Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Wanneer zelfs zijn politieke partners ruime afstand van de premier houden

Deze week: hoe het dividenddebat de eenzaamheid van Rutte blootlegde.

Ofwel: als zelfs politieke partners zo veel mogelijk afstand van de premier houden.

Politici die in opspraak zijn, je vergeet dit vaak, hebben amper tijd om na te denken. Terwijl zo’n hele Haagse bubbel niet over ze raakt uitgepraat, worden zij geleefd door hun agenda.

Een toespraak, gesprekken met jan en alleman, overleg met de vaste Kamercommissie.

Het is als met massademonstraties: als je erbij bent is het alsof de hele wereld om één ding draait, maar twee straten verderop doet de groenteboer de andijvie in de aanbieding.

Zo liep ik dinsdag aan het einde van de middag de Eerste Kamer uit, en zag ik buiten, bij de ingang, de rug van een ranke man. Hij bleek zojuist fiscale dilemma’s te hebben gedeeld met de senaat, en was nu aan het bellen, waarbij hij in cirkeltjes liep.

Het was Eric Wiebes. De man die met onhandige uitspraken na de ministerraad, de vrijdag ervoor, Rutte min of meer had gedwongen formatiememo’s over de dividendbelasting te openbaren.

Den Haag speculeerde nu over de inhoud van die stukken – ze zouden ’s avonds naar buiten komen.

We maakten een praatje, hij sprak met de nerdy goedgemutstheid die ik van televisie kende, en intussen deed hij zijn fietsslot open. Sorry, zei hij licht gehaast, ik heb een afspraak.

Hij bleek zo’n breed laag stuur te hebben, en daar ging hij, vergezeld door twee medewerkers: de minister over wie heel Den Haag sprak, fietste doodgemoedereerd de avond in – als een jongen op weg naar de voetbaltraining.

Het debat eindigde, we weten het, in een nipt verworpen motie van afkeuring tegen Rutte, en de vraag is: zal het beklijven?

Ik denk: amper.

Tekenend is wel dat de scepsis in de journalistiek over Rutte groeit. Eerst was er bij zijn weten geen formatiememo over de dividendbelasting, nu leken er vele te zijn. In analyses uitten veel analisten vermoeidheid: konden ze hem nog geloven?

Maar wie het debat beluisterde, kon er niet omheen: hij had een sluitend verhaal.

Het document waarvan Wiebes vrijdag het bestaan leek te weerspreken, was een VVD-onderhandelingsstuk, en het is waar: onderhandelingsstukken van partijen zijn formeel geen formatiememo’s, ze worden na afloop nooit geopenbaard.

En de ambtelijke memo’s binnen Financiën waren op verzoek van Wiebes gemaakt, toen nog demissionair staatssecretaris, en het zijn formeel pas formatiememo’s als ze op aanvraag van de informateur zijn geschreven.

Ik weet het – dit soort nuances is ongeschikt voor de beeldcultuur.

En: Rutte is zo vaak betrapt op dit type handigheid dat iedereen weet: op een dag heeft de burger er helemaal tabak van.

Dus de oppositie gooide het op het geheugen van de premier: als Rutte iets vergeten is, moet dat verzonnen zijn.

Argwaan als uitgangspunt, aannames als feiten: óók niet erg verheffend. Asscher, die wil dat niemand nog begint over zijn jarenlange samenwerking met de premier, had het zelfs over „een samenzwering tegen de Nederlanders”: PvdA-leider in PVV-taal.

De kwaliteit van Kamerdebatten neemt helaas niet toe.

Want in werkelijkheid kwam Rutte in dat hele debat, ondanks alle grote woorden, nooit in de problemen.

Dus het vervolg is best interessant. Ik noem maar wat: dezelfde Wiebes is al maanden informeel in gesprek met Klaver over een Klimaatwet.

Het gasdossier heeft voorrang, dat vertraagt de Klimaatwet, maar een van de ironische geheimpjes van deze week was dat sommigen in de coalitie (ook in de VVD) vinden dat Wiebes veel te enthousiast is over Klavers klimaatideeën.

