Opinie

    • Hugo Camps

Willem-Alexander

Van alle Europese vorsten heeft koning Willem-Alexander de meeste affectie voor sport. Hij kan zelfs een verkleedpartijtje hebben in Thialf. Prins Albert van Monaco is ook voetbalgek, maar hij zit in het stadion alsof hij naar een staatsbegrafenis kijkt. Ingevroren in het pak.

De Belgische koning Filip is zo mogelijk nog houteriger. Op het WK in Brazilië probeerde hij zich aan te sluiten bij de wave, maar hij vond het tempo niet. Het hupje van zijn vrouw Mathilde was zo mogelijk nog spastischer. Ook zijn gesprekjes met de Rode Duivels verliepen stroef. Filip is nooit van de losse babbel geweest. Naast zijn lichaamstaal zijn ook de woorden gesteven. Een keramieken mannetje.

Willem-Alexander is losser en vlotter, soms zelfs iets te los. Ik herinner me de Olympische Spelen in Atlanta. Toen de volleybalmannen de finale wonnen, donderde hij wild van de tribune af om met de kampioenen de polonaise mee te dansen. Hij kon niet wachten tot de kleedkamer. Er was toen kritiek op zijn „inmenging in binnenlandse aangelegenheden” van de sporters. Hij roofde hun geluk weg, zei men. Maar de beleving was oprecht, het was ook geen ingestudeerd nummertje. „Wat zijn die Yanken stil”, zong hij ondiplomatiek uit volle borst mee.

Op wedstrijden van Feyenoord en Ajax zien we hem vrijwel nooit. Zijn enthousiasme voor Oranje houdt ook niet over. Het laatste is begrijpelijk: er zit geen kruimel koninklijke zwier meer in het Nederlands elftal. Op een veldrit laat hij zich al helemaal niet zien: daar wordt te veel gedronken. Maar ook klassiekers als de Amstel Goldrace inspireren hem niet tot een uitstapje. Weet niet zeker of Tom Dumoulin al een telefoontje heeft gekregen na zijn winst in de Giro van vorig jaar. De koning houdt niet van wielrennen.

Schaatswedstrijden daarentegen zijn zijn lust en zijn leven. Uiteraard was hij weer prominent aanwezig op de Spelen in Zuid-Korea. Zoals hij ook niet weg te slaan was uit de schaduw van Sven en Ireen in Sotsji. Onder schaatsers schuwt hij het Heineken Huis niet. Vladimir Poetin mocht ook mee.

Voor de meeste koningen blijft sport beperkt tot een partijtje pétanque. Een avondwandeling met interval, biertje en nootje erbij. Daar neemt het lichaam van Willem-Alexander geen genoegen mee. Zijn spiermassa wil uitgedaagd worden en er moet ambiance zijn. In zijn prinselijke jaren was hij zelfs niet te temmen als tribuneklant, maar die tijd is voorbij. Bij de schrijdende tred is hij het springen en swingen verleerd. Máxima moet niet meer klunen om hem bij te houden.

Ik vind het wel geruststellend, een koning als sportfanaat. Het is gedeelde macht par excellence. Alleen dat fluorescerende oranje jack hoeft voor mij niet. De koning is geen vlag, dat zijn zijn onderdanen. Dat moet ik de Belgische koning Filip nageven, zijn outfit ontaardt nooit in een Vlaamse kermis. Hij blijft strak in het pak zitten, gedistingeerd grijs meestal.

Onder Wilhelmina en Beatrix was Nederland niet minder sportnatie dan onder Willem-Alexander. Maar het is goed dat het staatshoofd interesse toont voor de competitieve spirit van zijn onderdanen. Dat doet Willem-Alexander beter dan zijn alter ego’s in het buitenland.

Hij laat zich niet smeken om als lobbyist op te treden bij het IOC. Aan NOC*NSF is dat niet besteed: een verzameling klerken.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps