Column

Kijk toch naar Zwitserland!

In Zwitserland is een fascinerende politieke ontwikkeling gaande. In dorpen en slaapsteden rondom de grote steden is de extreemrechtse SVP op zijn retour. De SVP is sinds midden jaren negentig onbetwist de grootste partij van Zwitserland. Dat blijft zo. Maar bij lokale verkiezingen in maart, en in april nogmaals in en om Zürich, bleek dat de partij in snel verstedelijkende regio’s rondom grote steden – grensgebieden tussen stad en platteland, ofwel ‘tussensteden’ – flink wat stemmen verliest. Het interessante is dat zij juist daar, zoals aan de goudkust rondom Genève en Zürich, tien à twintig jaar geleden als kool groeide.

Heel Zwitserland vraagt zich af: „Was ist los mit der SVP?” In de media, de politiek en aan de Stammtisch wordt erover gediscussieerd. Heel Europa zou die discussie moeten volgen. Europese politieke trends beginnen vaak in Zwitserland. Hetzelfde fenomeen kan zich, met enige vertraging, ook in andere Europese landen voordoen.

Wat hier gebeurt, is het volgende. Zwitserse steden worden vaak door linkse partijen bestuurd. Door de groei van die steden worden omliggende dorpen de stedelijke agglomeratie ingetrokken. Gezinnen en bedrijven ontvluchten de stad, die te vies, te krap en te duur wordt, en vestigen zich in die dorpen. Afgelopen jaren veranderde het leven van de dorpelingen daardoor ingrijpend. Huizenprijzen stegen, akkers werden volgebouwd, soms werd er meer Engels dan Schwytzerdütsch gesproken. Autochtonen profiteerden financieel van de influx, maar zagen de authentieke dorpssfeer verdampen. Een hunner zei eens: „Wij raken ons nest kwijt.” Deze mensen stemden vroeger vaak op gematigd rechtse partijen. Uit angst voor het nieuwe en nostalgie naar het oude zochten zij steeds vaker hun heil bij de SVP, van oorsprong een diep-conservatieve boerenpartij.

Europese politieke trends beginnen vaak in Zwitserland.

Tien jaar geleden had de SVP in dorpjes rondom Genève de meerderheid. Hier sloegen campagnes tegen ‘vreemdelingen’, moslims en de EU goed aan. De komst van migranten en multinationals gaf de SVP wind in de zeilen, evenals de kredietcrisis die (wederom!) Zwitserland als eerste Europese land trof. Later kwamen daar nog de eurocrisis in de buurlanden en de vluchtelingencrisis bij. De SVP organiseerde steeds extremere referenda over immigratiebeperking. Rechtse partijen kopieerden de retoriek van de SVP, maar het rauwe, ongepolijste origineel sloeg bij achterdochtige burgers beter aan.

Nu zijn de crisissen voorbij. De bevolking van de stedelijke agglomeraties verandert ten gunste van stedelingen. Bewoners met weemoed naar de goeie oude tijd sterven uit. Veel nieuwkomers werken in Basel, Zürich, Luzern of Genève, en pendelen. Zij willen goed openbaar vervoer, sociale huisvesting en enig cultureel aanbod, en willen er ook voor betalen. Daarvoor moeten ze bij links-getinte partijen zijn – centrumrechts wordt steeds rechtser en heeft deze voorzieningen uit het programma geschrapt. Kortom, in deze eens rurale gebieden ontstaat een soort urban identity. Daarom zijn „Zwitserland eerst”, keiharde discriminatie van moslims en doomsday-scenario’s – het specialisme van de SVP – aan dit electoraat niet meer besteed.

Afgelopen jaren kwam er eindelijk een nationaal tegenwicht tegen de SVP op gang: frisse, goedgebekte studenten van Operatie Libero versloegen de SVP, de partij van oudere mannen, al bij drie referenda. Intussen rukte links in middelgrote en kleinere steden op, zoals Aarau en Baden. Bij lokale verkiezingen in maart braken de socialisten, groenen en linksliberalen voor het eerst ook in „tussensteden” door. In april verloor de SVP diverse zetels in tien van de 13 gemeentes bij Zürich. Weinig oud-SVP-kiezers gaan terug naar eens gematigd rechtse partijen: die worden gezien als klonen van extreemrechts.

De steden groeien. De tussensteden groeien. Overal in Europa. Dat men in de politiek en de media maar de juiste lessen uit dit verhaal moge trekken.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.