In Dokkum had politie alleen oog voor Zwarte Piet-tegenstanders

Sinterklaasintocht Dokkum Waar ging het mis tijdens de Sinterklaasintocht in Dokkum? Autoriteiten keken maar één kant op.

Twee bussen van actiegroep Stop Blackface worden door tegendemonstranten geblokkeerd op de A7 bij Joure. Foto Niels Wenstedt/ANP

November 2017. Met nog een paar dagen te gaan is de traditionele landelijke Sinterklaasintocht voor de politie allerminst een kinderfeest. Doodswensen vliegen over en weer tussen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet. Van de ene bedreiger mogen de kinderen in Dokkum best „massaal” bedolven raken „onder de hersen- en botsplinters” van Sinterklaas. Een ander vindt burgemeester Waanders een NSB’er die moet worden „afgeknald”. Een derde belt naar het gemeentehuis met plannen voor de tegenstanders van Zwarte Piet: „We rammen ze kapot. We pakken ze.”

Om de intocht rustig te laten verlopen, beginnen politie en gemeente Dongeradeel, waar Dokkum onder valt, al maanden tevoren te plannen. Ze willen geen herhaling van 2014 en 2016, toen hordes demonstranten werden gearresteerd. En dus zoekt burgemeester Marga Waanders (PvdA) contact met de tegenstanders van Zwarte Piet en houdt de politie beide kampen nauwgezet in de gaten.

Toch eindigt de dag van de intocht in chaos: met een illegale wegblokkade, een demonstratieverbod en onrust in het land. Dat de politie in Dokkum de grip kwijtraakt, ligt deels aan eigen keuzes. Dat blijkt uit een reconstructie van NRC op basis van gesprekken met vijftien betrokkenen en inzage in logboeken, verslagen, mails en rapporten van politie en gemeente, verkregen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Zo worden de toegangswegen naar Dokkum die 18de november onvoldoende bewaakt en ziet de politie wel mensen op weg naar de wegblokkade, maar grijpt niet in. De agenten richten zich op de anti-Zwarte-Pietgroep die in bussen op weg is en onderschatten het gevaar van de voorstanders. Dit leidt er uiteindelijk toe dat de situatie in en rondom Dokkum uit de hand loopt. Loco-burgemeester Pytsje de Graaf (Fryske Nasjonale Partij) ziet zich dan gedwongen de demonstratie te verbieden.

De voorbereiding

Leider van de tegenstanders Jerry Afriyie ziet het aankomen: hoe goed zijn groep ook contact onderhoudt met het gezag en afspraken naleeft, de voorstanders van Zwarte Piet krijgen uiteindelijk toch hun zin. Daarom klinkt in zijn antwoord twijfel door als burgemeester Waanders twee maanden voor de intocht mailt dat ze met hem wil praten over het „pietenprobleem”. Eerdere gesprekken met burgemeesters, reageert hij, „hebben niets opgeleverd dan massa-arrestaties en mishandeling door de politie”.

Om er zeker van te zijn dat de burgemeester oprecht geïnteresseerd is in zijn standpunt, stelt Afriyie als voorwaarde dat zijn antiracismestichting dialoogavonden of gastlessen mag organiseren op scholen in Dokkum. Waanders ziet daarvoor mogelijkheden en vraagt om een ontmoeting, zodat het vertrouwen kan groeien. De twee spreken herhaaldelijk af en komen voorwaarden overeen voor een demonstratie.

Duivendrecht

Het pro-Zwarte-Pietkamp ontspringt aan controle. Aanhangers kondigen geen demonstratie aan en hebben nauwelijks contact met politie en gemeente. Wel trekken de Friese Jenny Douwes en Gerwin Dokter op last van justitie publiekelijk hun oproep in om de bussen van actiegroep Kick Out Zwarte Piet (KOZP) tegen te houden. Toch blijven voorstanders zich via dit ‘Project P’ op Facebook organiseren. Een van hen ontdekt dat de tegenstanders die zaterdagochtend vanaf station Duivendrecht vertrekken en besluit hun bussen te volgen. Zijn vrienden in Friesland geeft hij via WhatsApp de route door. Een cruciale zet, zo zal blijken.

Ook andersom is er gespioneerd. Mede-leider Mitchell Esajas deelt in de voorste bus mee dat zij de A6 nemen, niet de Afsluitdijk. Via een tegenstander die zich onder een pseudoniem aansloot bij Project P, is het plan achterhaald de bussen op de dijk tegen te houden. De mensen in de bus zijn opgelucht, onwetend van de auto die hen volgt.

