Ook in de deftige Hollandsche Manege hebben paarden het zwaar

Dierenwelzijn Het welzijn van de paarden in talrijke maneges is „onvoldoende of slecht”, aldus de organisatie Dier & Recht. Ook de Hollandsche Manege in Amsterdam krijgt ervan langs. Dat zit de eigenaren hoog. „Het voelt onrechtvaardig.”

De rijhal van de Hollandsche Manege in Amsterdam. De oudste rijschool van Nederland is gevestigd in een monumentaal pand vlak bij het Vondelpark. Foto: Olivier Middendorp

De paarden op de manege in het centrum van Amsterdam, grenzend aan het Vondelpark, hebben geen grote stallen en ook is er geen weiland in de directe omgeving. „Maar hebben onze paarden het slecht?” Retorische vraag van Justus Valk (27), met zijn vader Vincent (57) eigenaar van De Hollandsche Manege. De oudste rijschool van Nederland is majestueus gevestigd in een monumentaal pand, met een schitterende rijhal en een indrukwekkend gedecoreerd café. Justus Valk: „Er wordt gezegd dat onze paarden het slecht hebben. Dat zit me hoog. Ik wil mijn hart luchten. Het voelt onrechtvaardig.”

De stallen van de Hollandsche Manege. De paarden hebben hier te weinig ruimte, stelt de organisatie Dier & Recht. Foto: Olivier Middendorp

Ze vinden het prima dat dierenliefhebbers zich zorgen maken over het welzijn van paarden. Vader Vincent Valk: „Maar de onderzoekers leggen de lat wel erg hoog. Het is onmogelijk aan alle eisen te voldoen.” Zoon Justus: „Ze willen dat alle paarden als mensen in een villawijk wonen met een zwembad in de tuin. Mensen die in een volkswijk wonen, kunnen toch ook gelukkig zijn? We mishandelen toch geen dieren?”

De Amsterdamse manegehouders spreken over het onlangs verschenen rapport, Misstanden op de manege van dierenrechtenorganisatie Dier & Recht. „Veel paarden lijden, ondanks hun luxe imago, onder ernstige welzijnsproblemen”, melden de onderzoekers. Zij hebben 53 maneges bezocht, waarvan zeven in Vlaanderen, en in bijna 85 procent van de gevallen is het welzijn van de paarden „onvoldoende of slecht”, aldus het rapport.

Lees ook: De paarden op de Dam in Amsterdam moeten weg omdat de koetsen “niet bevorderlijk” zijn voor het welzijn van de paarden, te veel ruimte innemen en een gevaar vormen voor de openbare veiligheid.

„Voor heel veel manegepaarden is het leven een ramp. Met (of zonder) goede bedoelingen wordt hun een regime opgelegd dat een aanslag is op hun welzijn. Ze zijn eenzaam, somber en apathisch, vertonen neurotisch gedrag. De mens die voor hen zorgt en van hun diensten gebruik maakt, ziet het niet of is onverschillig.”

Ook de Hollandsche Manege krijgt ervan langs – pijnlijk omdat vader Vincent Valk voorzitter is van de werkgroep welzijn van de sectorraad paarden, een samenwerkingsverband tussen sector en overheid. De stallen zijn te klein, de paarden lopen onvoldoende los en hebben te weinig onderling contact. „We zijn er drie keer geweest, om er zeker van te zijn dat het geen incidenten waren”, zegt woordvoerder Frederieke Schouten.

Vader en zoon Valk waarderen de betrokkenheid van de actiegroep. „We staan aan dezelfde kant”, zegt zoon Justus. Vader Vincent: „Wij zijn voor dierenwelzijn, maar het moet wel haalbaar en betaalbaar zijn.” Het rapport is „eerder een observatie dan een rapport”, zegt hij. „Ze wilden gewoon een negatief rapport schrijven.” Justus: „Dat geloof ik niet, papa.” Vincent: „Het is stemmingmakerij. In een filmpje laten ze een dood paard zien met als commentaar: ‘Opgebruikt.’ Waarom? Je kunt net zo goed zeggen dat het leven van dit paard voltooid was.”

Foto: Olivier Middendorp

Aangebonden in smalle stallen

Veel kritiek hebben de onderzoekers op het gebruik van stands; smalle stallen waar paarden aangebonden worden gehouden. De dieren kunnen wel liggen, maar alleen in de lengterichting. Voor leden van Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra (FNRS) is het gebruik van stands sinds dit jaar verboden. „Er wordt verschillend over gedacht. In het Londense Hyde Park staan driehonderd paarden in stands. Dat vinden ze daar een goede stallingsmethode. Toch willen we dat in Nederland niet meer”, zegt directeur Haike Blaauw van de federatie. Vader en zoon Valk moeten het nog doen met de fraai vormgegeven maar krappe stands. „Ook wij willen daar vanaf”, zegt vader Vincent, wandelend langs de paarden die staan of liggen op het stro. Een investering in twee keer zo grote stallen laat op zich wachten, vertellen ze, eerst doordat monumentenzorg daar een stokje voor stak, en inmiddels doordat de gemeente Amsterdam, eigenaar van het pand, het monument gaat verkopen. De naam van de nieuwe verhuurder mogen vader en zoon Valk nog niet noemen.

