Hockeyen tussen pa’s oude meesters: ‘Met een spons, dat wel’

Veiling collectie Willem van Dedem

Na giften aan Rijks en Mauritshuis veilen zijn kinderen nu een deel van de collectie oude meesters van Willem baron van Dedem. „Wij zijn opgegroeid in een museum”, zegt zoon Frits.

Jan Brueghel de Oudere, Diana en haar nymfen na de jacht. Foto Sotheby’s

Als de vijf kinderen van Willem baron van Dedem (1929-2015) het onderling eens konden worden, hadden zij het in het weekeinde voor het zeggen. Dan bepaalde het zogenoemde ‘kinderparlement’ wat het gezin zou gaan ondernemen.

Willem van Dedem, die in 1969 een creditcardmaatschappij oprichtte, begon in 1976 kunst te verzamelen en was lange tijd voorzitter van de Tefaf. Dat kinderparlement was een educatieve slimmigheid van zijn vader, zegt zoon Frits baron van Dedem (1958). „Met vijf eigenzinnige kinderen wist hij dat de kans op consensus gering was. Ik kan me uit mijn jeugd maar één weekeinde herinneren waarin wij het unaniem eens werden, en zo de agenda hebben bepaald. En dat was toen mijn broers en ik onze zus hadden omgekocht.”

Willem baron van Dedem in 2014, het jaar voor zijn overlijden. Foto Merlijn Doomernik

Een halve eeuw later functioneert het kinderparlement nog altijd. De afgelopen zestien jaar zijn de kinderen Van Dedem het diverse keren wél probleemloos eens geworden.

Steeds als hun vader op de jaarlijkse familiebijeenkomst in zijn woonplaats Londen plannen voorlegde om een aantal topstukken uit zijn collectie Hollandse en Vlaamse oude meesters te schenken aan een museum, stemden zij daar unaniem mee in.

Zo kreeg het Mauritshuis in 2002 vijf topstukken uit de Van Dedem-verzameling. Het Rijksmuseum ontving in 2014 een Hobbema, die nu in de Eregalerij hangt. En eind december kon de National Gallery in Londen melden dat Van Dedem een David Teniers, een fruitstilleven van Adriaen Coorte en twee schilderijen van Jan van Kessel aan het museum had nagelaten. „Een kerstcadeau voor het land”, aldus het persbericht.

Balthasar van der Ast, Bloemstilleven.

David Bowie

Dat zijn nalatenschap door die giften kleiner werd, besefte Willem van Dedem maar al te goed. In 2014, een jaar voor zijn overlijden, zei hij in een interview met NRC: „Mijn kinderen en kleinkinderen, die schenken; die brengen een offer.”

Maar zo hebben zijn nazaten het nooit ervaren, zegt zoon Frits. „Steeds als hij ons toestemming voor een gift vroeg, zeiden wij: ‘Dat is niet fair. Het zijn jouw schilderijen.’ Van die houding over onze potentiële erfenis genoot hij dan weer intens.”

De kinderen erfden uiteindelijk een grote verzameling oude meesters. Meer dan ze kwijt konden. Geen van hen wilde, zoals hun vader, de schilderen vier rijen boven elkaar en tot in het toilet, ophangen.

Bij Sotheby’s in Londen laten ze begin juli daarom een deel van de nalatenschap veilen: negentien schilderijen, een ets van Rembrandt en een tekening. Het veilinghuis, dat de meeste werken woensdag en donderdag in Amsterdam toont, verwacht een opbrengst tussen de 4,5 en 6 miljoen euro.

Het deel van de erfenis dat de kinderen liquide maken, bestaat geenszins uit leftovers, zegt zoon Frits. Het ‘kinderparlement’ wilde per se een representatieve selectie aanbieden, een keuze die recht doet aan de verzamelaarsreputatie van hun vader. Onder meer gaat het om een onweerstaanbaar bloemstilleven van Balthasar van der Ast, een groot landschap van Lucas van Valckenborch en een Christus van Peter Paul Rubens die eerder ook bij David Bowie thuis heeft gehangen. Frits van Dedem: „We hadden de enorme luxe dat er zoveel topstukken waren om uit te kiezen. Misschien ontbreekt alleen een riviergezicht.”

Clara Peeters: Bloemstilleven omringd met insecten (ca. 1600). Richtprijs 285.000-400.000 euro. Foto Sotheby’s

Handicap

Geen van de vijf kinderen is zelf gaan verzamelen. Met zo’n gepassioneerde collectioneur als voorbeeld ligt de lat hoog, zegt de zoon. „Hoe kan je dat ooit evenaren? Dat is onze handicap. Wij zijn opgegroeid in een museum, waar beroemde handelaren en museumdirecteuren kind aan huis waren. Dan kwam Simon Levie (de toenmalige directeur van het Rijksmuseum Amsterdam, red.) weer eens langs, en die hoorden we dan zeggen dat de Ruysdael van mijn vader de mooiste was die hij ooit had gezien. Tja, als kinderen vonden wij het een leuk dingetje dat boven de open haard hing.”

Met zijn broers hockeyde hij soms ook gewoon in de gang, tussen de schilderijen van Terborch en Van Goyen. „Met een spons, dat wel. We waren toch een beetje bang een schilderij van de muur te stoten.”

Als kinderen schoven zij soms aan bij de gesprekken met museumdirecteuren en kunsthandelaren die op bezoek kwamen. „Met rode oortjes zaten we dan te luisteren.” De veilingcatalogi werden soms gezamenlijk bekeken. „Dan wezen we op zo’n schilderij van een man met een witte kraag en zeiden we: ‘Hé papa, die heb jij ook.’”

Door mindere kunststukken in te ruilen tegen betere, bouwde Willem van Dedem aan een van ’s werelds beste privécollecties van Hollandse en Vlaamse meesters. Een nieuwe aankoop was goed aan zijn gezicht af te lezen, zegt de zoon. „Met een grote smile betrad hij dan het huis. Onze moeder wist meteen hoe laat het was. ‘Jongens’, zei de dan tegen ons, ‘dat wordt weer weken lang gehaktballen eten.’”

Lucas van Valckenborch: Gezicht op Aartal (1595). Richtprijs 228.000-343.000 euro. Foto Sotheby’s
    • Arjen Ribbens