Opinie

    • Mirjam de Winter

Klusjesman

Daar zitten we dan, met de handen in ons haar in een ontmantelde keuken tussen nog ingepakte keukenapparatuur, te hopen op een handige harry die ons alsnog komt redden. De bestelde klusjesman is niet komen opdagen. Om 8 uur ’s ochtends zou hij komen, zo was beloofd. We hadden de keuken klus-klaar gemaakt en een vrije dag genomen. Toen ik hem om 11 uur belde om te vragen waar hij bleef, zei hij onderweg te zijn. Niet dus. De uren en dagen erna nam hij zijn telefoon niet meer op en reageert ook niet op de inmiddels tientallen mails, apps en voicemails die ik stuurde. Ik dacht nog even dat hij onderweg misschien verongelukt was, maar actuele tijdsmeldingen op zijn Whats App wijzen uit dat hij springlevend is. En dus kan ik niet anders concluderen dan dat het weer zo’n asociale, zelfingenomen bouwvakker is die zonder wroeging hulpeloze types als ik in de rotzooi laat zitten.

Als ik bij vriendinnen mijn beklag doe, herkennen ze zich allemaal in dit verhaal. „Komt allemaal in orde mevrouwtje”, klinkt het steevast, nadat ze eerst hoofdschuddend de „ingewikkelde klus” hebben beoordeeld en een stevige offerte hebben ingeleverd. Om vervolgens niet te verschijnen op de afgesproken dag of tijdstip, de klus halverwege laten liggen omdat er nog „een klusje tussendoor kwam” en dan ook nog eens veel meer kosten in rekening brengen vanwege zogenaamd „onvoorzien meerwerk”.

Het had me weken zoekwerk gekost om überhaupt een beschikbare klusjesman te vinden, want allemaal zijn ze druk vanwege de plots uitgebroken gekte op de Rotterdamse huizenmarkt, zo kreeg ik alsmaar te horen. Kennelijk staan alle Rotterdamse keukens op dit moment in de steigers en zitten ze helemaal niet te wachten op een relatief kleine klus bij een hulpeloos en wanhopig ‘vrouwtje’ als ik. En dan heb ik ze nog niet eens verteld over mijn post-traumatisch klusjesmannensyndroom, opgelopen na eerdere verbouwingen.

Per toeval kreeg ik destijds namelijk twee klussers over de vloer die Peter heetten. De eerste liet altijd onleesbare briefjes achter met als vaste aanhef „Hallo, met Peter”, alsof hij me aan de telefoon had. Hij dacht ons te helpen door op eigen houtje isolatiemateriaal rond oude verwarmingsverbuizen te verwijderen, waarvan hij wist dat er mogelijk asbest in verwerkt was. De GGD en het RIVM moesten worden ingeschakeld en we mochten ons huis niet meer in totdat met zekerheid was vastgesteld dat er geen asbest was vrijgekomen.

De tweede Peter mocht langer blijven, maar maakte fout op fout die hij van ons – voor eigen rekening – moest herstellen. Toen onze keuken bijna klaar was (tegelwerk moest nog worden gevoegd), pleegde Peter zelfmoord en bleven wij tot op de dag van vandaag met een onaffe keuken zitten. Die zelfmoord had overigens niets met zijn werk of met ons te maken, maar met een torenhoge gokschuld, zo hoorden wij achteraf. Vijftien jaar lang hebben wij niemand meer binnen durven laten voor een klus of verbouwing. En nu zit ik hier, met mijn handen in het haar in die onaffe keuken waar de tegels inmiddels van de muren komen.

De klootzakken.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.

    • Mirjam de Winter