Klimaat

Een wetenschappelijk debat over het goede leven

Duurzaamheid is zonder twijfel een van de grootste opgaven voor de 21ste eeuw, schrijft , hoogleraar Urban Futures. Dit is het eerste van een reeks artikelen waarin wetenschappers van de Universiteit Utrecht schrijven over hun onderzoeken op het gebied van duurzame ontwikkeling en klimaat.

Foto Reuters

Een wedstrijd tussen goed nieuws en slechte tijdingen; zo zou je het nieuws over milieu en klimaat kunnen typeren. Aan de ene kant de exponentiële groei van zon- en windenergie of het feit dat we nu al windparken zonder subsidie gaan bouwen op de Noordzee. Aan de andere kant breken we warmterecord na warmterecord, smelt het ijs op Groenland en Antarctica, en tonen berekeningen aan dat de beloofde emissiebeperkingen van het Parijse klimaatakkoord bij lange na niet toereikend zijn om binnen het 2 graden doel te blijven.

Duurzaamheid is zonder twijfel een van de grootste opgaven voor de 21ste eeuw. Maar we benaderen het vraagstuk met de oude gereedschapskist. Dat geldt ook voor de wetenschap. Dat zal moeten veranderen. Vorige week publiceerde een groep onder leiding van de Utrechtse klimaatwetenschapper Detlef van Vuuren een nieuwe modelstudie: om het klimaatdoel van 2 graden of 1,5 graden opwarming te halen zouden met ‘levensstijlverandering’ grote resultaten kunnen worden behaald. Heel bondig geformuleerd: wie niet van CO2-afvang en -opslag houdt, zou kunnen overwegen om zijn biefstuk te laten staan.

De studie laat in een notendop zien waar duurzaamheid de komende jaren om draait. We moeten niet alleen het probleem begrijpen, we zullen keihard moeten werken aan het vinden en helpen doorvoeren van oplossingen. Dat is precies de insteek van ‘Pathways to Sustainability’, het strategische duurzaamheidsonderzoek van de Universiteit Utrecht.

Levensstijlverandering

Allereerst is er behoefte aan veel meer samenwerking tussen de disciplines. Als een wiskundige modelstudie aangeeft dat ‘levensstijlverandering’ grote potentie heeft, ontstaat een nieuwe vraag: hoe valt die te realiseren? Onder welke voorwaarden is voorstelbaar dat mensen inderdaad hun diëten op grote schaal gaan veranderen, hier en elders? Dat is een vraag voor sociale wetenschappers als psychologen, sociologen en antropologen.

Samenwerking is ook wenselijk in het domein van CO2-afvang en -gebruik. In Nederland zijn eersteklas onderzoeksgroepen bezig met nadenken over scheikundige manieren om CO2 als grondstof te gebruiken – bijvoorbeeld in de ontwikkeling van nieuwe materialen. Dat is nu allemaal nog experimenteel, maar er is een actieve interesse vanuit de industrie. Willen we die technieken tijdig kunnen inzetten dan helpt het nu al na te denken over juridische kaders, bestuurlijke besluiten en ruimtelijke consequenties. Dat veronderstelt een gesprek tussen scheikundigen, juridische en governance experts.

Ten tweede pleit ik voor een veel directere samenwerking met maatschappelijke partners. In universitaire kring gebruiken mensen het vreselijke woord ‘valorisatie’. Kort door de bocht geformuleerd: kennis ontwikkelen en die dan te gelde maken. Maar met zo’n lineaire benadering komen we er niet meer. Aan onze universiteit zien we maatschappelijke partners als onderdeel van een leergemeenschap. Samenwerking begint dus al bij het formuleren van de onderzoeksvraag.

Ten derde kan de universiteit veel meer werk maken van het helpen verbeelden van die nieuwe duurzame werkelijkheden. Wat zou onze nieuwe werkelijkheid kunnen zijn? We moeten die toekomsten veel meer tot leven brengen. Dat geldt overigens evenzeer voor het fundamentele onderzoek dat we doen: niets is zo overtuigend als de boodschap over smeltend ijs te horen van iemand die zelf al jaren op de poolkap rondloopt.

Neutraal

Soms hoor je mensen zeggen dat de wetenschap ‘neutraal’ zou moeten zijn. Voor mij een onbegrijpelijke redenering. Onze maatschappij is nu al doordrenkt van wetenschap en techniek. Niets neutraals aan het werken aan nieuwe toepassingen van robottechnologie. Lijkt me beter om het debat over de rol van wetenschappelijke kennis in het creëren van de wereld van morgen veel actiever te voeren. In die zin vraagt duurzaamheidsonderzoek een gesprek over niets minder dan het goede leven.

Wetenschappers kunnen vaak ‘om het hoekje’ denken; iets onvoorstelbaars dichter bij brengen. Juist daarom is het goed zelf ook veel meer over de legitimiteit van ons werk na te denken. Wie zoekt naar nieuwe voeding doet dat niet alleen met een machtige producent als Unilever maar ook met een groep als de Youth Food Movement. Als we nadenken over de ruimtelijke toekomst van Nederland na de transitie organiseren we publieksmanifestaties als ‘Places of Hope’ waar we actief wetenschap combineren met beleidsperspectieven. Zo voedt wetenschap het debat en helpt het bij het creëren van breed gedragen oplossingsrichtingen.

Het klimaatprobleem is bij uitstek een thema waarop de wetenschap zijn meerwaarde kan (en zal) bewijzen. Als alle academische disciplines de krachten bundelen en daarbij ook samenwerken met maatschappelijke partners, dan kan de wetenschap ervoor zorgen dat in de toekomst het goede klimaatnieuws in de krantenkolommen de overhand zal hebben.

Lees meer op: nrc.nl/klimaat.