Gestoord gedrag

Dier & Recht signaleert ook regelmatig paarden met „stalondeugden”; dieren met tics en afwijkend gedrag dat wijst op „tekortkomingen in de omgang met en huisvesting van de dieren”. Hier ontbreekt de nuance, menen vader en zoon Valk. Vader noemt het voorbeeld van een merrie die gestoord gedrag ging vertonen toen haar veulen stierf. „Ze rouwde.” Dat gestoorde gedrag leer je niet zomaar af. Zoon Justus: „Niemand wil paarden met stalondeugden omdat die weinig waard zijn. Behalve voor maneges. Het kunnen heel geschikte, lieve paarden zijn.” Niet alle paarden zijn Ferrari’s, zegt hij. „Wij willen gebruikspaarden. Golfjes en Dafjes.” Hij noemt als voorbeeld Flanagan, een meter zestig hoog. „Mijn favoriete paard.” Laatst struikelde het paard, een meisje van negen viel voorover. „Flanagan deed twee stappen achteruit. Boog het hoofd. En gaf het meisje een kus.”

Dier & Recht roept met een petitie op tot actie. „Het is hoog tijd dat de overheid ingrijpt. Paarden móéten recht hebben op sociaal contact, op vrij loslopen, op een box waarin ze ten minste languit kunnen liggen en op een leven zonder chronische stress en maagzweren”, aldus een verklaring. De Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra neemt het rapport van Dier & Recht serieus. „Wij willen van de onderzoekers precies weten welke bedrijven niet aan welke normen voldoen”, zegt directeur Blaauw. „Daar gaan we mee in gesprek. „Zonder goede en gelukkige paarden kun je niet succesvol ondernemen.”

Foto: Olivier Middendorp

Vier uur per dag beweging

De federatie telt 420 leden, waarvan driehonderd maneges. In totaal telt Nederland twaalfhonderd maneges. De federatie voert met onafhankelijke inspecteurs al een welzijnscheck uit, en er wordt gewerkt aan een keurmerk paard en welzijn. Zelfregulering dus, en geen nieuwe wetgeving. Blaauw ziet daar weinig in. „Hoe moet je al die wettelijke regels handhaven?”

De vraag is of de normen voor welzijn uit het rapport van Dier & Recht hout snijden. Is het wetenschappelijk bewezen dat een paard, bijvoorbeeld, meer dan vier uur per dag vrije beweging moet hebben? Machteld van Dierendonck is diergedragstherapeut en dierwelzijnsspecialist aan de faculteit diergeneeskunde in Utrecht, en werkt aan het genoemde keurmerk. Zij zegt: „Ik heb het rapport nog niet bestudeerd, maar ik weet wel dat het niet mijn methode zou zijn om met een verborgen camera te werken.” Zelf gaat ze liever met paardenhouders in gesprek, om hun kennis te vergroten, en te helpen bij het invoeren van verbeteringen. „Want er kan zeker nog behoorlijk wat worden verbeterd.” Het schort aan kennis, is haar indruk. „Ik heb mensen ontmoet die niet willen dat hun schimmel naar buiten gaat, omdat-ie dan vies wordt.”

Gebrekkige kennis onder paardenmensen

De stellige overtuiging van dierenbeschermers dat alle paarden altijd in een groep moeten leven, verdient volgens Van Dierendonck ook nuance. „Paarden zijn weliswaar sociale dieren, maar het zijn geen koeien, varkens of schapen. Een hengst, en soms meerdere hengsten, beschermt zijn merries het gehele jaar in een hechte familie. Daar kom je als nieuw paard niet zomaar tussen, ook niet in de vrije natuur. Als je dat op alle maneges zomaar zou doen, leidt dat tot ernstige ongelukken. Anderzijds zijn er veel meer paarden die wel in een groep zouden kunnen lopen dan ik nu zie.” En moeten alle manegepaarden altijd vier uur naar buiten? „Dat hangt af van vele factoren. Als een paard slechts één uur per dag vrij kan bewegen, maar wel correct gevoerd wordt, en voldoende schoon water, verdere beweging over de dag en een ruime box heeft, dan zijn de gevolgen minder groot. Je moet het altijd in samenhang zien.”

Er zijn natuurlijk wel een paar dingen die écht niet kunnen. „Bijvoorbeeld prikkeldraad om een weiland van tien bij tien meter. Of langer dan zes uur geen eetbaar ruwvoer en tegelijk op zaagsel staan.” Van Dierendonck verwacht meer van het vergroten van de kennis onder paardenmensen dan van strenge regels. „De meeste welzijnsproblemen worden veroorzaakt door mensen die met hun hele ziel en zaligheid toch grote fouten maken.” Ze geeft een voorbeeld. „De meeste paardenmensen weten niet dat een paard geen galblaas heeft, maar permanent gal afgeeft. Dat betekent dus dat een paard vrijwel altijd moet kunnen eten, zodat de gal iets heeft om te verteren. Als je dat weet, is het ook begrijpelijk waarom je altijd ruwvoer beschikbaar moet stellen.”

Sociale druk is de beste remedie tegen dierenmishandeling, zegt Van Dierendonck, en de manegehouders in Amsterdam zeggen het haar na. Justus Valk: „Dacht je dat wij hier met alle stadsmensen om ons heen dieren zouden kunnen mishandelen?” Het omgekeerde is het geval. „Ik krijg vaak meisjes die zeggen dat hun paard een wondje heeft. Ze willen dat ik er meteen iets aan doe. In Drenthe zou je zeggen: dat is de moeite niet. Hier wel.” Vincent Valk: „Mensen in de stad zijn ontzettend begaan met dieren.”

De stallen van de Hollandsche Manege. De paarden hebben hier te weinig ruimte, stelt de organisatie Dier & Recht
Foto: Olivier Middendorp
    • Arjen Schreuder