‘Het Westen moet macht leren delen met andere landen’

Kishore Mahbubani

Als het Westen zich niet heel snel anders gaat opstellen, zegt de Singaporese oud-diplomaat Kishore Mahbubani, dreigen grote problemen op economisch, technologisch en geopolitiek gebied.

Kishore Mahbubani noemt zijn nieuwe boek „een liefdesbrief aan het Westen”. Maar voor een liefdesbrief heeft hij wel een merkwaardige titel gekozen: Is het Westen de weg kwijt?.

Laat het maar aan Mahbubani over om een beetje te provoceren op het gebied van internationale betrekkingen. De voormalige VN-ambassadeur van Singapore is één van de bekendste denkers over geopolitieke verhoudingen ter wereld. Hij was tot voor kort decaan van de prominente Singaporese Lee Kuan Yew School of Public Policy, is gastdocent aan onder meer Harvard en komt al twee decennia langs op het jaarlijkse World Economic Forum in Davos. Hij schreef de afgelopen tien jaar zes boeken, vooral over de verhouding tussen Azië en het Westen.

Mahbubani ( 69) lijkt wat gedesoriënteerd rond te lopen in zijn Amsterdamse hotel. Hij vloog de laatste dagen vanuit de VS naar Londen en van daaruit meteen door naar Nederland, voor onder meer een spreekbeurt in De Balie. Hij is niet van de praatjes, begint uit zichzelf vrijwel direct passages uit het boek te citeren. „Zoals ik op pagina 61 schrijf…”

Volgens Mahbubani heeft het Westen de laatste eeuwen een enorme bijdrage geleverd aan de vooruitgang in de wereld. „Wetenschap, technologie, de Verlichting. Als het Westen niet zo succesvol was geweest, was de rest van de wereld dat ook niet geweest. De rest van de wereld mag het Westen wel een bedankje sturen.”

Maar voor een liefdesbrief is het boek toch aan de kritische kant. De rode draad is de westerse arrogantie. De kernboodschap: als het Westen zich niet heel snel anders gaat opstellen naar de rest van de wereld, dreigen grote problemen. Op zowel economisch, technologisch als geopolitiek gebied. Volgens Mahbubani moet het Westen vooral snel andere landen toelaten op sleutelposities van economische instituties zoals als het IMF en de Wereldbank, om te voorkomen dat die instituties verloren gaan.

In slaap laten sussen

„Het Westen heeft zich in slaap laten sussen door Francis Fukuyama’s ideeën over ‘het einde van de geschiedenis’. Dat heeft veel schade aangericht. Het Westen werd vanaf toen, de jaren negentig, te zelfgenoegzaam. En dat precies op het moment dat China en India wakker werden, precies toen het Westen moest letten op de nieuwe uitdagingen.”

In zijn boek beschrijft Mahbubani uitgebreid de enorme vooruitgang die de wereld de laatste decennia heeft doorgemaakt: op het gebied van welvaart, levensverwachting en kwaliteit van leven.

„De wereld is heel snel totaal veranderd, kijk alleen al naar de uitroeiing van armoede. Het aantal mensen onder de armoedegrens is in mijn leven gedaald van 75 procent naar 10 procent, waanzinnig. Dat is vooral door de onwaarschijnlijke economische en politieke opstanding van China en India gebeurd.” Bij die nieuwe werkelijkheid hoort een nieuwe wereldorde, betoogt hij.

Volgens Mahbubani moeten we beseffen dat we inmiddels in een kleine, constant verbonden global village wonen. „En dan hebben we dus ook wereldwijde dorpsraden nodig. We moeten wereldwijde instituties sterker maken in plaats van zwakker zoals de laatste jaren gebeurt. De afgelopen dertig jaar waren de beste dertig jaar uit de menselijke geschiedenis. We staan op het punt van wat mensen in het verleden als een economische utopie zouden zien, zó veel welvaart.”

Als we dat willen doorzetten, moeten de instituten die dat mede mogelijk hebben gemaakt volgens hem worden versterkt: bijvoorbeeld de Wereld Handelsorganisatie (WHO), de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF). „Het Westen moet het als eigenbelang gaan zien dat de rest van de wereld wat te zeggen krijgt in deze instituties. Als ze zoals nu puur gedomineerd blijven door westerse landen, keert de rest zich er namelijk vanaf.”

De Wereldbank heeft altijd een Amerikaanse baas, het IMF altijd een Europese. Als dat zo blijft, zullen alternatieve instituties zoals de door China gedomineerde Aziatische Investeringsbank groter worden, en dat is al helemaal niet in het belang van het Westen, waarschuwt hij. „Jullie moeten daarom nu zeggen: we laten andere landen onze instituties runnen om ze relevant te houden. Je moet andere landen een belang geven.”

