Column

Waarom rechters geen ‘bak bagger’ meer willen

Nu de digitalisering van de rechtspraak à raison van 200 miljoen euro in elkaar is geklapt, is het tijd voor een frisse blik. Toevallig kwam net deze week het Jaarverslag 2017 uit waaruit traditioneel bleek dat je voor rechtspraak géén haast moet hebben. Over strafzaken doet een gerechtshof bijvoorbeeld 66 weken.

Vorige week hield de KNAW een symposium over het civiele proces, met de ondertitel ‘Hoe rechtspraak en advocatuur elkaar negatief beïnvloeden’. Dat was nog vóór de oorvijg die de rechtbank Amsterdam vorige week strafadvocaat Weski verkocht, vanwege haar ondoorgrondelijke pleitnota’s. Aanleiding bleek een hartenkreet van oud-rechter en advocaat Edo Groenewald uit Den Bosch, die in het Nederlands Juristenblad tegen de advocatuur van leer was getrokken. Er zijn volgens hem te veel futiele, kansloze en overbodige zaken waarin de rechter geen meerwaarde heeft. Met overbelaste rechters tot gevolg en geïrriteerde burgers. Het recht is te complex geworden (evergreen) en de advocaat te vaak onder de maat. Met digitalisering of reorganisatie schiet je dan wel wat op, maar nooit genoeg. Het probleem is wat advocaten bij de rechtbank allemaal indienen. De oorzaak is een gebrek aan kennis en dus aan gespecialiseerde advocaten. En een verdienmodel dat is gebaseerd op ‘uurtje factuurtje’. Tel daar te weinig toezicht door de Balie bij op, rechters die er niks van durven zeggen en burgers die geen onderscheid kunnen maken – en de malaise is verklaard. Groenewald wil het procesmonopolie voortaan beperken tot gespecialiseerde advocaten, naar analogie van de taakverdeling huisarts/specialist.

De Overijsselse kantonrechter Ellen de Groot ging met vergelijkbare flair aan de slag. Veel werkdruk bij rechters komt door slechte dossiers. Veel zaken zijn niet uitgediept: het is onduidelijk welke feiten vaststaan, wie er nog gehoord moet worden, welke juridische vragen centraal staan. Procespartijen staan „te veel in de vechtstand” en communiceren niet goed met elkaar. Het leidt tot dossiers als „schoenendozen” waarin facturen ontbreken, dagvaardingen onvolledig zijn, de grondslagen voor de vordering ontbreken, waarin het verweer van de gedaagde partij ontbreekt, terwijl het wel blijkt te bestaan etc.. „Een bak bagger” vatte De Groot samen. Alle rechtshulpverleners maken er zich schuldig aan, zei ze. Advocaten, verzekeraars, adviseurs. „Rechters geven te weinig feedback en we straffen dit te weinig af.” De overdaad aan uitstelverzoeken en eindeloze lijsten verhinderdata kunnen ook worden ingeperkt. En oh, als er eens een fatsoenlijke planning kwam voor de rechters zelf, verzuchtte ze. Met een duidelijke scheiding tussen zittings-, schrijf- en leesdagen. En niet de hindernisbaan van nu, waarin van alles een beetje gebeurt, liefst door elkaar.

Verder mag de rechtspraak morgen ophouden met het om de zes jaar overplanten van rechters naar een ander vakgebied. Dat betekent „verlies aan effectiviteit en kwaliteit”. In de samenleving wordt van iedereen specialisatie verlangd. „Maar wij denken dat we alles kunnen.” Rechters worden geworven op een minimum van twee rechtsgebieden. Dat is uit de tijd, vindt De Groot. „U wilt ook niet geopereerd worden door een neuroloog die net zes jaar kinderarts achter de rug heeft”. En dan: regie. Een rechter die stevig overleg voert, met partijen „liefst per mail”, over wat de kernvragen zijn. Dus niet alles in tussenvonnissen of –aktes vastleggen. Kunnen advocaten verder ophouden met eindeloze herhalingen, op schrift en tijdens pleidooi, van wat iedereen al gelezen en bestudeerd heeft? En alle rechters zouden een opleiding tot mediator erbij moeten doen. „Ja, dat kost geld, maar je leert anders tegen conflicten aankijken en andere gesprekstechnieken.” Sinds ze zelf die cursus volgde, pleit ze voor een zaal met een ronde of driehoekige tafel, waarbij partijen elkaar kunnen aankijken. Rechtbanken zouden zich verder moeten specialiseren, á la de hartcentra. Denk aan rechtbanken voor bouwzaken, letselzaken, intellectueel eigendom, pensioenkwesties. En maak in die colleges ook ruimte voor (niet-juridische) inhoudsdeskundigen. De zaal schreef driftig mee. Ik dacht vooral: kan rechter De Groot de digitalisering er niet even bij doen?

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma