Brieven

Brieven

Foto iStock

Volgens statisticus Jan Bogaerts heerst bij de toelating van nieuwe medicijnen „de illusie van het nieuwe en steeds weer betere medicijn” en is er een poortwachter die een oogje toeknijpt (Veel nieuwe medicijnen werken niet. Hoe komt dat?, 21/4). Als voorzitter van het College ter Beoordeling van de Geneesmiddelen (CBG) trek ik mij deze opmerkingen aan. Mijn organisatie is verantwoordelijk voor beoordeling van kwaliteit, werking en veiligheid van medicijnen. Het CBG is streng, maar weegt de patiënt en praktijk mee. Bij markttoelating beperken wij ons niet tot medicijnen die beter zijn dan wat er al is, omdat een patiënt overgevoelig kan zijn voor bepaalde hulpstoffen, of een medicijn niet te combineren is met andere geneesmiddelen. Keuze is goed. Terecht stelt Bogaerts dat een gerandomiseerde studie, dubbelblind uitgevoerd, de gouden standaard is. In uitzonderlijke gevallen wordt hier van afgestapt. Bijvoorbeeld als er niet genoeg patiënten zijn, of als patiënten niet willen meedoen met een vervolgstudie als eerder onderzoek successen toonde. Dan laten we medicijnen voorwaardelijk toe, zodat met extra gegevens opnieuw besloten kan worden. De aantijgingen in het artikel passen niet bij de zorgvuldige wijze waarop geneesmiddelen beoordeeld en geëvalueerd worden.


Voorzitter College ter Beoordeling van de Geneesmiddelen
    • Ton de Boer