Dus later komt de GroenLinks-leider voor een dilemma: kiest hij Wiebes’ (en dus Ruttes) kant in het klimaatdebat, of kopieert hij zijn afzijdige positie uit de formatie?

Ik denk niet dat het debat van deze week dan nog een rol speelt.

De interessantste oppositie kwam trouwens van Esther Ouwehand, van de Partij voor de Dieren. Zij zei dat we ‘een verzorgingsstaat voor bedrijven’ zijn geworden, en dankzij de vrijgegeven formatiememo’s weten we: dit is pijnlijk waar.

Unilever houdt zo’n overheid een worst voor. Ze nodigen zichzelf uit op Algemene Zaken, Economische Zaken, Financiën: wij vestigen ons hoofdkantoor misschien in Rotterdam als jullie de dividendbelasting afschaffen.

Maar het is evengoed chantage: welke premier wil dat zo’n multinational volledig uit Nederland vertrekt?

Vooral de rol van VNO-NCW en Economische Zaken was, afgaande op de stukken, genant: altijd moet de overheid zuinig van ze zijn, maar als zo’n bedrijf aan de bel trekt vliegen de miljoenen met honderden de deur uit.

Zelfs als Financiën gedocumenteerd uiteenzet dat de door Unilever gevraagde maatregel duur en ineffectief is, blijven ze ijveren voor fiscale overheidssteun aan een bedrijf met een omzet (54 miljard euro) die gelijk is aan de rijksuitgaven voor onderwijs, justitie, politie én defensie.

De verzorgingsstaat, rechtszekerheid voor normale mensen, is er nu inderdaad voor de allersterksten.

Liberale partijen als VVD en D66 mogen hier weleens principieel over doordenken. Cultureel georiënteerde scepsis over het liberalisme is al mainstream: kritiek over migratie, steun aan grensbewaking, nadruk op identiteit.

Maar economisch georiënteerde scepsis ontstaat zo evengoed: wat is er liberaal aan als multinationals door de globalisering zo sterk worden dat ze overheidssteun kunnen opeisen?

Het evenwicht is zoek. En hoort juist dan het liberale principe niet te prevaleren: de overheid bemoeit zich zo min mogelijk met de markt, en marktpartijen zorgen voor zichzelf?

Het symbolische was deze week: de kwestie van de dividendbelasting liet zien dat dit laatste ook voor Rutte geldt.

Deze coalitie is geen broederschap in voor- en tegenspoed – zoals de premier het graag wil. Het is ieder voor zich.

Toen Rutte maandag terugkwam op zijn weigering de memo’s vrij te geven, mocht hij dat alleen aan de media uitleggen. Toen hij dinsdag een riskante Kamerbrief moest maken, weigerden coalitiefracties het concept te beoordelen. En toen de memo’s er waren, zei Buma woensdag openlijk: die lees ik niet – ofwel: Rutte zoekt het zelf maar uit.

Als je het vriendelijk samenvat, noem je dit dualisme. Maar het gaat verder.

De ChristenUnie, de kleinste partner, weet nu ook hoe het werkt. Dus CU-Kamerleden laten niet meer het tempo bepalen door de VVD, en zoeken vóór coalitieoverleg bondgenoten.

Het gevolg: geregeld ervaren Rutte en de VVD dat de drie anderen het al eens zijn. Zoals iemand uit de coalitie deze week zei: „Dan omsingelen we Rutte gewoon.”

En dus slagen de premier en de VVD er niet meer in, zoals in Rutte II, de coalitie te domineren: dit is, observeerde een betrokkene deze week, een coalitie zonder machtscentrum.

Ruttes interne opmerkingen dat hij wel oren heeft naar een vierde kabinet, worden ook wel gezien als reactie: denk niet dat jullie zo van me afkomen.

Het is, na al die successen, dus een nogal riskante fase voor de premier.

Geslaagde eerste ministers struikelen geregeld over zichzelf. Maar in Den Haag kunnen ze ook struikelen omdat partners zo veel afstand nemen dat ze weg lijken te lopen.

En de geschiedenis leert dat juist die laatste ervaring zelden fraai gedrag oplevert bij geslaagde politiek leiders.

    • Tom-Jan Meeus