Strijd tegen onderbetalende gemeenten in de thuiszorg

Race naar de bodem Gemeenten betalen te lage tarieven voor thuiszorg, vinden vakbonden en brancheorganisaties. Na jaren van onderlinge strijd, willen ze nu samen zorgen voor fatsoenlijke betaling van thuishulpen.

Thuishulp Linda Wibbeke aan het werk bij een van haar cliënten. Foto Jasper Juinen

In de eerste dagen na haar aantreden als directeur van Tzorg nam Marianne de Winter een drastisch besluit. Een maand nadat zij op 5 maart haar nieuwe baan begon bij een van de grootste thuiszorgbedrijven van Nederland – 9.200 medewerkers actief in 301 gemeenten, omzet 126 miljoen euro – werden nieuwe cao-schalen ingevoerd voor huishoudelijke hulpen. De Winter besloot dat medewerkers van Tzorg de hogere lonen van die schalen per direct betaald moesten krijgen.

Keurig zoals het hoort, toch? Nee, eerder vrij ongebruikelijk in de thuiszorg. Jarenlang boden thuiszorgbedrijven hun diensten onder de kostprijs aan bij gemeenten en betaalden lang niet altijd hun medewerkers fatsoenlijk volgens de cao. Om de hogere lonen te kunnen betalen, moeten de tarieven van de gemeenten omhoog. De Winter moet dus afwachten of gemeenten hun tarieven wel zullen aanpassen. De thuiszorgbedrijven hebben daarom de ruimte gekregen om te wachten tot 1 januari 2019 en dan met terugwerkende kracht te betalen als gemeenten over de brug zijn gekomen.

Meerkosten

Maar van wachten wil De Winter niets weten. Met een verleden als gevangenisdirecteur, politiecommissaris, gemeente-ambtenaar en directeur bij het logistieke bedrijf van haar familie is ze een buitenstaander in de thuiszorg. Tzorg, voortgekomen uit schoonmaakbedrijf CSU, is in het verleden meermaals in aanvaring gekomen met vakbond FNV sinds het zijn entree maakte in de thuiszorgbranche en door overnames snel groeide. „Wij zijn toe aan een nieuwe fase van volwassenwording”, zegt ze.

In haar eerste week liep De Winter een dag mee met een medewerker en zag dat zij veel meer deed dan schoonmaken. „Dat zij ook een belangrijk sociaal contact vormde voor de ouderen bij wie ze werkte, dat ze ook even in de koelkast keek of er geen bedorven voedsel lag, dat ze controleerde of mevrouw wel genoeg had gedronken”, vertelt ze. „De medewerkers verdienen die nieuwe schalen, wij moeten ze waarderen voor de rol die ze spelen voor ouderen. Het gaat gewoon om jouw en mijn ouders.”

Dus voert Tzorg de hogere lonen alvast in voor medewerkers in gemeenten met wie later dit jaar een nieuw contract moet worden gesloten. „Wij willen met onze omvang een signaal geven aan gemeenten en hopen dat andere thuiszorgbedrijven met ons meegaan. Die snappen de impact van de nieuwe schalen ook niet allemaal.” Wat het Tzorg kost? „100.000 euro meerkosten per vier weken. Dat moet ik aan onze aandeelhouders uitleggen. Omdat medewerkers de komende jaren via periodieken verder kunnen groeien in salaris, betekent het voor ons en voor gemeenten een kostenverhoging van 25 procent over vijf jaar.”

Foto Jasper Juinen

‘Cowboys’ rukken op

FNV-bestuurder Wim van der Hoorn heeft jaren achtereen acties gecoördineerd tegen thuiszorgbedrijven om de race naar de bodem te stuiten. Sinds de introductie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 zag hij ‘cowboys’ verschijnen vanuit andere branches – waaronder de schoonmaakbedrijven – die ver onder de kostprijs hun diensten voor thuishulp aanboden aan gemeenten.

Ook de traditionele thuiszorgbedrijven moesten meedoen om te overleven. De gevolgen? Lonen werden verlaagd en arbeidsvoorwaarden verslechterd. Bij ziekte werden mensen niet vervangen. Onbetaald werk nam toe doordat de thuishulpen in eigen tijd hun werk moeten plannen en administreren. De werkdruk steeg. Mensen werden ontslagen en als zelfstandige alfahulp tegen een lager tarief weer ingehuurd. „Ik zeg vaak tegen werknemers dat zij alle bezuinigingen hebben opgevangen”, zegt Van der Hoorn.

De FNV organiseerde demonstraties, bezette bedrijven en spande rechtszaken aan tegen de thuiszorgbedrijven. Maar de bond kiest nu een ander doelwit. Steeds vaker voert de FNV actie tegen gemeenten. „We moeten naar de bron. Bij de gemeenten en bij het ministerie zit het geld, zij scheppen de financiële mogelijkheden”, zegt hij.