Ook twee politieverkenners in burger rijden achter de bussen aan. Zij peilden op Duivendrecht de sfeer onder de activisten en keken uit naar potentieel gevaarlijke demonstranten: leden van de extreem-linkse AFA of vrienden van twee ‘sintbedreigers’ die uit voorzorg zijn vastgezet. Die zitten er niet tussen, zien zij. De undercoveragenten geven aan hun chef wel door dat de demonstranten „zeer gespannen” zijn en in „stokoude bussen uit de kraakbeweging” rijden. Dat een Project P’er kilometers lang naast hen rijdt, merken ze niet.

Drachten

De chef van de verkenners zit met zes andere politiehoofden en hun algemeen commandant om een conferentietafel in het Crisis Coördinatiecentrum in Drachten. Samen vormen zij de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO), die alle bij de intocht betrokken politieteams aanstuurt. Hier houdt de politie niet alleen Dokkum en de pro- en anti-pieten in de gaten, maar ook de sfeer in de rest van het land. Zo noteert het hoofd inlichtingen om kwart over negen dat de „algemene boodschap” op sociale media is „dat de demonstranten niet welkom zijn”.

Intussen ziet het hoofd mobiliteit dat „bij Breezanddijk en de Centrale As zich personen verzamelen om eventuele blokkades te creëren”. Dit gebeurt, noteert hij, „onder leiding van Project P”. Hoewel blokkeren van een snelweg strafbaar is, grijpt de politie niet in. Ook niet als het hoofd ordehandhaving ziet dat een groep „van twintig auto’s met Friese vlaggen” vanaf Breezanddijk, midden op de Afsluitdijk, weer de A7 richting Friesland pakt. Tegenover de KOZP-activisten stelt de politie zich actiever op: verkenners houden hen continu in de gaten, er is nagenoeg onafgebroken telefonisch contact met Afriyie en Esajas.

Tegenstanders van Zwarte Piet demonstreren in Dokkum.

Foto Remko de Waal/ANP

Dokkum

In Dokkum bemoeit de politie zich ook nauwelijks met de voorstanders. Het vestingstadje verwacht zo’n 25.000 bezoekers, maar het regent en het worden er niet meer dan 15.000. Met slechts vier toegangswegen – ‘poorten’ – is het door grachten omringde centrum van Dokkum overzichtelijk en makkelijk te beveiligen. Toch gaat het mis bij die beveiliging.

De commandant van de bewakingseenheid, een antiterreurgroep van de politie, waarschuwt de staf in Drachten om 9.05 uur dat de poorten onbemand zijn. Zijn eenheid ontfermt zich over de toegangscontrole, hoewel de daarvoor vereiste mankracht ontbreekt. Er ontstaat „extra risico op ongewenste bezoekers die niet gecheckt zijn bij de poorten!!!”, aldus het hoofd beveiliging van de SGBO. Twee uur later is niets veranderd: „Er staan nog steeds geen basispolitie collega’s bij de poorten!!! Zorgelijk.”

Liefst negen keer vraagt hij die dag om meer en actievere agenten bij de poorten – vergeefs. Terwijl de politie dan al lang weet dat rechts-extremisten van Pegida en hooligans van SC Cambuur van plan zijn te komen. „We gaan die anti-Zwarte-Pietdemonstranten bij u in Dokkum helemaal afmaken”, heeft een Feyenoord-hooligan de gemeente een dag eerder laten weten. De lokale inlichtingendienst van de politie spreekt van Zwarte-Pietvoorstanders die, „verrast door de laat aangekondigde demo van links”, nu waarschijnlijk toch naar Dokkum komen en „zonder vergunning tussen het publiek gaan staan”. Ze meldt ’s ochtends aan de SGBO dat „25 harde kern Cambuursupporters” en „meerdere harde kern supporters van verschillende voetbalclubs” naar Dokkum komen om „de confrontatie aan te gaan met tegenstanders van Zwarte Piet”. Tegen half elf ziet het hoofd inlichtingen hoe zij zich verzamelen in de stad.

De politie zegt achteraf desgevraagd dat zij „tientallen pro-Pieten” op inschatting van „kwaadwillendheid” de toegang tot het centrum van Dokkum heeft geweigerd. Dat gebeurde op grond van een noodbevel dat burgemeester Waanders vrijdag 17 november ondertekende. Maar door de gebrekkige controle bij de poorten vinden kwaadwillenden toch hun weg naar Dokkums centrum, naar het demonstratievak van de activisten.

Het hoofd ordehandhaving noteert later op die zaterdag dat „rechts georiënteerden (veel kale koppen) voorbij het checkpoint zijn” en roept de hulp in van collega’s te paard. De algemeen commandant geeft opdracht „uit te kijken naar extremisten”. „De focus is nu op de bussen”, concludeert het hoofd bewaking, „terwijl vanochtend iedereen ongecontroleerd binnen de bolwerken heeft kunnen komen”.

