Duikelaar Rutte: neer, opveren en weer doorgaan

Geloofwaardigheidsprobleem

In het ‘dividendmemo’s-debat’ van woensdag liep premier Rutte opnieuw flinke krassen op. Hij lijkt daar nooit blijvend last van te hebben. Hoe is dat deze keer?

Premier Mark Rutte verlaat de plenaire zaal voor de dinerpauze in het debat over de dividendbelasting. Martijn Beekman

Anders dan hij ‘s nachts nog beloofd had, wilde premier Rutte donderdagmiddag niet „reflecteren” op het zware debat over de afschaffing van de dividendbelasting. Daarin overleefde hij een motie van afkeuring, die breed door de oppositie werd gedragen en door velen werd geduid als een motie van wantrouwen.

Wat zijn de gevolgen van deze tik op de vingers voor zijn effectiviteit als minister-president in een vierpartijencoalitie met een minimale parlementaire meerderheid en als leider van de VVD? „Daar wil ik niet over filosoferen”, zei Rutte donderdag op zijn wekelijkse persconferentie. NRC doet toch een poging.

Lees ook: Dit staat er in de dividendmemo’s.

De coalitie

Een premier aan wiens geloofwaardigheid getwijfeld wordt: geen prettig gegeven voor zijn coalitiepartners, zou je zeggen. Als zij hun kabinet tot een succes willen maken – en dat is het vooralsnog niet – hebben ze een krachtige kopman nodig.

In de coalitie geven ze toe: Rutte heeft een „vertrouwensprobleem”, dat door het dividenddebat alleen maar groter is geworden. Eerlijk vinden ze dat niet: de premier heeft in deze kwestie niet méér fouten gemaakt dan de fractievoorzitters van regeringspartners CDA, D66 en ChristenUnie, zijn medeonderhandelaars in de formatie. Ook Sybrand Buma, Alexander Pechtold en Gert-Jan Segers zeiden eerder „geen herinnering” te hebben aan documenten over de dividendbelasting – dezelfde voor de oppositie zo ongeloofwaardige verdedigingslinie als Rutte.

Wel zeggen betrokkenen uit de coalitie dat Rutte zijn imagoprobleem aan zichzelf te danken heeft, met zijn gebroken verkiezingsbelofte ‘geen cent naar de Grieken’, de bonnetjesaffaire rond verschillende VVD-bewindslieden op Justitie en, recenter, het zwijgen over de datsja-leugen van Halbe Zijlstra.

Buma, Segers en Pechtold drongen eerder deze week alle drie bij Rutte aan op openbaarmaking van de documenten, zeggen betrokkenen. Hup, alles naar buiten, een moeilijk debat – en verder. Publicatie van de stukken zou vooral politieke schade opleveren voor de premier. Maar als er één iemand is die zich in dit soort debatten staande weet te houden, is het Rutte.

En ook al „was dit niet zijn beste debat”, zegt een betrokkene, Rutte bleef inderdaad overeind. De coalitie had daarbij het geluk, zeggen ze, dat de oppositie ook veel tijd en energie stopte in het aanvallen van Buma, Pechtold en Segers – en de fut uit het debat was tegen de tijd dat Rutte het spreekgestoelte betrad.

Op termijn kunnen de belangen in de coalitie verschuiven. Dan zouden Buma, Pechtold en Segers wel eens baat kunnen hebben bij een beschadigde Rutte. Dat geeft hun meer ruimte in de coalitie – en meer kans bij de verkiezingen. Alle drie weten ze donders goed hoe het de coalitiepartners van Rutte tot nu toe vergaat: aan het eind van de rit wacht een verkiezingsnederlaag, terwijl de premier blijft winnen. Ze zijn vastberaden zich niet zo te vereenzelvigen met het kabinet als PvdA-leider Diederik Samsom onder Rutte II. Iedereen weet hoe het met hém en zijn partij is afgelopen. Maar voorlopig hebben de drie Rutte nog nodig – en zien ze hem dus liever op volle kracht.

Lees ook: Nieuw kabinet vergt ‘meer staatsman, minder procesmanager’ van de premier. Eerdere rolwisselingen gingen hem moeiteloos af.