Afvalrace

Zeker sinds de vernieuwing van de Wmo in 2015, een decentralisatieoperatie waarbij gemeenten een forse bezuinigingsopdracht kregen, kwam er meer druk op de tarieven. Gemeenten gingen bovendien minder uren toewijzen aan ouderen, waardoor de werkdruk toenam. Tienduizenden banen verdwenen. En dat terwijl het beleid om ouderen langer thuis te laten wonen succesvol was. Juist de afgelopen week schreef de Nederlandse Zorgautoriteit in een monitor dat 94 procent van alle ouderen thuis woont, onder 85-plussers is dat 70 procent.

Ook de brancheorganisaties zien dat het niet meer zo door kan gaan. Tientallen thuiszorgbedrijven konden de race naar de bodem niet volhouden, ze gingen failliet of stopten zelf met hun activiteiten. Van kleine lokale spelers met 40 medewerkers tot grote landelijke bedrijven als TSN met meer dan 10.000 medewerkers. Die afvalrace gaat nog steeds door.

In 2017 besloot toenmalig staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) op aandringen van bonden en brancheorganisaties in te grijpen in de zorg. „Het was de hoogste tijd”, zegt Cees de Wildt, arbeidsmarktadviseur bij Actiz. „In enkele jaren tijd waren de gemiddelde tarieven van 26 tot 27 euro gedaald naar 21 tot 22 euro. Dat kon echt niet.”

Via een Algemene maatregel van bestuur (AMvB) legde Van Rijn gemeenten op een ‘reële prijs’ te betalen aan thuiszorgbedrijven, met daarbij de voorwaarden waar die ‘reële prijs’ op gebaseerd moet zijn. Behalve het cao-loon van de hulp gaat het ook om werkgeverslasten voor sociale premies, een vergoeding voor de noodzakelijke overhead en een bescheiden winstmarge.

De gemeenten waren niet helemaal gelukkig dat het ministerie ze na een grote decentralisatie nu terechtwees en met nieuwe voorschriften kwam. Pikant detail: huidig minister Hugo de Jonge (CDA), toen nog wethouder in Rotterdam, was voorzitter van de delegatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) die op een bijeenkomst in augustus 2017 duidelijk maakte dat de AMvB een bijzonder besluit was, dat inbreuk maakte op de afspraken die gemaakt waren bij de decentralisatie van de WMO en de bijbehorende bezuinigingsopdracht. Blijf van onze uitvoering en beleidsvrijheid af, was volgens aanwezigen het signaal dat de VNG gaf. „Ik begrijp dat sentiment”, zegt De Wildt. „Het schuurt dat het ministerie met zo’n richtinggevende maatregel is gekomen.”

Lees ook het interview met Zion Jongstra, de algemeen directeur van TSN: De grootste thuiszorgorganisatie van Nederland trok eind 2015 de stekker eruit. Gemeentes betaalden te weinig, vaste contracten waren te duur en ook toen leek de bodem al in zicht.

Bijna een jaar na de invoering van de AMvB voldoet nog bijna geen enkele gemeente aan het vereiste van reële tarieven, stellen de brancheorganisaties en de vakbonden. „Je ziet gemeenten gewoon negeren dat ze reële tarieven moeten betalen”, zegt Hans Buijing, directeur van brancheorganisatie BTN.

Is het onwil of onwetendheid? „Voor een groot deel onwetendheid”, stelt De Wildt van Actiz. „Gemeenten moeten wennen aan de nieuwe situatie en hebben nog niet voldoende informatie gehad. Ik denk dat een kleinere groep echt terughoudend is. Daarop moeten de VNG en het ministerie echt actie ondernemen.”

De Vereniging Nederlandse Gemeenten herkent de kritiek niet. „Voor hun stelling hebben Actiz en BTN tot nu toe geen bewijs geleverd”, schrijft de belangenorganisatie in een reactie. „In de regiegroep die per 1 september 2017 is begonnen, hebben zij twaalf signalen ingebracht dat de AMvB door gemeenten en aanbieders niet goed is nageleefd. In enkele gevallen bleek dit signaal onjuist en één signaal was onterecht ingediend. Van de overige gevallen was de conclusie dat de gemeenten de AMvB niet (geheel) juist had toegepast.” Ook het ministerie van VWS stelt dat „het aantal gevallen waarbij tot op heden is vastgesteld dat het tarief onjuist is vastgesteld zeer beperkt is”.

Onduidelijkheid

Bij Actiz, BTN en de bonden heerst de vrees dat in de vele gemeenten die dit jaar contracten met thuiszorgbedrijven moeten sluiten of verlengen er te weinig bewustzijn is dat de tarieven met euro’s per uur omhoog zullen moeten. Van thuiszorgbedrijven die nu onderhandelen krijgen ze signalen dat er bij gemeenten nog veel onduidelijkheid is over hun verplichtingen en dat gemeenten zeggen dat ze er geen geld voor hebben.