Dat is niet makkelijk: het Westen is zo gewend aan dominantie dat het idee van de macht delen moeilijk blijkt. Bovendien is er de laatste tijd veel spanning tussen machtsblokken. Neem alleen al de recente bombardementen in Syrië, unilateraal uitgevoerd door drie westerse landen zonder goedkeuring van de VN: de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Lees ook het opiniestuk van publicist Joris Luyendijk, waarin hij de ‘global village’ omschrijft als droom waaruit men is ontwaakt: Het ware gezicht van globalisering anno nu is dat bedrijven en financiële dienstverleners hun tentakels over de wereld uitstrekken om nationale regeringen tegen elkaar uit te spelen.

„Zoals ik op pagina 61 schrijf: ‘Alle gevallen van interventies door het Westen zijn geëindigd in een ramp’. Kijk naar Libië, Irak, Oekraïne tot op zekere hoogte. Jullie denken nooit na over de dag na de interventie: dan moet je namelijk samenwerken met anderen om je doelen te bereiken.”

‘Arrogante aanname’

Financial Times-commentator Edward Luce schreef onlangs in NRC een stuk met de constatering: „Als je wilt weten hoe een post-Amerikaanse wereld eruitziet; kijk maar naar Syrië.” Zijn centrale punt: zonder duidelijk dominant machtsblok zoals het Westen vervalt de wereld in oncontroleerbare chaos.

„Dat is een erg arrogante aanname,” zegt Mahbubani. „Alsof het Westen de enige is die zaken góéd kan doen. Kijk naar de opmerkelijke vrede tussen de etnisch zeer gemengde staten van Zuidoost-Azië, tot stand gekomen zonder bemoeienis van andere grote landen. De les daar is: je moet landen zo veel mogelijk voor zichzelf laten zorgen. De resultaten van recente westerse interventies zijn vrijwel uitsluitend méér lijden, meer geweld.”

Maar hoe realistisch is het dat verschillende machtsblokken tot afspraken gaan komen over oorlog en vrede? Kijk alleen al naar cyberaanvallen: landen mengen zich steeds vaker op dat strijdtoneel, waar amper regels gelden. Laatst beschuldigde de Britse geheime dienst de Russische overheid nog van de grote cyberaanval NotPetya waarbij vorig jaar veel Europese bedrijven plat kwamen te liggen. Het lijkt eerder te escaleren in cyberspace dan dat er nou veel onderling vertrouwen wordt gekweekt.

„Het is een rommelige wereld, dat klopt. Maar voor cyberoorlog geldt juist dat internationale afspraken de enige echte oplossing zijn. Dat is moeilijk, en zal niet heel snel gaan. Maar we hebben ook over zoiets complex als zeerecht goede internationale afspraken gemaakt, en over de verspreiding van kernwapens.”

Mahbubani zegt zeer optimistisch te zijn geworden door wat er met het Klimaatakkoord van Parijs gebeurde nadat de Amerikaanse president Trump liet weten uit dat verdrag te willen stappen. „Ik had verwacht dat India en China dan ook zouden zeggen ‘bekijk het maar’. Maar zij bleven erin en versterkten hun afspraken met andere landen zelfs. Ik stond perplex en dat geeft veel optimisme over de mogelijkheid om tot goede internationale afspraken te komen. Er is gezond verstand in de wereld. Het is moeilijk en het werkt alleen als het breed gedragen is, en niet wordt opgelegd door één machtsblok.”

‘Dít is Europa’s moment!’

Maar het Westen en dan met name Europa is zeker niet uitgespeeld, betoogt Mahbubani. „Sterker: dít is het moment voor Europa! De regio die de meeste ervaring heeft in het balanceren van allerlei internationale belangen en het creëren van multilaterale instituties; dat is de EU.”

Zeker in de uitzonderlijk rommelige en regelarme digitale wereld moet Europa de leiding nemen, vindt hij. „Binnenkort gaat het enorme pakket privacyregels in, de AVG [Algemene verordening gegevensbescherming]. Dat kan de gouden standaard zijn voor internationale afspraken over datagebruik. Over kunstmatige intelligentie en cyberaanvallen zullen vergelijkbare afspraken moeten worden gemaakt. Dit is Europa’s moment! Maar Europa kan het niet alleen.”

„We staan aan de rand van Utopia, als je kijkt naar de welvaart in de wereld. We moeten nu ook toe naar een utopische wereldorde om dat vast te houden. Als het Westen leert om macht te delen, en alle landen van de wereld een eerlijk belang te geven, kunnen we dat laten slagen. Als we dat niet doen, zullen toekomstige historici nooit begrijpen hoe we deze enorme kans hebben kunnen laten lopen.”

    • Wouter van Noort