De VVD

Ga er maar aan staan, zeggen partijgenoten van Mark Rutte. De minister-president moest komen opdraven om de kwestie met de memo’s te verdedigen, en kreeg urenlang te horen dat hij niet geloofwaardig is, terwijl hij helemaal niet gáát over welke stukken in een formatiedossier zitten. Tja, de kwestie met de memo’s rondom de afschaffing van de dividendbelasting was een rommelige bedoening, dat valt niet te ontkennen, maar is dat alleen de schuld van Rutte? Iedereen haalt alles door elkaar. Het verhaal over de memo’s is onnavolgbaar geworden.

En dat de oppositie eist dat de premier interne partijstukken openbaar maakt is „belachelijk”, zeggen partijgenoten. Alsof PvdA-leider Lodewijk Asscher zíjn inbreng aan een formatie met de buitenwereld zou delen.

De oppositie is er gewoon op uit om het imago van Rutte te beschadigen. Om hem neer te zetten als onbetrouwbaar. En dat lukt ze nog ook. Gelukkig maar ten dele, want Rutte was in het debat weer „ijzersterk”. De oppositie kreeg geen grip op hem. Hij bleef rustig.

Mark Rutte is nog altijd de onomstreden leider van de liberalen. Een opvolger staat zo één-twee-drie nog niet klaar, fractievoorzitter Klaas Dijkhoff maakte tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen niet altijd een even sterke indruk.

Martijn Beekman

Of hun partijleider toch niet enigszins beschadigd is na deze week? De motie van afkeuring werd tenslotte toch door 67 leden uit de oppositie gesteund. Ach, zegt een prominente VVD’er: „Schade is in principe altijd tijdelijk.” Alsof Rutte gewoon even uitgedeukt moet worden.

Een kritische liberaal memoreert nog wel de motie van wantrouwen die Mark Rutte als fractievoorzitter van de VVD bij de algemene politieke beschouwingen in september 2009 indiende tegen toenmalig CDA-premier Balkenende. Die motie van de drie grootste oppositiepartijen, VVD, SP en PVV, was samen goed voor 56 zetels. Het gold als een beslissend moment in de neergang van Balkenende – en de opkomst van Rutte.

Gelukkig is de Tweede Kamer nu met voorjaarsreces, klinkt het bij de VVD. Over twee weken gaat iedereen gewoon weer aan het werk, staan er weer andere onderwerpen op de agenda. En als Rutte dan weer „briljante dingen” doet, is iedereen die memo’s zo vergeten.

De oppositie

Het is een vanzelfsprekende gedachte dat de oppositie kan profiteren van een aangeslagen premier, wiens geloofwaardigheid zij zelf in twijfel getrokken heeft.

Nu heeft het vierpartijenkabinet een krappe meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer, maar over een jaar zou premier Rutte een of meerdere oppositiepartijen wel eens heel hard nodig kunnen hebben. Dan, na de Provinciale Statenverkiezingen, dreigt Rutte III zijn meerderheid in de senaat te verliezen. Met een verzwakte positie van de premier kan de oppositie haar huid extra duur verkopen.

Voorlopig, klinkt het in linkse oppositiekringen, zijn ze daar nog niet zo mee bezig. „Onze steun is nooit gratis geweest”, zegt PvdA-leider Lodewijk Asscher op de vraag of het prijskaartje voor samenwerking is opgeschroefd. Ze weten dat op sommige beleidsterreinen – klimaat en pensioenen bijvoorbeeld – het kabinet binnenkort meer draagvlak nodig zal hebben dan alleen de eigen zetels.

Hoe stellig sommige partijen het vertrouwen in premier Rutte woensdagnacht ook in twijfel trokken, over een algehele boycot van de coalitie spreekt niemand. De oppositie zegt de kabinetsplannen – waarvan er tot nu nog maar heel weinig in wetsvoorstellen zijn omgezet – gewoon op hun merites te blijven beoordelen.

