Het Park bij de Euromast wordt in zijn oude glorie hersteld

Stadspark Om te beginnen opent Dudok op 1 mei Dudok In Het Park in het Heerenhuys.

In het Het Heerenhuys, waar vroeger onder meer restaurant Zochers zat, opent op 1 mei Dudok in Het Park. Foto Walter Herfst

In 1852 was het één van de eerste, door Jan David Zocher in Engelse landschapsstijl ontworpen stadsparken van Nederland. Rotterdam was er zó trots op, dat de toenmalige burgemeester, Johan Frederic Hoffmann, voorstelde om het simpelweg Het Park te noemen. Want dat was het: het onbetwiste park van de stad.

En nu?

Nou, het is overal groen en waar je ook kijkt, lopen er zwierige paden doorheen. Mooie bomen staan er ook. En bankjes, die noden om even te gaan zitten. So far so good.

Je kunt ook andere dingen zien. Die ziet directeur Wim Pijbes van de Stichting Droom en Daad, een vorig jaar door de miljardairsfamilie Van der Vorm opgericht vermogensfonds dat investeert in Rotterdam. Dat begint al als hij eraan komt fietsen, langs het Erasmus MC, dan oversteken bij het Droogleever Fortuynplein.

En dan…

Ja, dan is er dus eigenlijk geen echte ingang van het park.

„Je kunt doorfietsen, daar komt het op neer.” Het eerste wat je rechts ziet: een vervallen volière waar al twintig jaar geen vogels meer in zitten. Meteen aan de linkerkant: een rij bankjes afgewisseld met prullenbakken, alleen gaat het rijtje prullenbakken langer door dan de rij met bankjes. Kennelijk zijn er een keer bankjes tussenuit gehaald.

Verderop in het park staan dezelfde, vaak scheef hangende prullenbakken van grijs metaal soms opeens niet naast een bankje. Dan ligt er vuil: flessen, blikjes. Wim Pijbes: „Dat is een regel, hè. Als de boel verslonst, gaan mensen zich daarnaar gedragen. Verlichting die het niet doet, een allegaartje aan straatmeubilair, slecht onderhouden struikgewas: in zo’n omgeving wordt op een gegeven moment alles viezer en kapotter.”

Hij heeft de fiets weggezet, we gaan lopen. Wat hem dan vooral opvalt: „De paden. In de oorspronkelijke landschapsstijl maken die de hele tijd sierlijke bochten, met na elke ombuiging een nieuwe verrassing: een paar bomen, een doorkijkje, een waterpartij. Het is allemaal bedoeld als een geregisseerde, romantische wandeling, met de bomen als hoofdrolspelers. Maar dat is hier niet meer zo.”

Vaak zijn paden verlegd of breder gemaakt, zien we terwijl we verder lopen, en al even vaak zijn ze niet meer half verhard, hun oorspronkelijke staat, maar geasfalteerd. Soms ligt er langs dat asfalt een dubbele rij stenen voor de afwatering, dan weer een enkele. Of een dubbele rij stenen aan de ene en een enkele aan de andere kant van hetzelfde pad.

Wim Pijbes: „Dubbel steens, enkel steens, geen steens: maak je je daar nou druk over, zeggen ze dan tegen mij. Ja, daar maak ik me dus druk over. Net als over deze enorm vergrote bocht trouwens: dat is een draaikom voor de vrachtwagens die hier rijden tijdens festivals, hebben ze me verteld. Nou ja!”

In het park zouden de paden weer half verhard moeten worden, en hun zwierigheid terugkrijgen. Foto Walter Herfst

Begrijp hem niet verkeerd: „Dit is in beginsel een prachtig park, het is niet voor niks een rijksmonument.” En, vindt hij ook: „De gemeente doet wat ze kan, de gazons bijvoorbeeld worden uitstekend bijgehouden. Maar omdat er geen totaalprogramma is, zijn er in de loop van de tijd allemaal vergissingen begaan. Zie het als de ingrediënten voor een taart: alle benodigdheden lagen klaar op het aanrecht, maar helaas was het recept zoek. En dan wordt zo’n taart dus niet goed genoeg.”

Verweesde ruimte

Een geslaagd park is goed gepland, goed ontworpen en wordt goed beheerd. Maar, zegt hij, veel stadsparken „hebben geen ownership’’: er is geen duidelijke eigenaar. En dan krijg je, of kun je krijgen: een verweesde publieke ruimte, van openbaar groen dat wel een kostenpost is, maar niks oplevert. Wim Pijbes: „Niks, maar tegelijk heel veel. Want iedereen heeft het naar de zin in een park, het is gratis toegankelijke, ongedwongen ruimte. Er is niemand die niet van parken houdt.”

Er zijn al wat dingen veranderd, de afgelopen paar maanden. Rond het Heerenhuys, waar eerder Zochers en Heerenhuis de Heuvel zaten, is het metershoge, opgeschoten groen weggehaald, in plaats daarvan is een hovenier deze middag bezig een bloemenperk aan te leggen. Binnen wordt de laatste hand gelegd aan een grondige restauratie. Op 1 mei, aanstaande dinsdag, opent Dudok In Het Park er zijn deuren.

Foto Walter Herfst
Het probleem is dat het park ‘verweesd’ is, zegt Pijbes.

En er gaat meer veranderen. Wim Pijbes: „Onze stichting wil zoveel geld inbrengen als nodig is om het park op te knappen. En om het daarna te onderhouden, we hebben het over de langere termijn.” Het liefst wil hij („naar het Amerikaanse model van Central Park”) met de gemeente en andere bij het park betrokken partijen zoals horeca, omwonenden en festivals, een corporation vormen. „De partijen daarin delen dan een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het is dus geen privatisering, al komt er wel privaat geld.” 

Daarbij zal niet alles worden teruggebracht in de staat van honderdvijftig jaar geleden. De buxushaagjes voor het Heerenhuys, waarschijnlijk aangelegd voor de Floriade van 1960, toen ook de Euromast is gebouwd, mogen straks blijven, net als de niet bepaald zwierig-Engelse, kaarsrechte Rododendronallee. „Je mag veranderingen in de tijd zien, vinden wij: die horen bij de ontwikkeling van een plek. Maar tegelijk: dit is een monument en ons ambitieniveau ligt hoog. Het moet het mooiste park van het land worden, minstens.”

En oh ja, hij heeft „ook nog een droom”. Die gaat over de andere kant van het park, bij de rivier. Ook daar heb je geen aantrekkelijke ingang, „het is meer alsof je zo een industrieterrein binnengaat”. Maar wat je er wel hebt: de plint langs die rivier. „Wat nou als je die erbij zou trekken? Natuurlijk, de weg moet blijven, maar die weg kan een groene zoom worden, met een bomenrij en ruimte om te flaneren aan het water.”

Dan, zegt hij, „zul je pas goed zien dat het mooiste park van het land ook nog eens op de mooiste plek ligt”.

Aan de zuidkant eindigt het park aan de Parkkade; Wim Pijbes wil die bij het park trekken. Foto Walter Herfst