De hemelbestormers van ’68 zijn nu het establishment

De strijd om de erfenis van ‘Mei 1968’ is vijftig jaar later nog altijd niet beslist. Was het de start van een vrijer tijdperk of het begin van de afbraak? Nieuwe linkse activisten strijden tegen de revolutionairen van toen.

‘Proletariërs aller landen, verenigt u’. Bezetting van de Sorbonne. De studenten eisen aanpassing van het verouderde onderwijssysteem. Foto Magnum

Dat hier in Nanterre vijftig jaar geleden aan de ‘Université Paris-10’ de Parijse studentenopstand begon, mocht niet ongemerkt voorbij gaan, vond het universiteitsbestuur. Op de gevel van de grauwe campus even ten westen van Parijs hangen aankondigingen van nette debatten over de invloed van 1968, over achterstandswijken, kunst en politiek.

Maar de huidige studenten beslisten anders. ‘Nanterre occupée’ staat op het welkomstbord gekalkt: Nanterre bezet. Over een bord met foto’s van het oproer van weleer is ‘Herdenking van hypocrieten’ gespoten. „Hoe kun je mei 1968 beter vieren dan met een goede bezetting?”, lacht derdejaars geschiedenis Barth (21).

Vijftig jaar geleden trokken jeugdige babyboomers vol idealen ten strijde tegen het oude establishment. Wat is er over van hun idealen? Hoe vormden zij de kunst en cultuur? En waarom zit het revolutionair elan anno 2018 vooral op rechts? Deze maand besteedt NRC aandacht aan revolutiejaar 1968.

Lees de verhalen via nrc.nl/1968.

In een volgekladderd en muf ruikend faculteitsgebouw houdt de student achter een lestafeltje de boekhouding van de bezetters bij. In de verder nogal lege hal debatteren groepjes studenten op gedempte toon over uiteenlopende thema’s als ‘de rassenvraag in de sociale beweging’, de ‘invloed van algoritmes’ en de Palestijnse zaak. Een eerste ontruiming door de ordepolitie hebben ze begin april doorstaan, vertelt Barth. Op 2 mei stemmen ze over verlenging van de acties. Tot ongenoegen van minder activistische studenten zijn veel tentamens al uitgesteld.

Nanterre is historische grond. Het rommelde al een tijdje toen in maart 1968 een groepje rond student Xavier Langlade uit protest tegen de oorlog in Vietnam met molotovcocktails een kantoor van American Express bij Place de l’Opéra belaagde. Hij werd opgepakt, waarna medestudenten in actie kwamen. Op 22 maart begonnen ze met 142 man rond hun charismatische leider Daniel Cohn-Bendit, ‘Rode Dany’, de ‘Mouvement du 22 mars’. Hun bezetting van de universiteit sloeg over op andere universiteiten en werd het begin voor het massale protest in mei.

Vijftig jaar later blikt Frankrijk met strijdige gevoelens terug op de mythische studentenopstand en de algemene staking die het land twee weken lamlegde. Zoals bijna overal in de westerse wereld is ‘1968’ in actuele discussies voor de een de aftrap van een nieuw, vrijer tijdperk en voor de ander het begin van de afbraak. Terwijl uiterst links de abrupt gestopte revolutie (die in Frankrijk paradoxaal leidde tot jaren van rechtse macht) nieuw leven wil inblazen, nemen veel revolutionairen van toen genoegen met de geboekte culturele vooruitgang of zien ze in de verkiezing van Emmanuel Macron de terugkeer van de utopie.

Een officiële herdenking met president Macron komt er niet. Daarvoor is de erfenis van de ‘soixante-huitards’, de ’68’ers, te polariserend geworden.

De grote ontbinding

De seksuele bevrijding, democratisering en gelijke rechten die de beweging van 1968 bracht, is voor critici als de populaire Franse essayist Éric Zemmour de kiem van „de grote ontbinding van westerse samenlevingen”. Ook prominente filosofen als Alain Finkielkraut en Michel Onfray en conservatieve politici keren zich al jaren tegen verschillende aspecten van het ’68-erfgoed: traditionele (familie)waarden gingen eraan, het overheidsgezag (in casu: dat van president De Gaulle) verschrompelde en met hun streven naar gelijke rechten introduceerden de soixante-huitards volgens de critici multiculturalisme en open grenzen.

Nog ruim voordat in Nederland de term ‘cultuurmarxisme’ in zwang raakte, won Nicolas Sarkozy in 2007 de Franse presidentsverkiezingen met een pleidooi om de nalatenschap van 1968 „te liquideren”. Bijna alle problemen die Frankrijk op dat moment kende (‘uitkeringstrekkers’, ‘egalitarisme’, ‘nivellering’) waren volgens hem de verantwoordelijkheid van de linkse revolutionairen van 1968. Sarkozy’s pas verkozen opvolger aan de leiding van Frans rechts, Laurent Wauquiez, volgt opnieuw die agenda.

