Recensie

Hedendaagse ‘Daphnis et Chloé’ in een wat diffuse film

Film/klassiek

Lucas van Woerkum verdient lof voor zijn ambitie om Ravels ‘Daphnis et Chloé’ om te zetten naar film. Maar overtuigende symbiose tussen de beelden en muziek is helaas schaars.

Beeld Lucas van Woerkum/Symphonic Cinema

Met zijn Symphonic Cinema-project trekt cineast Lucas van Woerkum volle zalen. Hij maakt films die geïnspireerd zijn op klassieke muziek, die live wordt uitgevoerd terwijl zijn film boven het orkest wordt geprojecteerd. Van Woerkum zit daarbij naast de dirigent en synchroniseert live via zijn iPad de filmbeelden met het tempo van de muziek.

In 2014 was de première van De Vuurvogel, naar de gelijknamige compositie van Stravinsky. Voor zijn nieuwe symfonische film koos Van Woerkum opnieuw voor een ballet dat in opdracht van de Ballets Russes werd gemaakt: het door Maurice Ravel gecomponeerde Daphnis et Chloé (1912), gebaseerd op de gelijknamige pastorale herdersroman uit de tweede eeuw van de Griekse schrijver Longus. De bewerking van dit klassieke liefdesverhaal door choreograaf Michel Fokine was al behoorlijk vrij, maar Van Woerkum gaat nog verder. Er is vrijwel niets meer van Longus te herkennen in zijn film, die het verhaal overplaatst naar het heden.

In de openingsbeelden zwemmen een nog jonge Daphnis en Chloé naar elkaar toe in een meertje. Net op het moment dat er een broeierige sfeer ontstaat, keert zij zich van hem af en zwemt zij weg, naar haar moeder die aan de kant zit. Dan zien we de twee als tieners. In een discotheek daagt Chloé Daphnis uit door met andere mannen te dansen en flirten. Hij wordt op zijn beurt verleid door een zwart meisje. Iets wat Chloé dwars zit, waarna een scène volgt die tot de hoogtepunten van de film behoort. Niet toevallig een scène die vrij direct teruggrijpt op het ballet van Ravel en Fokine. In een pakkende choreografie danst Chloé met vrouwelijke liefdesconcurrenten, die haar treiteren en uitdagen. Het is een van de zeldzame momenten in Van Woerkums film waarin muziek en beeld samenkomen en een meerwaarde vormen: muziek versterkt het beeld, en beeld versterkt muziek. Dat dit pas halverwege gebeurt is tekenend voor het hele project dat gewaagd is, en niet echt slaagt in zijn opzet. Dat komt grotendeels door het diffuse scenario dat ten grondslag ligt aan de film. Volgens een toelichting van Van Woerkum gaat het over jongeren die zich op sociale media verbergen achter digitale alter ego’s (avatars), „obstakels voor het tonen van kwetsbaarheid die nodig is in de pure, echte liefde.”

Zelfs met die toelichting is het lastig zijn beelden en de motieven van de personages te duiden. Je bent als toeschouwer zo bezig met de interpretatie van wat je ziet, dat de wisselwerking tussen beeld en geluid op het tweede plan komt. Bovendien zijn de momenten waarop film en muziek een overtuigende symbiose vormen te spaarzaam en dat is jammer, want Van Woerkum verdient lof voor zijn ambitie. De scènes die opvallen zijn ofwel cinematografisch spannend, zoals een mooi belicht shot van zijn protagonisten in een opgaande lift, ofwel emotionerend. Zo zitten Chloé en haar moeder na de bijna-verdrinking van Chloé aan de ontbijttafel, waarbij een melancholieke passage op de hobo het gevoel van de moeder uitdrukt. Even indrukwekkend is de stille schreeuw van Chloé die wordt begeleid door een climax in Ravels muziek. Maar het zijn te weinig hoogtepunten om de film te redden.