Recensie

Huiveren en huilen bij ‘Dido and Aeneas’

Klassiek

De Nederlandse Bachvereniging brengt twee Purcell-uitvoeringen van heel wisselend niveau.

De Nederlandse Bachvereniging liet zich op sleeptouw nemen door de Britse Purcell-kenner Robert King. Foto Jan Hordijk

De Brit Henry Purcell leefde in roerige tijden, waarin intriges en oorlogen het koninkrijk in een wurggreep hielden. Dat gevecht liet sporen na in zijn muziek. De spanning tussen macht en liefde beheerst zijn Dido and Aeneas, de eerste Engelstalige opera, en volgens velen ruim drie eeuwen later ook nog altijd de beste.

De Britse Purcell-kenner Robert King nam de Nederlandse Bachvereniging op sleeptouw in het verhaal over de gedoemde hartstocht tussen de Carthaagse koningin Dido en de Trojaanse vluchteling Aeneas, die voorbestemd is om de vader van de Romeinen te worden. Het drama was in deze uitvoering vanaf het begin voelbaar bij orkest en koor, waarvan de zangers in de heksenscènes van King over het podium mochten zwermen als naargeestig ‘zoemende’ wespen.

Van de solisten bleef Julia Doyle als Dido’s zus Belinda wat plechtstatig, maar countertenor Tim Mead (geest en tovenaar), bas Matthew Brook (Aeneas) en mezzo Marianne Beate Kielland (Dido) deden hun gehoor huiveren en huilen. Ze bloeiden in ‘de merkwaardige tuin van de kunst’, uit de gedragen epiloog die Purcells vriend Tom d’Urfey bij Dido and Aeneas schreef en die King zelf voordroeg – de woorden ‘verwaaiden’ in de verduisterde zaal en misten hun uitwerking in de gejaagde voordracht van de dirigent. En aangezien er geen boventiteling was, viel er in het donker ook niets mee te lezen.

Voor de pauze misten juist de solisten – zonder de gloeiende Kielland – in de ode Why? Why are all the Muses mute? het vuur dat hen in Dido and Aeneas zou beheersen. Purcell schreef dit eerbetoon voor de pas gekroonde katholieke koning James II, na diens bloedige neerslaan van een protestantse staatsgreep. De scherpte ontbrak. Zo hapte bas Brook amechtig naar adem in zijn moeilijke aria over „de krachten van de hel”. Een nog levende James II zou bij deze uitvoering onrustig op zijn troon hebben geschoven. Meenden deze onderdanen wel wat ze met hun tong beleden?