda voor een “maatschappelijke effectievere rechtspraak.”  Dekker stelt dat de rechtspraak vanuit maatschappelijk oogpunt lang niet altijd een bijdrage levert die effectief is.

Experimenten met nieuwe procesregels moeten rechters meer flexibiliteit bieden en meer mogelijkheden geven om te de-escaleren. Elementen in het procesrecht die bijdragen aan het juridiseren en het op de spits drijven van een conflict moeten kritisch tegen het licht worden gehouden, aldus de minister. Met nieuwe vormen van geschilbeslechting, bijvoorbeeld door laagdrempelige buurtrechters, wil de minister procedures sneller en eenvoudiger maken. De belangrijkste winst van een maatschappelijk effectievere rechtspraak is volgens de brief dat meer conflicten worden opgelost en dat daardoor minder zal worden doorgeprocedeerd.

Van reactief naar sturend

Als ik de gedachten van de minister in een breder historisch perspectief plaats, dan valt op hoe het doel van regels voor het civiele proces in de loop der tijd verschuift. Het klassieke procesrecht, stammend uit de 19de eeuw, was sterk gestoeld op de autonomie van de partijen en kende de rechter een terughoudende, reactieve rol toe. De partijen bepaalden zelf over welke vraag de rechter een knoop moest doorhakken en welke informatie en bewijsstukken zij de rechter gaven. Zij waren de baas over het proces. In de 20ste eeuw kreeg de rechter een actievere houding en meer macht over de inrichting van een proces. De rechter werd bijvoorbeeld bevoegd om het overleggen van gegevens te bevelen, om de loop van het proces sterker te bepalen en de zaak met partijen op een zitting te bespreken en hun om tekst en uitleg te vragen over bepaalde punten. De rechter ging sturender optreden.

Rechtshandhaver

De omslag van een reactieve naar een meer actieve rechter liep parallel met de opkomst en uitbreiding van de welvaartsstaat. Voor bijvoorbeeld werknemers, consumenten en huurders werden beschermende regels stevig in de wet verankerd. Discriminatieverboden en andere mensenrechten kregen doorwerking in beslissingen van rechters. Rechters veranderden van geschilbeslechter in rechtshandhaver. Zou je kunnen zeggen dat het 19e eeuwse procesrecht een liberaal laissez-faire karakter had, in de 20e eeuw klinkt meer en meer een sociale ideologie in het procesrecht door. In de wijze waarop procedures worden gevoerd klinken dan ook de dominante opvattingen door over de verhouding tussen de rechtzoekende en de maatschappij.

Effectiviteit

De nadruk van minister Dekker op maatschappelijke effectiviteit van rechtspraak – de term komt dertien keer voor in de brief van ruim zeven kantjes – verraadt een postideologisch denken over die verhouding. Snelheid en vereenvoudiging staan voorop. Rechtspraak moet niet primair gaan om een uitspraak tussen twee partijen, maar om de adequate oplossing van een probleem. Een probleem waar niet alleen de partijen mee kampen, maar waar ook de maatschappij door kan worden belast. Denk aan de maatschappelijke kosten van complexe echtscheidingen en problematische schulden.

Doelmatig

De rol van de advocaat verandert intussen mee. Kort geleden stelde de Orde van advocaten bijvoorbeeld een nieuwe gedragsregel voor advocaten vast: de advocaat streeft een doelmatige behandeling van een zaak na, niet alleen in het belang van de eigen cliënt, maar ook in het algemeen belang. Advocaten moeten dus ook de maatschappelijke kosten van procedures in het oog houden. Eindeloos doorprocederen omdat de klant dat wil staat daar vanzelfsprekend haaks op.

Er zijn helaas meer dan genoeg voorbeelden te geven van ingewikkelde procedures die de rechtspraak belasten, veel tijd en geld kosten en uiteindelijk alleen verliezers kennen. De nadruk die Dekker legt op de effectieve oplossing van problemen is dan ook toe te juichen. Maar laten we niet vergeten dat procedures ook andere doelen moeten kunnen blijven dienen: handhaving van rechten, bescherming van economisch zwakkere partijen, een gezaghebbende uitleg van onze complexe wettelijke regels en toetsing ervan aan fundamentele rechten en principes.

Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een officier van justitie en een rechter.

    • Diana de Wolff