Lees ook het interview met kunstenaar Jacqueline de Jong. Ze woonde in Parijs toen in mei 1968 de studentenopstanden uitbraken en ontwierp affiches voor de revolutie. „Het was bijna-oorlog en vrolijk tegelijk.”

Maar de studenten die Nanterre nu weer blokkeren hopen juist op een herhaling van zetten „om het werk af te maken”, zoals student Barth, actief bij de uiterst linkse Nouveau Parti Anticapitaliste, het noemt. Officieel protesteren ze tegen een al in de Assemblée aangenomen wet voor een meer selectief toelatingsbeleid op de universiteit, maar ze dromen vooral van een „grève générale”, een algemene staking als in 1968, waarbij studenten en arbeiders hand in hand een „nieuw soort samenleving”, bepleiten, zegt hij. „Convergentie van strijd” noemen ze dat.

„We vinden dat hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk moet blijven”, zegt Barth. „Misschien is het verlangen naar een algemene revolutie nu nog in de minderheid, maar ik voel dat de kritiek toeneemt. In 1968 beweerden ze ook dat de jeugd depolitiseerde, maar dat bleek toen ook niet het geval.”

Op de (inmiddels ontruimde) Parijse universiteit Tolbiac eisten gemaskerde studenten en beroepsactivisten uit anarchistische hoek in een surrealistische persconferentie zonder pers bovendien het aftreden van president Emmanuel Macron en het eind van het kapitalisme.

Macron

„Volslagen imbecielen” en „nostalgici” foetert Romain Goupil, een van de voormannen van het verzet van weleer, over de hedendaagse hemelbestormers. Goupil was in 1968 actief bij de Jeunesse Communiste Révolutionnaire. Nadat hij wegens politieke acties tegen de oorlog in Vietnam van school was getrapt, werd hij medeoprichter van het Comité d’Action Lycéen, dat in mei in de voorhoede stond. Hij vormt nog altijd een onafscheidelijk duo met Dany Cohn-Bendit, door Le Monde al eens vergeleken met de mopperende oude mannetjes uit The Muppet Show.

„Dany niet, maar wij trotskisten zagen mei 1968 als generale repetitie voor de revolutie. Maar in feite waren wij al vijftig jaar te laat. Met de gebeurtenissen later dat jaar in Praag was 1968 eigenlijk het begin van het einde van de communistische revolutie. Het is komisch om te zien dat die koters in Nanterre nu, honderd jaar na de Russische revolutie, denken alles nog eens over te kunnen doen”, zegt Goupil (66) in een café in Montmartre. „Volgens Marx spelen alle gebeurtenissen zich twee keer af: eerst als tragedie en dan als klucht. Maar wij waren al de klucht!”

De context is totaal anders, wil hij maar zeggen. Van politici die „hun software sinds de val van de Muur niet geüpdatet hebben”, zoals de links-radicale leider Jean-Luc Mélenchon, die solidair is het met het huidige oproer tegen Macron, moet hij niets hebben. „Het Frankrijk van nu lijkt in niets op dat van 1968, Macron is niet te vergelijken met De Gaulle.”

Mei 1968 Frankrijk Studentenleider Daniel Cohn-Bendit bij een demonstratie in Parijs op 13 mei. Hij studeerde aan de Universiteit van Nanterre.

Foto AFP
15 januari België ‘Leuven Vlaams’ en ‘Walen buiten’ schreeuwen studenten. De Katholieke Universiteit Leuven wordt uiteindelijk opgesplitst.

Foto Odette Dereze/GermaineImage
3 april Duitsland In winkels in Frankfurt ontploffen brandbommen. Onder de daders zijn Andreas Baader en Gudrun Ensslin (rechts), oprichters van de latere RAF.

Foto EPA
Frankrijk schudde op zijn grondvesten in het revolutiejaar 1968. Maar niet alleen in Parijs gingen studenten de straat op. Ook elders was de wereld getuige van schokkende gebeurtenissen.

Goupil, filmmaker, kan het weten. Hij en Cohn-Bendit waren de afgelopen jaren nauw betrokken bij de politieke opmars van Macron. Ze leerden hem kennen in 2016, toen hij nog minister was, en sloten zich aan bij zijn campagne. „We waren onder de indruk”, zegt Goupil nu. „Macron staat voor een open wereld.” Eigenlijk hadden ze met elkaar afgesproken om niet meer over 1968 te praten („Niemand zit op onze verhalen te wachten”), maar voor een documentaire reisden de twee maandenlang kriskras door Frankrijk om vijftig jaar later de balans op te maken.

