Opinie

    • Paulien Cornelisse

Uitkramen

In de verdediging van Naoufal F. heeft advocaat Inez Weski, aldus de rechtbank, zich zó vaag en warrig uitgedrukt dat de standpunten „niet eenvoudig” zijn te onderscheiden. Een rechtbank kan natuurlijk niet zeggen: het was onbegrijpelijk, want dan geeft men toe dat de verdachte niet de verdediging heeft gekregen waarop hij recht had. Dus houden ze het erop dat het „lastig [is] gebleken de structuur in het betoog te ontdekken”. Het was „een bijna onontwarbare kluwen van kritiekpunten, stellingen en beweringen”. Bíjna onontwarbaar dus. Niet echt onontwarbaar.

De langste zin uit het betoog van Weski was vierhonderd woorden. Ik heb de zin in kwestie gelezen. Ik begreep er weinig van, maar dat zegt niet zo veel, want ik begrijp juridische betogen wel vaker niet.

Weski, op haar beurt, is verontwaardigd omdat ze ervan beschuldigd wordt dat ze „wartaal uitkraamt”. Niemand had het over wartaal gehad, niemand had het woord ‘uitkramen’ gebruikt. Ik vraag me af of het slim is om deze woorden dan zelf de wereld in te brengen. Ook al zeg je: „Ik heb géén wartaal uitgekraamd!” Dan zal een luisteraar alsnog denken, o ja, dat is dat mens van die wartaal. Dat mens dat van alles uitkraamt.

Ik begreep er weinig van, maar dat zegt niet zo veel, want ik begrijp juridische betogen wel vaker niet

Sowieso, uitkramen, wat een deprimerend woord. Het klinkt als de ergste elementen uit de kraamtijd, verpakt in een zoogcompres.

Misschien was het handiger geweest als Weski erop gewezen had dat mensen in het dagelijks leven zo vaak zinnen van vierhonderd woorden gebruiken. Niet iedereen natuurlijk. Er zijn genoeg mensen die zich voornamelijk van eenlettergreepzinnen bedienen. „Huh?” „Wat?” En af en toe een volzin als „Rot op”.

Voor deze kortpraters wordt gecompenseerd door de dooremmeraars van deze wereld. Denk aan de mensen (mannen) die tot in detail kunnen beschrijven hoe ze ergens gekomen zijn. „Ik dacht ik neem de A4, maar dat ken ik inmiddels, dan sta je voor je het weet vast, dus ik ging binnendoor, je weet wel, langs Sassenheim…” Zo kan het makkelijk vierhonderd woorden doorgaan, zonder dat iemand er een woord tussen kan krijgen.

Maar ja, in een pleitnota lijkt het mij (als buitenstaander) handiger om waar mogelijk weg te blijven van de komma-toets. Vlak naast die komma-toets zit een knopje met een punt erop. Dat is een superhandig knopje. Want zoals men ook vroeger al nooit zei: wie vaker een punt zet, maakt sneller een punt.

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.
    • Paulien Cornelisse