Schade is in principe altijd tijdelijk

Voor een begin van herstel van vertrouwen vindt de SP wel dat Rutte eerst een daad moet stellen. „Laat hem op z’n minst het afschaffen van de dividendbelasting heroverwegen”, zegt fractievoorzitter Lilian Marijnissen van de SP. „En het liefst meteen helemaal van tafel halen natuurlijk.”

GroenLinks kijkt intussen al verder dan de huidige kabinetsperiode: de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 – of eerder. Partijleider Jesse Klaver hoopt daar een tweestrijd met de VVD-leider van te kunnen maken. Als Rutte dat dan nog is, zal hij zeker de schrammen en kleerscheuren die hij nu oploopt goed onthouden.

De goede verstaanders zagen in het debat van woensdag dat premier Rutte al voorsorteert op zijn toekomstige afhankelijkheid van andere partijen. Tegen één oppositiepartij klonk hij aanmerkelijk anders. Hij sloeg een mildere, deemoedige toon aan tegen SGP-leider Kees van der Staaij, de man die hem in het vorige kabinet ook al zo vaak te hulp schoot. Met voorlopig succes want de SGP was de enige oppositiepartij die niet voor de motie van afkeuring stemde.

Elke politicus weet dat harde aanvaringen in het debat nooit persoonlijk zijn en in politieke zin van voorbijgaande aard. In 2009 bijvoorbeeld kreeg Mark Rutte als oppositieleider harde kritiek voor z’n kiezen toen hij die motie van wantrouwen tegen Balkenende indiende. Dat was volgens tegenstanders van de motie „onverantwoord” richting een kabinet dat in crisistijd juist alle steun nodig had. Eén fractievoorzitter van coalitiezijde stelde toen ook al onomwonden dat Rutte „iedere geloofwaardigheid had verloren”.

Wie dat was? Toenmalig ChristenUnie-leider Arie Slob. Acht jaar later schoof Slob gewoon weer aan als minister in Ruttes derde kabinet.

De kiezer

Na de ophef over de dividendmemo’s zou het vertrouwen onder de kiezers in premier Rutte flink zijn gedaald. Dat meldde tv-programma EenVandaag afgelopen week. Uit hun eigen onderzoek bleek dat 28 procent van de Nederlanders nog vertrouwen heeft in de premier. Een week eerderwas dat volgens dezelfde enquêteurs nog 42 procent.

Alleen: hoe vaak zeiden commentatoren al niet eerder dat een slecht optreden in de Kamer of een VVD’er in opspraak schadelijk zou zijn voor Rutte? En telkens bewees de premier het tegendeel.

Na de slepende bonnetjesaffaire, waarbij minister van Justitie Ard van der Steur zes weken voor de landelijke verkiezingen van 2017 sneuvelde, werd de VVD onder Mark Rutte voor de derde keer de grootste partij van Nederland. Of neem de val van Halbe Zijlstra, de minister van Buitenlandse Zaken die bleek te hebben gelogen over zijn aanwezigheid in de datsja van de Russische president Poetin. Bij de gemeenteraadsverkiezingen, een maand later, hield Rutte moeiteloos stand. Hij bleek zijn talent om succesvolle campagnes te voeren niet te zijn verloren.

Het is hét grote wonder van Rutte: hoeveel klappen hij ook krijgt, de VVD-kiezer lijkt hem er niet op af te rekenen. Bij iedere Haagse crisis krijgt ‘de politiek’, in het algemeen, een knauw. Niet Rutte, die komend najaar PvdA’er Wim Kok kan passeren en dan de op vier na langst zittende minister-president sinds de oorlog kan worden.

In zijn beginjaren vonden mensen Rutte te weinig een staatsman. Later werd hem verweten dat hij verkiezingsbeloften te makkelijk brak, te pragmatisch over politieke verschillen heen stapt en met iederéén samenwerkt, om maar te kunnen regeren.

Nu lijkt Rutte vrijwel overal mee weg te komen. Maar hoe lang houdt hij dat nog vol?

Voor dit verhaal sprak NRC in de afgelopen dagen met verschillende politieke kopstukken uit zowel coalitie als oppositie. Een aantal van hen wilde dat alleen off the record doen.
    • Thijs Niemantsverdriet
    • Barbara Rijlaarsdam
    • Philip de Witt Wijnen