‘Het enige wat FC Twente moest doen, is verdomme niet degraderen’

FC Twente Nog nooit degradeerde een club met een vergelijkbare omvang als het huidige FC Twente. Op het financiële wanbeleid dat in 2016 bijna tot gesanctioneerde degradatie leidde, volgde twee jaar later alsnog de sportieve val. „Ik huil met al onze supporters.”

Een spandoek van de Vitesse-aanhang. Foto’s Vincent Jannink/ANP, ANP Pro Shots

De paria van de eredivisie is gedegradeerd. De knuffelkampioen van 2010 is acht jaar later een weggehoonde, kreupele club die zich – net nu de financiën weer op orde waren na de bestaanscrisis van twee jaar terug – minimaal één seizoen moet gaan schamen in de eerste divisie. De gevolgen hiervan voor de gevallen trots uit het oosten zijn nog onbekend, maar een uitdunning van het personeelsbestand de komende maand lijkt onvermijdelijk.

De degradatie van FC Twente die zich al enige weken aankondigde kreeg zondagmiddag definitief gestalte met een 5-0 nederlaag tegen Vitesse. Trainer Marino Pusic kon de selectie, in het handvol wedstrijden dat hem was gegeven na het ontslag van Gertjan Verbeek, niet in een vechtmachine omtoveren. „De problematiek was te diep”, zei hij zondag over de onevenwichtige en murw gebeukte ploeg. „Ik huil met al onze supporters, de mensen in de club, iedereen in de regio”, zei hij met vochtige ogen.

Er is in de geschiedenis van het Nederlandse profvoetbal geen grotere club gedegradeerd dan het huidige FC Twente. Met een stadion waar ruim 30.000 mensen in kunnen, een omzet van nog altijd bijna 30 miljoen euro. Vermoedelijk is er in diezelfde profhistorie ook geen grotere sportieve wanprestatie geleverd dan deze degradatie met een top-zes begroting en top-acht spelersbudget. Dit kon niet, dit mocht niet. Het gebeurde toch.

Spelers van FC Twente na de 5-0 nederlaag bij Vitesse, waardoor de club degradeert.

Foto Vincent Jannink/ANP

„Het is een verschrikkelijke gedachte dat je misschien wel hun baan hebt weggespeeld”, zei rechtsback Jeroen van der Lely zondag over de onvermijdelijke ontslagen die onder het personeel zullen vallen. Geboren in Nijverdal, jongen van de streek. Hij twijfelde drie jaar geleden of hij wel profvoetballer wilde zijn, leverde zijn contract in, overwoog een maatschappelijke carrière maar keerde toch terug. Nu lijdt hij, zoals velen in Twente. „Maar het is niet dat ik nu alsnog stop met voetballen.”

Zijn toekomst is „ongewis”, zoals die van eenieder. De te verwachten omzetdaling is becijferd op tussen de 8 en 10 miljoen – zo halveert FC Twente in vier jaar tijd ruim. Van 45 miljoen euro naar iets meer dan 20 miljoen.

Symboliek

De symboliek is op dagen als deze onvermijdelijk. In het Gelredome speelde FC Twente tien jaar terug voorronde Champions League tegen Arsenal tijdens het debuut van de aanstaande kampioenenmaker Steve McClaren. De club week uit naar Arnhem omdat de eigen Veste in Enschede fors werd uitgebreid die zomer. De vette jaren braken aan, de titel was aanstaande – dat alles onder de bezielende leiding van Joop Munsterman, toen nog visionair genoemd. Alles zat mee, alles was in beweging.

Dat FC Twente na de titel van 2010 op te grote voet doorging, is duidelijk. Een autonoom met 2 miljoen per jaar uitdijende post spelerssalarissen, gecombineerd met een schuldenlast als gevolg van onder meer het in eigen bezit hebben van het stadion, werd na 2011 langzaam aan nijpend. De Champions League werd na de eenmalige deelname niet meer gehaald. De rek was er aan de recettekant wel uit, de crisistax voor topinkomens hakte er hard in bij de club vol veelverdieners. Onder druk van KNVB-regels en allerlei ordinaire twisten scheurde het bestuur onder Munsterman in 2015.

FC Twente-coach Marino Pusic na de degradatie.