Volgens Goupil ligt er een directe lijn tussen ‘1968’ en de pro-Europese agenda van Macron. „Europa is de laatste utopie, een concrete utopie”, zegt hij. Hoewel de twee kritiek hebben op Macrons strikte vreemdelingenbeleid, adviseren ze de jonge Franse president nog steeds. „Wie zin heeft in Europa moet verbeelding hebben”, oreerde Cohn-Bendit onlangs in ’68-achtige oneliners op een bijeenkomst van Macrons partij En Marche. „Je kunt je beter aan de kant van de droom scharen, dan aan die van de verveling.”

„Als humanist, internationalist en kosmopoliet zeg je: grenzen tellen niet, we leven in een gemeenschappelijke wereld. Dany en ik staan nog altijd op dat punt”, zegt Goupil. „Ik ben voor mondiale structuren. Maar omdat die moeilijk te realiseren zijn, moet je om oorlogen te voorkomen eerst federale akkoorden sluiten. De Verenigde Staten van Europa dus.”

Niet alleen Goupil en Cohn-Bendit, ook voormalig (maoïstisch) studentenleider Alain Geismar, stemde vorig jaar Macron, naar eigen zeggen omdat die zich niet door populistische ideeën van de wijs liet brengen. Oud-journalist Patrice Louis (70), die in 1968 als student geschiedenis een van de bezetters in Nanterre was en in alle demonstraties meeliep, werd vanwege Macrons moderniseringsagenda zelfs „voor het eerst sinds 1968” politiek actief, vertelt hij. Hij deelde foldertjes uit in zijn woonplaats Illiers-Combray.

Orchestre de Paris

Op 22 maart 1968, toen onder leiding van Cohn-Bendit tot een bezetting werd besloten, had Louis toevallig een opname-apparaat bij zich. Net als veel andere studenten kwam hij uit een keurig bourgeois-milieu en die avond wilde hij eigenlijk een muziekstuk van het Orchestre de Paris opnemen. Maar het werd de stem van Cohn-Bendit. Het bandje heeft hij altijd gekoesterd. „Studenten zijn hier vandaag gekomen omdat ze, denk ik, vastberaden zijn om in actie te komen tegen politierepressie in Frankrijk”, hoor je Cohn-Bendit krakerig zeggen.

„Het ontbeert de huidige generatie opstandelingen aan een incarnatie, een leider als Cohn-Bendit”, zegt Louis. „Wij waren al niet serieus, maar zij zijn dat helemaal niet.” Terwijl de studenten nu grote moeite doen om arbeiders bij hun acties te betrekken, ging dat destijds „bijna spontaan”, zegt hij. „Denk niet dat wij toen veel op hadden met arbeiders.”

De opname die oud-journalist Patrice Louis (70) met zijn cassetterecorder maakte op 22 maart 1968 van studentenleider Daniel Cohn-Bendit.

De wereld was toen ook „zoveel eenvoudiger”, zucht hij. „We wisten precies wie goed en wie fout was, dat kan in deze multipolaire wereld niet meer.” Wie denkt 1968 over te kunnen doen, zoals die studenten in Nanterre nu, begrijpt niets van de tijd, zegt hij. „Wij voelden ons gefrustreerd door De Gaulle, maar we waren in wezen enorm gelukkig en het was economisch met Frankrijk nooit eerder zo goed gegaan als toen. Dat is een heel ander vertrekpunt dan nu.”

Dat de erfenis van 1968 tegenwoordig van alle kanten onder vuur ligt, is „omdat we gewonnen hebben”, denkt Goupil. Niet zozeer politiek, want de leninistische revolutie zoals hij die ooit voor ogen had is er niet gekomen omdat de Franse communistische partij toen het erop aankwam niet durfde. Maar wel cultureel. „Alles dat nu mis is zou de schuld van 1968 zijn. Maar echt, alles waarvoor wij destijds pleitten is gemeengoed geworden”, zegt hij. Dat ontdekte hij op reis met Cohn-Bendit voor hun ‘road movie’, die eind mei in Cannes vertoond wordt.

„Critici als Finkielkraut of Zemmour kunnen het niet uitstaan dat ook vrouwen macht en verantwoordelijkheid hebben gekregen. Ze zeggen dat alles slechter is geworden, maar je moet eens kijken hoe tevreden en gelukkig dit land in werkelijkheid is. Haast niemand stelt onze horizontale, antihiërarchische, open samenleving met gelijke rechten en kansen nog serieus ter discussie.”

Lezersonderzoek

Hoe heeft de generatie van ’68 haar idealen doorgegeven aan de volgende generatie? NRC is benieuwd naar uw ervaringen. Stond u zelf op de barricaden en heeft u geprobeerd uw kinderen op te voeden in de geest van ’68? Heeft u studenten of andere jongeren kunnen inspireren met uw ervaringen? Of bent u juist kind van een babyboomer en besloot u het zelf allemaal anders te doen? Wij hopen dat u uw ervaringen met NRC wilt delen. Doe mee via nrc.nl/lezerspeiling.