Spanjaarden worstelen niet met de Reconquista

Spanje en de Islam

In Spanje is geen sprake van een cultuuroorlog tegen de islam, al vinden er lokaal wel schermutselingen plaats.

Acteurs tijdens het festival Moros y cristianos in Alcoy, Spanje. Foto Jorge Hinoyosa

Geert Wilders wil er wel eens naar verwijzen ter inspiratie: de Reconquista, de christelijke herovering van het Iberisch schiereiland op de moslims tussen de achtste en zestiende eeuw. Voor Wilders en andere extreemrechtse lieden dient de Reconquista als metafoor voor de hedendaagse uitdaging ten opzichte van de islam en moslimimmigranten, die volgens hen net als in de achtste eeuw weer het continent binnendringen en willen veroveren.

De gemiddelde Spanjaard zou fronsen bij dergelijke retoriek. De Reconquista is weliswaar een wezenlijk onderdeel van de Spaanse geschiedenis, maar ook weer geen bron van nationalistische en xenofobe sentimenten. Het Spaanse zelfbeeld valt of staat niet met een kruistocht van meer dan vijf eeuwen geleden, moros y cristianos is een tamelijk onschuldig en lokaal feest. Spanje heeft dan ook geen anti-islam partij.

Lees meer over het festival 'moros y cristianos': Moren verslaan heeft niets te maken met racisme

El Cid

Het land kent wel ontelbare standbeelden die naar de Reconquista verwijzen, zoals van de legendarische ridder El Cid en de strijdvaardige katholieke koningen Ferdinand en Isabella, die in 1492 het laatste Moorse bolwerk Granada wisten te veroveren. Tegelijkertijd zijn in de recente geschiedenis ook Moorse figuren op een sokkel gezet, zoals de heerser Abd ar-Rahman I, de dichter Ibn Hazm en de filosoof Ibn Rushd. Een opvallende erkenning van en omgang met de islamitische erfenis.

Maar de nalatenschap van de Reconquista is niet geheel onschuldig. Het antisemitisme, dat altijd hand in hand ging met het kruistochtideaal, leidde uiteindelijk tot de geforceerde verdrijving van Joden in Spanje in 1492. Meer dan een eeuw later, met tussendoor een meedogenloze inquisitie, moesten de Moren gedwongen vertrekken. Het vereren van Spaanse vorsten uit die periode zou voor sommige groepen daarom al reden kunnen zijn voor protesten.

Weinig weerstand

Toch is er weinig weerstand, vooral vergeleken met de VS en West-Europa, waar een ware ‘cultuuroorlog’ over geschiedenis en identiteit gaande is. Spanje is dan ook een relatief jong migratieland. Veel migranten gebruiken het land als tussenstop naar het noorden of verrichten er seizoensarbeid. Daarnaast staan minderheden wat lager op de emancipatieladder, waardoor ‘identiteit’ niet meer dan een luxeprobleem is. Voor de Spanjaarden zelf lijkt de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) het voornaamste referentiekader te zijn als het gaat om geschiedenis en identiteit. De ‘beeldenstorm’ in Spanje treft dan ook vooral symbolen uit het franquistische tijdperk.

Van een ‘cultuuroorlog’ is in Spanje misschien dan geen sprake, maar zo nu en dan zijn er lokaal wel ‘schermutselingen’, bijvoorbeeld om de status van de Mezquita in Córdoba. Tussen de talloze abstracte Moorse zuilen en bogen moeten de concrete beelden van Jezus, Maria en andere heiligen de bezoeker eraan herinneren dat het imposante gebouw allang geen moskee meer is, maar een kathedraal. Toch hoopt de Spaanse Islamitische Raad al geruime tijd op een mogelijke dubbelfunctie van het gebouw. Dat lijkt voorlopig onwaarschijnlijk, vooral sinds provocerende moslimstudenten uit Oostenrijk in 2010 na een spontaan gebed in een handgemeen verzeild raakten met de beveiliging.

'Mezquita' of 'Catedral'

Sinds enkele jaren probeert de Spaanse katholieke kerk de naam ‘Mezquita’ (Spaans voor moskee) te vervangen door ‘Catedral’, om een einde te maken aan alle onduidelijkheid. Deze actie heeft tot verzet geleid van verschillende linkse burgerplatforms, die op hun beurt het gebouw claimen als openbaar bezit. Het gesteggel rond de status van het godshuis in Córdoba lijkt daarmee ook een poging van linkse partijen om de privileges van de machtige katholieke kerk te breken. Die ontwaren op hun beurt een links-islamitisch complot om het gebouw tot een moskee te veranderen.

Na de aanslagen op treinforenzen in Madrid in 2004 (191 doden) bleef een anti-islam hetze uit, mede door het idee dat de Spaanse deelname aan de zeer impopulaire Irak-oorlog de reden zou zijn geweest voor de terreurdaden. De aanslag in Barcelona vorig jaar heeft de anti-islam sentimenten doen opleven en in de nasleep van de Catalaanse crisis is hier en daar het spook van het franquistische nationalisme weer opgedoken. Het heeft allemaal tot dusver niet tot grote onrust geleid, maar de maatschappelijke weerbaarheid wordt wel op de proef gesteld.

    • Lotfi El Hamidi