Acht tegenstanders van Zwarte Piet wordt wel de toegang ontzegd. Ze zijn met eigen vervoer naar Dokkum gereisd en worden staande gehouden omdat ze, zo deelt de politie hun mee, „niet van hier” zijn. Ze krijgen te horen dat ze zich hadden moeten aanmelden via KOZP. Maar individuele registratie is geen vereiste voor demonstraties, weten ze. Hun protest vindt geen gehoor. Ook de twee die wél bij KOZP aangemeld zijn, mogen niet door.

Bij de tegengehouden activisten zijn observanten van PILP, een juristencollectief dat politie-optredens bij demonstraties monitort. De politie wil ook hun geen uitleg verschaffen. Later zegt de burgemeester dat de activisten Dokkum niet in mochten omdat afgesproken was de bussen hen buiten de stad zouden oppikken.

Foto Niels Wenstedt/ANP

Driehoek

Om drie over tien ’s ochtends krijgen in Dokkum de burgemeester, de politiechef Noord-Oost Friesland en een officier van justitie van het OM Noord-Nederland telefoon. De bussen met demonstranten staan bij Joure vast op de A7, hoort de ‘driehoek’: wegblokkade. Ook op andere plekken in Friesland staan mensen klaar voor een blokkade, wordt hun verteld. Bovendien groeit het aantal voetbalsupporters in Dokkum.

„De politie geeft aan dat de kans op confrontaties wanneer de betogers bij Dokkum aankomen aanzienlijk is. Er zal vermoedelijk ‘geknokt’ moeten worden”, noteert de driehoek in zijn verslag. De politiebazen adviseren het protest te verbieden. Tegen elven volgt het bericht dat „volgens geruchten” voorstanders onderweg zijn met zwaar vuurwerk. De driehoek besluit het politie-advies over te nemen, „vanwege het als zeer waarschijnlijk omschreven risico op ernstige wanordelijkheden.” Een uur later ziet het hoofd communicatie op sociale media „veel positieve reacties op het besluit”.

‘Hooligans’ in Dokkum

Inmiddels is de groep tegenstanders van Zwarte Piet in Dokkum gegroeid tot vijftien. Om hen heen staan zo’n dertig voorstanders, onder wie een aantal wegblokkeerders. Sommigen roepen racistische leuzen. De twee groepen dreigen „over en weer”, aldus de politie. Het hoofd beveiliging spreekt over „hooligans” in de binnenstad, zelfs Feyenoordsupporters zijn gesignaleerd. De ME komt in actie om de activisten Dokkum uit te leiden. Zij hebben niet kunnen demonstreren.

Het hoofd mobiliteit heeft inmiddels genoteerd dat er „nergens een podium wordt gecreëerd voor KOZP-groepen” – ook niet in het Noord-Hollandse Weesp, waar een deel van de activisten uit de bussen zich bij een ander protest wil voegen. „Dit moet worden tegengegaan”, stelt de SGBO al ver voor dat burgemeester Bas Jan van Bochove van Weesp een noodbevel tegen KOZP uitvaardigt. „Het scenario zal zijn dat ze te laat komen.” En dus rijden politiemotoren en ME-busjes in colonne met zo’n tachtig kilometer per uur rondom de activisten en zetten schuin geparkeerde politiebusjes alle afritten af.

Het hoofd communicatie signaleert dan een „kanteling in de berichtgeving” op sociale media. De activisten ageren tegen de politie. „Het is erg onrustig in heel Nederland. Erasmusbrug in Rotterdam is geblokkeerd door de anti-Zwarte-Pietengroep.” Ze ontwaart een teneur van „20% feest en 80% ellende” en adviseert tot een Q&A voor de persconferentie van de burgemeester later die dag, om een „positief beeld naar voren te laten komen van 80% feest en 20% ellende”.

Maar het lukt burgemeester Waanders niet de aandacht te vestigen op het succesvolle kinderfeest. Media bevragen haar keuze de demonstratie te verbieden. Waanders ontkent desgevraagd dat de twee groepen anders behandeld zijn, maar zegt wel dat het zwaartepunt lag op de voorbereiding van de „enige betoging die van tevoren was aangemeld” – die van Kick Out Zwarte Piet.

De politie Noord-Nederland wil niet reageren op de conclusie dat de voorstanders nagenoeg vrij spel kregen, ondanks dat hun acties aangekondigd waren. District-chef Sylvia te Wierik zegt dat de politie die dag slechts twee doelen voor ogen had: „Het door laten gaan van de demonstratie en een zo’n veilig mogelijk verloop van het kinderfeest.” Uiteindelijk voelde de politie zich gedwongen te kiezen voor het laatste, aldus Te Wierik. „Want wat is het alternatief? Dat kinderen en ouders worden blootgesteld aan geweld?”