Moros y cristianos is in Spanje een volksfeest vol tradities. In Alcoy is een vijfde van de zestigduizend inwoners direct bij het feest betrokken.

Foto's Jorge Hinojosa

Moren verslaan heeft niets te maken met racisme

Spanje

In Alcoy wordt elk jaar feestelijk herdacht dat in 1276 de katholieken de stad heroverden op de moslims. Moslimorganisaties houden zich stil.

Als het ‘gevecht’ tussen moros en cristianos in de straten van Alcoy losbarst zoeken vrouwen en kinderen – en vrij snel daarna ook de toeristen – een veilig en vooral rustig heenkomen. De donderende knallen, die bij het urenlange wapengekletter uit de zogenoemde trabucos komen, zijn zó ongelooflijk hard dat kijken naar de strijd een ware kwelling is. Maar voorstellen of het misschien niet íetsje minder kan, leidt direct tot afkeurende blikken. „Nee, daar hoeft niemand mee aan te komen”, zegt Enrique Pérez, vlak nadat hij met de christenen de oorlog gewonnen heeft. „Het is een droom voor ieder jongetje om te mogen schieten. Het geeft een enorm machtig gevoel. Bovendien is het een zeer cruciaal onderdeel van de festiviteiten.”

Moros y cristianos – oftewel ‘moren’ tegen christenen – is een volksfeest vol tradities. In het conservatieve Spanje wordt het veranderen van oude gewoonten bijna als een soort heiligschennis gezien. Het moet omdat het zo hoort. Einde discussie. Zo gaat het ook in Alcoy, waar al honderden jaren op vrijwel identieke wijze wordt herdacht dat de christenen met de hulp van ‘Sint Joris de morendoder’ in 1276 de moslims versloegen. Zo’n twaalfduizend van de in totaal zestigduizend inwoners zijn direct bij het feest betrokken. Anderen zijn aandachtige toeschouwers of houden zich afzijdig en een klein aantal bewoners vlucht ieder jaar het stadje uit.

Voorzichtige kritiek

De afgelopen jaren werd van buitenaf voorzichtig via (sociale) media kritiek geuit op de wijze waarop de bloedige reconquista wordt gevierd als een zege van de christenen. Maar echte protesten bleven ook dit jaar uit. Moslimorganisaties vrezen dat een aanval op de feesten een averechts effect zal hebben. De Alcoyanos willen niets weten van vingerwijzingen. Is het feest toch niet ergens beledigend voor de huidige generatie moslims? „Alles wat hier in vier dagen plaatsvindt, is een mix van geschiedenis, legendes en fantasie”, zegt Gabriel Romá, moro van de Abencerrajes, een groep moren. „Er zit totaal geen kwaad bij . Met racisme heeft het helemaal niets te maken. We leven echter in een tijd waarin alles ter discussie staat. De kritiek zal mogelijk luider worden. Toch ben ik ervan overtuigd dat ons feest stand zal houden.”

Moslim-organisaties vrezen dat een aanval op de feesten een averechts effect zal hebben.

Hoewel de wereld in de afgelopen eeuwen grote veranderingen heeft ondergaan, wordt het verleden in Alcoy gekoesterd. Bewoners vertellen vol weemoed over de tijd waarin het Valenciaanse stadje aan het begin van de vorige eeuw het centrum van de textielindustrie was. Het is niet voor niets dat juist hier het feest van de moros en cristianos het meeste aanzien heeft in de hele regio. „De kleding-industrie is totaal ingestort, maar het verleden wordt gekoesterd. Nergens zijn de kostuums zo uitbundig als hier. Daar zijn we als Alcoyanos heel trots op”, zegt oud-leraar geschiedenis Enrique Peréz.

Peréz draagt het pak van de Cruzados, één van de veertien groepen christenen. Zoals er ook veertien filaes van de ‘moren’ zijn. „Het maakt niets uit of je bij de christenen of de moslims hoort. Er wordt hier geen onderscheid in ‘goed’ en ‘slecht’ gemaakt”, legt Peréz uit. „De moslims hebben hier acht eeuwen gezeten en de laatste vijfhonderd jaar maken de christenen de dienst uit. Dus vrijwel iedereen in Alcoy stamt ergens ver weg ook van de moslims af. De moros y cristianos zijn we zelf. Bij welke groep je terecht komt is vaak al vooraf bepaald. Toen mijn zoon geboren werd schreef ik hem eerst in als Cruzado en pas daarna ging ik naar de gemeente.”