Foto ANP Pro Shots

In 2011 al waren er voortekenen van de hoogmoed die de club (bijna) fataal werd. Na het mislopen van de tweede titel, verloren op de slotdag in een zinderende wedstrijd tegen Ajax, raakte de club in steeds zwaarder weer. Een tribunedak stortte in tijdens de realisatie van weer een uitbreiding in het stadion, met twee doden tot gevolg. FC Twente tartte die zomer het financieel geplaagde Feyenoord door de beste speler van dat moment weg te lokken: Leroy Fer, voor 5,5 miljoen euro. Tot slot van dat jaar werd trainer Co Adriaanse ontslagen toen deze na vijf maanden bij FC Twente op vijf punten van de koppositie stond. Eigenlijk alleen Ajax doet zulke dingen.

Het patroon vanaf toen: inkomsten uit de toekomst naar voren halen, daarmee het onrealistische ambitieniveau vasthoudend. Wie zegt dat FC Twente boven zijn stand leefde heeft gelijk, maar vergeet wellicht dat de club na 2011 nog maar één keer een topklassering neerzette.

Zo weelderig was het allemaal niet voor de doorsnee supporter die er allemaal ook weinig aan kon doen. Laat staan aan de in 2014 gepleegde en later geopenbaarde praktijken van het bestuur.

Een niet aan de KNVB gemelde bijlage met een ongeoorloofde bepaling in een contract met investeerder Doyen, een tweede miljoenencommissie aan speler Dusan Tadic en diens zaakwaarnemer die verzwegen werd.

FC Twente-verdediger Jeroen van der Lely na de nederlaag. „Het is niet dat ik nu alsnog stop met voetballen.”

Foto Vincent Jannink/ANP

Hoewel directeur Erik Velderman de erfenis van de financiële problemen zondagmiddag niet ongenoemd liet, is het geforceerd om een verband te leggen tussen het wanbeleid van weleer en de sportieve wanprestatie van nu. Wel is het heersende anti-Twente-sentiment terug te herleiden naar het tijdperk-Munsterman en de puinruimers na hem.

FC Twente vocht de degradatiestraf voor gepleegde frauduleuze handelingen in 2016 met succes aan, maar maakte daarmee veel vijanden onder de clubbestuurders en voetbalsupporters in Nederland, die vonden dat de Enschedese probleemschoppers de sanctie gewoon moesten ondergaan. De Twentse deemoedigheid viel ze tegen.

Alsof er niets aan de hand was werd de club meteen, vorig seizoen, alweer zevende. De salarissen waren dit jaar nog altijd zodanig dat er voor de onderste helft van de clubs in de eredivisie niet te concurreren viel met FC Twente. „Het enige wat FC Twente moest doen om in 2020 weer tot de Nederlandse subtop te behoren”, zo zei onlangs een voormalig bestuurder die anoniem wilde blijven, „is verdomme niet degraderen”.

Eerste degradatie sinds 1983

Nu is er alsnog de degradatie – de eerste keer was in 1983 – maar hiertegen bestaat geen beroep. De diepe val van de Enschedese club, vaak de vierde club van Nederland genoemd, is bron van leedvermaak. De degradatie als een vorm van kosmische gerechtigheid. Bij de aftrap in de Gelredome hees de Vitesse-aanhang het logo van FC Twente omhoog met in plaats van het fier steigerende Twentse paard het stierenlogo van het biermerk dat zijn naam aan de eerste divisie heeft verbonden. ‘GEEN CENTE? ’T WENT HE’ stond er ook nog. De supporters uit Arnhem zijn vaak genoeg belachelijk gemaakt door de Twentse aanhang, die ooit ‘Faillietesse’ op een doek schreef.

FC Twente zal zich moeten oprichten, zei directeur Velderman. Jan van Halst, de technische man die al was gedegradeerd tot – alleen nog – commerciële bestuurder, liet zich zondag niet zien omdat hij eind maart de portefeuille voetbalzaken al had neergelegd. Van Halst was in 2016 het symbool van het nieuwe FC Twente, na de zondeval. Hij stond twee jaar aan het roer en is met zijn selectie- en trainersbeleid – de eerste trainer, René Hake werd er in oktober al uitgewerkt – verantwoordelijk voor een seizoen waarin de eredivisiestatus alsnog verspeeld werd.

Maandagochtend zou de directie in een persconferentie in Enschede dieper ingaan op het perspectief van de club, nu de degradatie een feit is. „Daar is het nu niet het moment voor”, zei Velderman zondag, aangeslagen. „Maar er is geen reden om te denken dat wij failliet gaan.”