Daarom hechten ze sterk aan voortzetting van de regiegroep die moet toezien op naleving. Die regiegroep wordt per 1 september opgeheven als het aan de gemeenten ligt, nadat ze eerder hadden ingestemd met verlenging vanaf 1 april. De VNG wijst op een evaluatieonderzoek dat Berenschot tot april 2020 zal uitvoeren. Bij de brancheorganisaties en de vakbonden heerst grote bezorgdheid dat in de tussenliggende twee jaar gemeenten verhoging van hun tarieven zo lang mogelijk uitstellen.

De opheffing van de regiegroep is te vroeg, vinden ze. Veel gemeenten hebben nog aanbestedingen dit jaar. „We kunnen nog niet eens zien of het tot effecten leidt bij de zeven gemeenten die van de regiegroep hun aanbesteding moesten overdoen”, zegt Van der Hoorn. „Zonder regiegroep zal het ministerie zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen dat de afspraken over reële tarieven echt worden nageleefd”, zegt De Wildt.

Nadat het ministerie eerder in een briefwisseling met de brancheorganisaties had geschreven te willen stoppen met de regiegroep per 1 september, laat een woordvoerder nu weten dat „het ministerie niet hecht aan de datum van 1 september” en met alle partijen nog in gesprek is „of en hoe de regiegroep haar activiteiten moet voortzetten”.

Foto Jasper Juinen

Na jaren van wantrouwen en strijd trekken de werkgeversorganisaties en vakbonden nu samen op om gemeenten en het ministerie te bewegen echt werk te maken van die reële tarieven. „Het laatste half jaar hebben we grote stappen gezet”, zegt De Wildt. „Het is beter om met elkaar te strijden voor een goede zorg in Nederland.”

Niet meer elkaars hoofden inslaan

„De tijden dat we elkaar de hoofden insloegen, zijn voorbij”, zegt Van der Hoorn. „Het is de hoogste tijd dat we als sociale partners de rug rechten en samen de gemeenten overtuigen. Dat blijft lastig. Want hoe stellen individuele thuiszorgbedrijven zich op in nieuwe aanbestedingen en zijn er dan toch nog die te lage biedingen neerleggen en vervolgens de cao niet naleven?” Zijn bond verspreidt deze week een checklist voor gemeenten gemaakt, waarmee leden hun gemeente kunnen wijzen op de verplichtingen.

In de komende weken verwachten alle partijen een nieuwe cao te sluiten. Daarin zullen de lonen flink omhoog gaan, net als in andere sectoren waar onlangs cao-akkoorden zijn gesloten zoals de bouw. Percentages wil nog niemand noemen zo lang de onderhandelingen lopen, maar duidelijk is dat deze ergens tussen de 3 en 5 procent zullen liggen. Ook die verhoging zal invloed hebben op de hoogte van de reële tarieven die gemeenten moeten betalen. Niemand durft de vraag te beantwoorden of de extra gelden die het Rijk in het Gemeentefonds stort om gemeenten in staat te stellen de reële thuiszorgtarieven te betalen ook deze cao-stijgingen zullen dekken. Onduidelijk is of in de lopende coalitieonderhandelingen in de gemeenten na de raadsverkiezingen de oplopende zorgkosten onderwerp van discussies en plannen zijn.

De personeelstekorten in de zorg raken ook de thuiszorg. Verbetering van de arbeidsvoorwaarden moet meer mensen overhalen als huishoudelijke hulp bij ouderen te werken. Volgens De Winter van Tzorg kunnen die gemeenten ook financiële voordelen hebben bij verhoging van tarieven. „Bij Tzorg doen wij veel moeite om nieuwe werknemers aan te trekken die nu in de bijstand zitten. Als ze daar uitkomen, scheelt de gemeenten dat weer bijstandsuitkeringen.”

Zijn Tzorg en de FNV vrienden geworden nu het thuiszorgbedrijf een socialer gezicht toont? In het verleden stonden ze een aantal keren voor de rechter, onder meer na een drastische verlaging van lonen van werknemers die waren overgenomen van bedrijven die stopten met hun activiteiten. Van der Hoorn heeft zijn scepsis nog niet verloren na een eerste kennismakingsgesprek met De Winter. „Het is een bedrijf dat zijn marketing goed voor elkaar heeft en goed weet hoe het zich op zijn website als goede werkgever moet presenteren. Ze zijn ingehaald door andere cowboys, maar zijn nu zo groot dat ze als respectabel bedrijf kunnen gaan voor goede tarieven.”

Deze maand heeft Van der Hoorn met werknemers van Tzorg uit het hele land om tafel gezeten en een inventarisatie van klachten gemaakt. „Daar kwam een hele lijst uit”, zegt hij. „Onder meer over grote wantrouwigheid ten opzichte van werknemers, over ziekteverzuimbeleid, over gebrek aan echte scholingsmogelijkheden, over werkdruk. We gaan komende week met een grote delegatie met De Winter praten en zullen vragen haar die problemen op te lossen. Dan zullen we testen wat alle mooie woorden waard zijn.”

De Winter reageert dat ze graag dat gesprek aangaat: „We hebben elkaar nodig om verbeteringen door te voeren, ook richting gemeenten.”

    • Daan van Lent
    • Simoon Hermus