Column

Koningsdag

Het nieuws dat ze bij ouderen eerst de kwetsbaarheid willen gaan meten alvorens over te gaan tot opereren was nog vers toen mijn bejaarde moeder een nieuwe operatie aan een been aankondigde. Details volgden later, want de arts die erover ging was op zonvakantie. De dagen erna was mijn moeder onbereikbaar.

In mijn gedachten zag ik haar al onderaan de trap liggen.

Gisteren nam ze haar telefoon toch op.

Ze riep: „Je kunt over me schrijven wat je wilt, ik lees de krant toch niet. Ik ben al twee dagen mijn bril kwijt.”

Ze heeft min zes.

„En ik hoor ook bijna niets, want ik zie mijn gehoorapparaat niet liggen. Omdat ik mijn bril kwijt ben. Ik werd knettergek van de telefoon, die hoorde ik wel, maar hij stond niet in de oplader. Hij lag op het kastje. Als je mij belt moet je blijven bellen, net zo lang totdat ik opneem. Maar nu heb ik ’m.”

Daarna: „Vind je dat ik schreeuw?”

Dat viel wel mee.

Ik hoefde niet te komen om mee te helpen haar bril te zoeken, alsjeblieft niet zelfs, daarvoor was er de thuiszorg die ieder moment kon arriveren met haar autootje.

„Ik was ziek”, zei ze. „Ongelooflijke misselijkheid. Ik zal je de details besparen…”

Daarna volgden de details.

Ik sloot niet uit dat de bril in de buurt van het toilet lag, maar goed, dat was aan de thuiszorg.

Ik begon over de operatie, na haar laatste operatie was ze nog heel stellig geweest dat ze zoiets nooit meer wilde. Ze was toen ook nog vol bewondering geweest voor een mevrouw die op televisie verscheen omdat ze op haar borst had laten tatoeëren dat ze niet gereanimeerd wilde worden, maar dat was toen en bovendien was een pijnlijk been iets heel anders dan een hartaanval.

„Eerst maar eens mijn bril vinden. Het staat allemaal in een brief.”

Ze begon over de dokter, een aardige man.

„Ik begrijp heel goed dat hij op vakantie gaat.”

Ik: „Waarom?”

Zij: „Daarom.”

Ik zei dat ik zondag na de wedstrijd van Vitesse bij haar kwam eten en vroeg of ze het nog even liet weten als de thuiszorg haar bril onverhoopt niet zou vinden.

„Die vindt ’m wel, die vindt alles. En als ze ’m dan vindt dan zet ik hem meteen op. Ik wil op Koningsdag televisie kijken. Ze gaan naar Groningen.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.