Acht generaties

Het centrale Plaza de España is het epicentrum van Alcoy. In het midden van het plein staat El Castell de festes. Dit houten kasteel wordt sinds 1895 ieder jaar opgebouwd en na de Reconquista weer afgebroken. Het plein stroomt vol als de ambassadeur van de ‘moren’ op de ochtend van de laatste dag de onderhandelingen probeert te openen met de leider van de christenen. Amateur-acteur Javier Gisbert speelt zijn rol met verve. Vanaf een wit paard leest hij een tekst uit 1830 op. De inwoners van Alcoy kennen de woorden bijna uit hun hoofd. En ze weten ook: dit is het begin van de strijd.

De ambassadeur vertrekt met zijn paard en kort daarna zetten de moslims de aanval in op de christenen. „Het geeft een machtig gevoel om woorden uit te spreken die al acht generaties meegaan”, legt Gisbert even later uit. „Het voelt echt alsof je even onderdeel van de geschiedenis bent. In het verleden ben ik ook ambassadeur van de christenen geweest. Maar ik ben liever moor. De teksten zijn krachtiger. Daar zit nog meer emotie in.”

De rol van Gisbert valt in het niet bij die van Jorge Vaquer. Hij is in 2018 Capitán Moro. Daarmee gaat voor de zakenman die een fortuin maakte met het bedrijf Nirvel Cosmetics een lang gekoesterde wens in vervulling. Hij zou naar verluidt enkele tonnen in het feest hebben gestopt. Met de glimlach van een kind loopt Vaquer als leider van de moslims door Alcoy. Gabriel Romá is vervuld van trots dat hij dit keer één van zijn helpers mag zijn. Daarvoor heeft hij wel voor zo’n duizend euro een aantal speciale kostuums moeten aanschaffen. „Het is iedere euro meer dan waard. Dat is geen enkele discussie”, zegt Romá.

Machismo

Maar niet alle inwoners van Alcoy zetten alles meer opzij voor vier dagen feest. De economische crisis heeft zijn sporen nagelaten. Voor het eerst sinds tijden kwamen plekken in gezelschappen vrij. Dat leidde onbedoeld tot een golf van emancipatie omdat vooral vrouwen de opengevallen posities innamen. Soms tot afgrijzen van de mannen die de tradities in gevaar zagen komen. „Het machismo voert hier nog de boventoon. Het heeft me echt veel moeite gekost er serieus bij te kunnen horen. Voorheen mochten we alleen een beetje dansen”, legt Noelia Galera, cristiana van de Tomasinas, uit. „Maar er is nog steeds een wereld te winnen voor de vrouwen.”

Zo behoort Galera niet tot het handje vol vrouwen dat mee doet aan het schieten met buskruit. „Nee, daar doe ik niet aan mee”, zegt ze lachend. „Dat geknal is niks voor mij. Vreselijk.” Voor honderden mannen gaat er echter niets boven het gevecht. „Vrouwen hebben dezelfde rechten én plichten als mannen”, stelt Enrique Pérez. „Als iemand volwaardig lid wil zijn zal hij of zij ook mee moeten doen aan de strijd. Je kunt niet alleen dingen eruit pikken die je leuk vindt.”

Zo bewaken de mannen van Alcoy op eigen wijze toch nog hun posities. De paar durfals onder de vrouwen worden gedoogd. „Buskruit werkt als een soort drugs”, vertelt Gabriel Romá. „Het schieten geeft zo’n machtig gevoel dat je zelf geen last hebt van de enorme knallen. Ook al duurt het gevecht uren.” Dat hij als ‘moslim’ ieder jaar een verloren strijd voert kan Romá niets schelen. Vlak nadat Sint Joris op een wit speelgoed paard met zijn plastic pijlen de laatste moren heeft gedood, vallen de moros y cristianos elkaar in de armen. Na de oorlog leven ze weer een jaar lang als vrienden van elkaar.